Rwanda: 20 jaar na de genocide

In 1994 bereikten de spanningen tussen de Hutu’s en Tutsi’s hun hoogtepunt. Het mondde uit in een volkerenmoord die honderdduizenden het leven kostte. De voorbije twintig jaar heeft Rwanda zichzelf heropgebouwd en gaat het beter dan ooit. We vroegen enkele Rwandese burgers naar het leven in het land vandaag.

Op 6 april 1994 werd het vliegtuig van president Habyarimana, een Hutu, uit de lucht geschoten. Meteen wezen Hutu-extremisten met de vinger naar de Rwandan Patriotic Front (RPF), een rebellen-organisatie van geëmigreerde Tutsi’s. Ze spoorden de bevolking aan om alle Tutsi’s uit te roeien. De premier en andere politieke leiders werden vermoord. In de honderd dagen die volgden vielen er 800.000 doden, voornamelijk Tutsi’s en gematigde Hutu’s. De burgeroorlog en genocide eindigde pas wanneer de RPF het Hutu-regime kon verwerpen en president Kagame de leiding overnam.

“Vòòr de kolonisatie van Rwanda kwamen de woorden ‘Hutu, Tutsi en Twa’ niet overeen met etnische groepen maar met sociale klassen,” zegt Erika (30 jaar). Zij woont momenteel in Brussel. “Men kon van Twa naar Hutu naar Tutsi gaan door werk of rijkdom. Tijdens de kolonisatie veranderde alles en missionarissen stelden fysieke en sociale verschillen vast waardoor er verdeeldheid kwam tussen Hutu’s en Tutsi’s. Dat leidde uiteindelijk tot de genociden van 1959 en 1994. Vandaag de dag zorgt de Rwandese regering ervoor dat deze spanningen verdwijnen door een “verzoeningsbeleid” te voeren. Er was onlangs een ‘Ndumunyarwanda-beleid (ik ben Rwandees)’, die de Rwandese identiteit vooropstelt. Alles wordt gedaan zodat geen enkele groep zich superieur voelt aan een ander.”
De genocide bracht ook grote schade toe aan de Rwandese economie. Het BNP daalde met meer dan 40% dat jaar en vele mensen belandden in de armoede. “Dat komt doordat er na de genocide veel eenoudergezinnen ontstonden met een vrouw aan het hoofd. Deze vrouwen waren vaak niet voldoende opgeleid en velen hadden nog nooit gewerkt. Om niet te spreken van de vele weeskinderen, overlevenden met grote psychologische problemen, enzovoort,” aldus Erika.

Grote gendergelijkheid

De voorbije twintig jaar heeft Rwanda echter grote vooruitgang geboekt en heeft het zijn economie kunnen herstellen tot de situatie voor 1994. Tegenwoordig is Rwanda één van de snelst-groeiende economieën van Afrika en neemt de armoede jaarlijks af. In vijf jaar tijd is het aantal inwoners dat onder de armoedegrens leeft gedaald van 57% naar 45%.

“De regering heeft snel gehandeld en een manier gevonden om het land opnieuw in te richten. Ze hebben zich gericht op het versterken van de capaciteiten van vrouwen dankzij verschillende programma’s. Rwanda is één van de landen met het grootste aantal vrouwen (meer dan 50%) in het parlement ter wereld. Zowel mannen als vrouwen werken zij aan zij voor hun familie en hun land,” zegt Erika.
Marie-Paule (35 jaar), die in de hoofdstad van Rwanda woont, beaamt dit: “Mannen en vrouwen zijn gelijk aan elkaar en hebben dezelfde rechten. Vrouwen bezetten een groot deel van de posities in de overheid en de bedoeling is om dat nog te doen stijgen. Meisjes gaan nu ook naar school in plaats van thuis te blijven en te helpen in het huishouden.”

Jonge ondernemers grijpen de macht

Het is moeilijk om betrouwbare werkloosheidscijfers te vinden over Rwanda. We vroegen Erika en Paola naar hun ervaring met werkloosheid. “De meerderheid van de mensen die afgestudeerd zijn van de universiteit heeft geen job. Jonge mensen worden hier aangemoedigd om zelfstandige ondernemer te worden. Toen ik aan het solliciteren was, merkte ik dat veel mensen werkeloos zijn, maar er waren er ook die solliciteerden zelfs als ze een job hadden, die iets anders wilden doen,” zegt Marie-Paule.

Ook Erika haalde het belang van jonge ondernemers aan: “Jongeren maken het grootste deel van de Rwandese bevolking uit en de regering ziet de jeugd als hun belangrijkste troef. Daarom maken ze het onderwijs beter en bieden ze een groot aantal beurzen aan zodat studenten zich in het buitenland intellectueel kunnen ontwikkelen. Wanneer deze jonge mensen terugkeren hebben de meesten gegarandeerd een baan of creëren ze hun eigen banen door het ondernemerschap. In Rwanda is er een echte geest van vechtlust en constructieve concurrentie. Iedereen wil slagen en ze zijn niet bang om hun handen vuil te maken.”

Gratis basisopleiding

De eerste negen jaar van scholing in Rwanda is kosteloos. Marie-Paule legt uit hoe dat is gekomen: “Het aantal kinderen die naar het secundaire gingen nam meer en meer af door het schoolgeld. De jongens en meisjes die hun studies niet konden verderzetten trokken naar de steden om een job te zoeken en dat zorgde onder andere voor kindermisbruik. De regering van Rwanda introduceerde toen negen jaar basisopleiding zodat alle leerlingen verder konden studeren en dit was een groot succes.”

Sinds deze maatregel is de geletterdheid van de bevolking er sterk op vooruit gegaan. 71% van bevolking boven de 15 jaar kon lezen en schrijven in 2009. “Doordat het gratis is heeft iedereen toegang tot het primair en secundair onderwijs, maar daar stopt het niet. Dankzij de toename van beurzen en de hulp aan universiteiten en technische hogenscholen, zoals de Nationale Universiteit van Rwanda en Kigali Independent University, hebben velen nu ook toegang tot het hoger onderwijs,” zegt Erika.

Gezondheidsverzekering voor iedereen

Op de vraag of zij een gezondheidsverzekering heeft, antwoordt Marie-Paule: “Ik ben verzekerd bij mijn werkgever, maar mensen zonder een job gebruiken ‘mutuelles de santé’. Het is verplicht. Iedereen geeft zijn bijdrage; 5000 RWF (€6,4) per persoon voor de 3de categorie, 3000 RWF (€3,8) per persoon voor de 2de categorie en nul voor de 1ste categorie, de armste klasse. De gezondheidszorg is erg kwaliteitsvol.  Medische verzorging is gratis, men moet alleen een klein percentage (remgeld) betalen voor verleende diensten.”

Dankzij alle verbeteringen in het gezondheidssysteem is Rwanda goed op weg om de 4de en 5de Millenniumdoelstellingen te verwezenlijken. Erika ziet de toekomst positief in: “Er is vooruitgang geboekt in het terugdringen van kindersterfte, de strijd tegen malaria, HIV en hoofdzakelijk in de toegang tot gezondheidsverzekering. Ongeveer 90% van de bevolking is al ingeschreven.

De regering probeert de gezondheidszorg ook te decentraliseren zodat er meer gezondheidscentra komen in de gebieden waar de behoeften van de bevolking het grootst zijn. Zij ontvangt wel aanzienlijke internationale hulp die haar in staat stelt om de kwaliteit van de zorg, met beter opgeleide artsen, adequate medische apparatuur, enzovoort, te verbeteren. Er is dus nog een weg te gaan op het gebied van gezondheid maar het zal zeker lukken, want we hebben een weloverwogen en vastberaden regering.”

Meer weten? www.ambarwanda.be en www.rdb.rw

© 2015  Verrekijkers Magazine  Sigrun Küchler (tekst), Johns Hopkins University, Betty Krenek, Eric Kabera, Amanda & Kevin White (foto’s)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *