Gunnar Garfors, de man die alle landen ter wereld zag

Alles begon in 1979. De Noorse Gunnar Garfors was vier jaar oud. Zijn vader werkte op een cruiseschip en nam voor zijn kinderen verhalen op casettebandjes van over de hele wereld op. Zo kon Gunnars vader zijn zoon meenemen over de hele wereld en ontdekte Gunnar zijn fascinatie voor onze planeet. 33 jaar later, in 2013, zette Gunnar voet op het laatste land ter wereld waar hij nog niet was geweest. Hij werd de jongste reiziger die alle landen ter wereld als hobby bezocht.

Net terug van skiën in Iran en op doorreis naar Groot-Brittanië, sprak Gunnar Garfors voor Verrekijkers op de Universiteit Antwerpen over zijn reizen. Verhalen over die keer in Turkmenistan waar zijn dronken reisleider in zijn tent kroop om dat verder te slapen, over een bloedrijke Iraanse vrouw die met hem wilde trouwen en over die keer dat hij in Somalië bij de burgemeester mocht slapen, en de vice-burgemeester toen ergens anders een bed moest zoeken.

8 mei 2013. Je kwam aan in land nummer 198, hoe voelde je je toen?

“Het was ongelooflijk. We kwamen aan in Kaapverdië en ik had kippenvel. Ik had nooit verwacht dat de dag echt zou komen. We kwamen aan op het vliegveld, met mijn familie en vrienden, en het voelde onwerkelijk. Het voelde tegelijkertijd ook als een soort einde. Maar toch zal er altijd wel een nieuw land komen, misschien bijvoorbeeld wel een Midden-Korea. Tot die tijd geniet ik ervan om de meeste landen opnieuw te bezoeken.”

Hoeveel heb je nou eigenlijk van die landen gezien?

“Ik heb ook veel van die landen gezien. Ik heb bijvoorbeeld in zes landen gewoond, maar toch ben ik in een paar landen maar één tot drie dagen geweest, al wilde ik dat dit er minder waren. Ik werk voltijds, dus ik reis deeltijds. Ik heb wel elk land als toerist gezien. Wanneer ik bijvoorbeeld voor een conferentie in een land ben, zorg ik ervoor dat ik het weekend ervoor en erna kan reizen op die plek. Ik denk dan: ik ben er nu toch, de vlucht is betaald, dat is voor mij ook goedkoper.”

Wat hebben jouw reizen je over de wereld geleerd?

“Dat de wereld klein is. Binnen twee of drie vluchten ben je overal. Dat vind ik fascinerend. Ook heb ik geleerd dat we in een bubbel leven. Veel mensen, bijvoorbeeld in Noorwegen, denken dat alles om die eigen bubbel heen draait. Ik denk dat ik iets nederiger ben geworden door mijn reizen. Er zijn mensen die het veel moeilijker hebben dan wij, maar die toch veel meer lachen. Ze zien er in ieder geval gelukkiger uit.”

Wat ben je, een journalist of hobbyreiziger?

“Ik heb journalistiek gestudeerd, maar ben uiteindelijk niet als journalist gaan werken. Tegenwoordig doe ik wel weer meer journalistiek werk, zoals een item over skiën in Iran. Je kunt het goed combineren, maar je moet wel je hoofd resetten. In plaats van alleen maar lol maken tijdens het reizen, moet je ook werken. En wanneer je nieuwe mensen ontmoet kun je niet zomaar vrienden met ze worden. Ze zijn nu potentiële bronnen. Je moet wat meer sinister zijn. Maar aan de andere kant kun je ze wel helpen en een licht schijnen op hun problemen.”

Welk land heeft je het meest verrast?

“Noord-Korea heeft me ontzettend verrast. Ik heb me goed ingelezen voordat ik erheen ging, maar toch was het nóg erger dan ik dacht. De omstandigheden waarin mensen leven zijn echt verschrikkelijk. Je mag er als toerist ook niet zonder gids rondlopen. Het is ons echter toch gelukt om een stukje Pyongyang alleen te verkennen, door te gaan joggen. De kettingrokende gids en chauffeur konden ons niet bijhouden, en na een paar keer mochten we alleen joggen. Ik zag veel militairen, pingpongende mensen en overvolle, slechte bussen.”

Heb je tips voor toekomstige journalisten?

“Ja, ga niet journalistiek studeren. Misschien een cursus of een bachelor, maar geen master. Theorieën over journalistiek is niet iets wat je wil leren, want daar heb je in de praktijk niks aan. Specialiseer je in de richting waarover je verhalen wil vertellen. Dan zal je de beste journalist zijn in  jouw vakgebied. En als je een goede communicator bent, krijg je die baan wel.”

En heb je tips voor reizigers?

“Lach en wees positief en open. Begin klein. Het gaat allemaal om de ervaring. Je kunt ook naar een buurland reizen, die kunnen je nog het meest verbazen. Je denkt dat het hetzelfde is, maar we lunchen allemaal anders en gaan allemaal anders naar vergaderingen.”

“Probeer ook zoveel mogelijk lokaal te reizen. Neem de lokale bus of de boot, praat met vreemden en vraag hen om advies. Ik heb een hekel aan reisgidsen. Als je die volgt, zal je in cirkels achter de rest van de wereld aanlopen en reizen recycleren. Probeer mensen te vinden die op die plek wonen, zij weten waar je naartoe moet. Plan daarnaast ook niet teveel. Wanneer je alles plant, verlies je zoveel mogelijkheden. Het zal nooit helemaal gaan zoals je voor ogen had.”

“Laat nooit zien dat je verdwaald bent, dan wordt je als zwak gezien. Je linkerhand is in veel landen een taboe en let goed op wanneer je je schoenen wel of niet aan moet houden. En zolang je Engels spreekt, zit je goed. Zelfs als het lijkt alsof niemand in de buurt Engels kan, er zal altijd een jongen of meisje van vijftien jaar aan komen rennen om voor je te vertalen.”

“Geef niet aan bedelaars. Dan steun je het systeem. Ouders halen hun kinderen uit school en verminken die zelfs soms. Geef liever aan lokale ondernemingen die weten wie steun nodig heeft en wie niet.”

Wanneer voel jij je thuis?

“Ik heb een goedkoop flatje in Oslo, waar ik ongeveer de helft van het jaar ben. Het stelt niet heel veel voor, veel spullen heb ik niet. Ik spendeer al mijn geld aan reizen. Mijn echte thuis is nog steeds het huis waar mijn moeder woont. Maar eigenlijk voel ik me wel thuis waar mijn koffer is. Ik reis alleen met handbagage en ik pas me makkelijk aan. Ik voel me echt thuis wanneer ik volledig relaxed ben. Thuis moet je ook nieuwe dingen kunnen ontdekken, ook al is het maar de nieuwe garagedeur van de buren. Je bent thuis wanneer je een rondje gaat wandelen en weer hele kleine nieuwe dingen ziet.”

Denk je dat je ooit de behoefte zal hebben om te settelen?

“Ik heb geen vrouw of kinderen en soms denk wel ik dat ik graag wil settelen. Maar dan ben ik twee weken thuis en dan denk ik: nee, toch niet. Daar ben ik te rusteloos voor. Ik ben de oudste thuis en heb veel voor mijn broertjes en zusjes gezorgd en gekookt. Dat heeft me ook wel gevaccineerd tegen die hele kinderwens, denk ik.”

Het moet toch gevraagd worden: wat zijn je favoriete landen?

“Ik vind Madagaskar fantastisch. Wetenschappers zeggen zelfs dat Madagaskar het achtste continent is, omdat 90 procent van de flora en fauna nergens anders ter wereld voorkomt. Japan is ook een aanrader, omdat het een mooi contrast heeft tussen het moderne en het klassieke. Verder: IJsland, Ierland, Argentinië, Chili, Dominica – niet het Dominicaanse Republiek, en de ‘stan’-landen zoals  Afghanistan, Kazakhstan, Pakistan, Turkmenistan, Oezbekistan, Kyrgyzstan en Tajikistan.”

© 2015 – Verrekijkers Magazine  Lizet van de Kamp

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *