Somalische vluchteling helpt Belgische daklozen

Ali Abdi werd negentien jaar geleden geboren in Mogadishu, Somalië. Een land dat al meer dan dertig jaar ontwricht is door een burgeroorlog. Drie jaar geleden vluchtte hij met zijn familie naar België. Ali deelt zijn ervaringen als vluchteling tijdens voordrachten om meer begrip op te wekken voor de asielzoekers in België: “Om de wereld te verbeteren, heb je geen toestemming nodig.” 

Verdwaalde kogel 

Ali is zes jaar oud en helpt zijn moeder met het ontbijt. Op straat in Mogadishu is het stil. Het lijkt een vredevolle dag te worden. Een schot weerklinkt. Een kogel boort zich door het dak van Ali’s huis en eindigt in het been van zijn moeder, Nadifa*. Heel zijn jeugd zal Ali dagelijks geconfronteerd worden met geweerschoten, overvliegende gevechtsvliegtuigen, verkrachtingen en geweld.

Regels noch wetten 

In Somalië woedt sinds 1986 een burgeroorlog tussen de verschillende stammen. Tot op heden is er nog steeds geen stabiele regering gevormd. Nadifa probeert Ali en zijn broers en zussen een zo normaal mogelijk leven te geven. “Het is makkelijker om een wapen te kopen dan een kleurboek in Mogadishu,” vertelt Ali. “Maar mijn familie gelooft niet in wapens, ze geloven in boeken.” Toen Ali acht jaar oud was, veranderde de burgeroorlog. “Voordien kon je relatief veilig leven in de hoofdstad, als je de juiste mensen kende of genoeg geld had om de politie om te kopen. Maar de kansen om een goed leven te hebben waren praktisch onbestaand.”

De islamitische terroristische organisatie Al-Shabaab (‘De Jeugd’ in het Arabisch) ontstond in 2006. De groep wil de rust in Somalië doen weerkeren door een Islamitische staat op te richten. “Ze kwamen naar mijn moeder en zeiden dat zodra haar zonen dertien jaar waren, ze moesten meevechten met de organisatie. Dat was voor haar de druppel. Ze had geen andere keuze dan te vluchten. Er zijn geen regels of wetten in Somalië. De politie helpt je niet.”

De dag brak aan om te vluchten. Er was geen tijd om na te denken over wat Ali meenam. “Mijn moeder, broers en zussen vertrokken te voet richting Ethiopië. Mijn vader bleef achter in Somalië. We hadden niets. Ik raakte iedereen kwijt. Het was ieder voor zich. We moesten de stand van de zon volgen om de weg te vinden. Het duurde twintig dagen vooraleer we elkaar terugvonden.” Uiteindelijk kwamen ze terecht in Addis Abeba, Ethiopië.

Meeste kansen vind je in Europa 

In de Ethiopische hoofdstad vind je de Belgische ambassade. Nadifa startte met het proces om de vlucht naar België mogelijk te maken. “Ik had nog nooit gehoord van België, totdat mijn moeder zei dat we naar daar gingen verhuizen. In Ethiopië was het relatief veilig, maar corruptie en kinderarbeid behoort daar tot de dagelijkse realiteit,” verklaart Ali. “Soms hoor ik de opmerking dat mensen niet begrijpen waarom vluchtelingen niet in de buurlanden van broeihaarden willen blijven, zoals Turkije en Ethiopië. Maar een moeder wil altijd het beste voor haar kinderen. Ze wilde ons de meest veilige toekomst geven met de meeste kansen. Die vind je in Europa.”

Ali Abdi

Ali Abdi

Nadifa maakte van haar hart een steen en liet haar kinderen voor twee jaar alleen in Ethiopië. “Ze reisde alleen met mijn jongste broertje, Ashkir*, naar België om daar alles in orde te maken voor onze aankomst. Ze werkte, spaarde geld van haar uitkering en leefde op water en brood. Elke avond huilde ze omdat ze ons miste.” Na twee jaar had Nadifa genoeg geld om haar familie over te laten komen naar België en ze onder te brengen in een piepklein appartement. “Het was enorm moeilijk om een woonst te vinden. Niemand wilde zijn eigendom aan ons verhuren.” Het eerste wat ze deed was de kinderen in een school inschrijven.

Nood breekt wet 

Ik was enorm dankbaar om in België te zijn. Er is hier niets kapotgeschoten en alles is in orde. Maar al gauw ontdekte ik dat achter die façade veel onbegrip schuilt. Je voelt dat je niet welkom bent omdat je er anders uit ziet. Ik zeg hallo tegen mensen en niemand reageert. Het is moeilijk om je te integreren als de helft van de bevolking de nieuwkomers niet verwelkomt.

Toen Ali zeventien jaar oud was, begon hij met zijn vrienden de daklozen in Antwerpen-Centraal te helpen. “Ik sprak toen nog geen goed Nederlands, dus was het moeilijk om liefdadigheidsorganisaties te vinden die mensen helpen. Dus nam ik zelf initiatief. Ik ging samen met mijn vrienden daklozen koffie en thee brengen. Om de wereld te verbeteren, heb je geen toestemming nodig.” Hij kreeg toen de opmerking dat het vreemd was dat hij als vluchteling mensen hier ging helpen. Dat hield Ali niet tegen. “Ik wilde bewijzen dat het niet uitmaakt wie je bent of waar je vandaan komt om mensen te helpen. Het maakt ook niet uit of de daklozen Belgen, Afrikanen of Arabieren waren. Als iemand in nood is, heeft die hulp nodig, punt.

Vluchteling zijn stopt niet aan de grens

Ali is met onderdrukking opgegroeid. Hij heeft verkrachting en dood gezien. “Ik heb mijn neven en nichten moeten begraven. Ik had als tiener veel kunnen drinken en feesten, maar dat wou ik niet. Ik wil iemand zijn die zijn verhaal deelt met mensen.” Een jaar geleden begon Ali ook te werken, maar nog steeds stoot hij op veel onbegrip.

“Je stopt niet met vluchteling te zijn als je aankomt in België. De problemen gaan door, maar nu op een georganiseerde manier. Alles is hier veilig en in orde, maar ik beschouw het niet als een thuis. Ik heb nu een jaar gewerkt als dakwerker, omdat ik een bijdrage wil leveren aan dit land en belastingen wil betalen. Vervolgens lees ik in de krant dat buitenlanders de jobs innemen van Belgen. En als ik niet werk, ben ik een profiteur. Ik kan dus niets goed doen.

Niet bang zijn voor vluchtelingen 

Ali nam steeds meer deel aan protestbewegingen zoals Antwerp For Palestine. “Ik vond dat ik iets moest doen, maar het moet geweldloos zijn. Ik ben vredelievend. Ik wil niet meer negatieve energie geven aan de wereld.” Op verschillende manifestaties zag Ali de partijvoorzitter van de PVDA Peter Mertens. “Hij was de eerste Belgische politici die mij thuis liet voelen. Hij komt naar de protesten met zijn fiets. Dat vind ik fantastisch. Ik besloot om lid te worden van PVDA om mijn politieke kennis uit te breiden.” Tegenwoordig spreekt Ali op voordrachten over zijn ervaringen als vluchteling en zijn kijk op de wereld. “Ik sprak ook op het evenement Manifesta in Bredene over de vluchtelingen. Maar ik spreek dagelijks iedereen aan over mijn ervaring als vluchteling.”

Wat Ali wil bereiken is dat mensen meer begrip opbrengen voor mensen die noodgedwongen hun land verlaten: “Wees niet bang van vluchtelingen. Ze zijn niet gevaarlijk. Iedereen wil een beter leven. Het enige wat ons samen kan brengen, is liefde en zorg. Als we liefde en zorg tonen voor elkaar, kan niemand je pijn doen. Geloof mij, dat kan het hart veroveren van elk mens.

*Om de privacy te beschermen zijn de namen in dit artikel fictief.

Door Isabelle Gheldolf

© 2016 – Verrekijkers magazine

Fotograaf Sophie Nuytten

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *