De laatste absolute monarchieën

Torenhoge wolkenkrabbers,  luxueuze auto’s, mannen in Oosterse gewaden die leeuwen als huisdier houden in gigantische paleizen. De decadentie in de zes Golfstaten – Bahrein, Koeweit, Oman, Qatar, Saoedi-Arabië en Verenigde Arabische Emiraten- tart alle verbeelding. Ze hebben de hoogste levensstandaard in de Arabische wereld, maar het zijn ook de meest autoritaire regimes in de regio. Waarom is democratie zo opvallend afwezig in deze landen?

De zelfmoord van een jonge Tunesische groenteverkoper die zichzelf in brand stak in december 2010 om corruptie en politiegeweld aan te klagen, ontaarde in grote volksprotesten in de Arabische wereld. De vraag van de burgers naar meer politieke rechten werd te luid en leidde tot omverwerping van de autoritaire regimes van Tunesië, Egypte en Libië. Maar de protesten in de Golfstaten bleven uit of werden succesvol de kop ingedrukt zoals in Bahrein. Nog steeds worden die landen geleid door Emirs die kunnen regeren zonder gebonden te zijn aan wetten.

Qatar wordt bijvoorbeeld geregeerd door Emir Tamim bin Hamad al-Thani uit de Al-Thani familie. Politieke partijen zijn verboden en er is geen onafhankelijke wetgevende macht in Qatar. Sinds 2007 zijn er lokale verkozen vertegenwoordigers, maar mogen enkel advies geven aan ministers.

In 2013 was er sprake van nationale verkiezingen voor twee derde van de zetels in het parlement van Qatar, maar die zijn uitgesteld tot 2016. Net zoals in de andere golfstaten is er een gebrek aan democratische instellingen. Daar tegenover staat dat Qatar zich weer het rijkste land ter wereld mag noemen, volgens data van het Internationaal Monetair Fonds, gebaseerd op het BNP en aantal inwoners.

Als we politicoloog Seymour Martin Lipset geloven, zouden die positieve economische ontwikkelingen sociale veranderingen moeten stimuleren die uiteindelijk democratie produceren. Hij beschreef die evolutie al in een artikel in 1959 in American Political Science Review. Deze modernisatietheorie is echter niet van toepassing op de Golfstaten. Om dat te verklaren moeten we terug gaan naar het begin van de twintigste eeuw, wanneer grote olievoorraden ontdekt werden onder de Golfstaten.

Olie versterkt de macht van autoritaire leiders

Olie werd dan wel al in 1908 ontdekt, de wereld toonde pas interesse in de regio vanaf de jaren 30. De reden? Diezelfde enorme olievoorraden. Over het algemeen beschikken de Golfstaten over twee derde van de olievoorraad van de hele wereld en de heersende families konden enorme rijkdom vergaren door te handelen in olie.

De aanwezigheid van olie houdt op verschillende manieren de autoritaire regimes in stand. Een regering haalt normaliter inkomsten uit het heffen van belastingen. Het idee in een democratie is dat degene die belastingen betaalt, iets te zeggen heeft over waar zijn geld naar toe gaat. Met andere woorden, de belastingbetaler mag mee beslissen waarin het geld geïnvesteerd wordt en dus in welke richting de samenleving gestuurd wordt.

Maar aangezien niet iedereen kan of wil deelnemen aan het bestuur van een land, worden er regelmatig vrije verkiezingen georganiseerd waarin iedereen het recht heeft om zich kandidaat te stellen om mee het land te besturen en te stemmen op de kandidaten.

De inkomsten uit olie verbreken echter die verbinding. De overheden hebben geen belastingen nodig om inkomsten te vergaren om het land te besturen, die halen ze immers uit oliehandel. Met die opbrengst koopt de regering de loyaliteit van de bevolking door gratis voorzieningen ter beschikking te stellen. In Qatar is bijvoorbeeld water, onderwijs, elektriciteit en zorg gratis. De bevolking ruilt dus politieke vertegenwoordiging voor welvaart.

Maar de gratis voorzieningen lossen niet alle problemen op. Er zijn nog steeds groepen die rebelleren en om politieke rechten vragen. Daarom worden de inkomsten ook gebruikt om te voorkomen dat burgers zich gaan organiseren. De leiders van de golfstaten zijn dus financieel onafhankelijk geworden van hun volk door de grote olievoorraden onder hun landen.

Koeweit: de vreemde eend in de bijt

Maar één golfstaat heeft ondanks hun olie-inkomsten toch een min of meer democratisch systeem opgericht. Koeweit wordt beschouwd als het meest democratische land van de Golfstaten. Sinds 1962 heeft het een verkozen parlement, maar met sterk gelimiteerde capaciteiten.

Ondanks het verbod op politieke partijen, mogen parlementsleden zich groeperen en de uitvoerende macht ter verantwoording roepen. Het parlement kan een veto uitbrengen op overheidsbeslissingen, maar de emir heeft steeds het laatste woord.
Als olie de enigste reden zou zijn waarom autoritaire regimes zijn ontstaan en blijven bestaan in de Golfregio, waarom heeft Koeweit dan ooit beslist om een parlement op te richten?

De Britse geldstroom

Uit onderzoek van Sami Atallah, voorzitter van het Libanees centrum voor beleidsstudies en voormalig adviseur voor verschillende Libanese ministeries, blijkt dat het koloniaal verleden van het Verenigd Koninkrijk mogelijk een grote rol heeft gespeeld in het al dan niet aanwezig zijn van democratische elementen in de Golfstaten.

Om de verschillen in democratisering van de Golfstaten te verklaren, moet er gekeken worden naar de geopolitieke situatie in de tweede helft van de negentiende eeuw, voordat de grote olievoorraden ontdekt werden onder de Golfstaten, volgens Atallah. Zijn historisch onderzoek toont aan dat de Britten hun invloedssfeer uitbreidden tot de Golfstaten om hun belangen in India te beschermen.

Hoe dichter het land gelegen is bij India, hoe meer de Britten het land beïnvloedde om hun territorium in India veilig te stellen van andere Europese kolonisten. Lokale leiders die toenadering zochten tot de Britten, ontvingen militaire en financiële steun. Op die manier werd de basis gelegd voor de regimes die we vandaag de dag zien.

De toenmalige leiders van Oman, Verenigde Arabische Emiraten, Bahrain en Qatar hadden door de Britse geldstroom weinig stimulans om te onderhandelen met  lokale bevolkingsgroepen voor geld. Wanneer in begin jaren zeventig de Engelse regering besloot zijn koloniale posities in de Golfstaten te verlaten, hadden de staten al voldoende inkomsten vergaard uit olie om hun autoritaire regimes in stand te houden.

Afhankelijk van het volk voor inkomsten

Hoe verder weg de landen van India gelegen zijn, hoe minder het Verenigd Koninkrijk geïnteresseerd was om zich te moeien in de binnenlandse politiek. Koeweit en Saoedi-Arabië waren bijvoorbeeld geen rechtstreekse bedreiging voor Brits-Indië. Koeweit ligt te Noordelijk en Saoedi-Arabië had geen haven in het Oosten die de Britten zorgen kon baren.

Het beleid en het soort regime dat ontstond in Koeweit werd meer beïnvloed door interne spelers. De leider was afhankelijk van lokale handelaars voor zijn inkomsten. Hij moest constant onderhandelen met hen om financiële steun te krijgen om politiek beleid te kunnen voeren. Deze afhankelijkheid zorgden ervoor dat de leider minder autoritair was. In geen enkele andere Golfstaat was dat het geval. Tot vandaag de dag houdt de Emir rekening met de wil van het parlement.

Een toekomst zonder olie?

Op het eerste zicht lijken de golfstaten op moderne Westerse landen. De hoofdsteden worden gesierd door indrukwekkende wolkenkrabbers, grote autostrades en splinternieuwe shoppingcentra waar elk Westers luxemerk verkocht wordt. De elite studeert aan de meest gegeerde Westerse universiteiten en is welbespraakt.

De monarchieën van de Golfstaten tonen dat ze de Westerse moderniteit verlangen, maar willen daarvoor hun persoonlijke belangen niet opgeven. De vraag is echter hoe lang de Golfstaten nog genoeg olieopbrengsten kunnen verzamelen om hun volk af te kopen. Sommige rapporten zeggen zelfs dat Saoedi-Arabië bijvoorbeeld in 2030 niet genoeg olie meer zal hebben om te kunnen exporteren.

Sinds de Arabische Lente in het begin van 2011 startte, is de roep om democratische hervormingen in alle Golfstaten buiten Qatar en Oman luider geworden, volgens data van The New Republic en verslaggeving van Opendemocracy.net. Als de monarchieën geen gratis sociale voorzieningen meer kunnen leveren, zal de druk van het volk voor meer inspraak enkel groter worden. Misschien zal dan het uiterlijke Westerse vertoon overeenstemmen met de Westerse liberale waarden.

© 2015 – Verrekijkers Magazine – Isabelle Gheldolf

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *