Leven in de Jungle

De laatste maanden van de Jungle in Calais gaan in. François Hollande, de Franse president, herhaalde bij zijn laatste bezoek op 26 september zijn plannen voor de volledige ontruiming van het vluchtelingenkamp. Dit zou ten laatste “voor de winter” gebeuren. Ondertussen wordt er ijverig gebouwd aan een betonnen muur die de toegang tot de haven moet beschermen tegen migranten. Verrekijkers trok ter plaatse voor een reportage.

Tekst door Arno Van Rensbergen

Foto’s door Robbe Vandegehuchte- De La Porte

 

14435400_10154126102553702_4885829288309862623_o

Op het stadsplein van de Noord-Franse badstad is alles rustig. Onder de imposante toren van het gemeentehuis doen de Calaisiens hun dagelijkse boodschappen en maken ze praatjes over koetjes en kalfjes. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht. Het is bijna ondenkbaar dat op tien minuten rijden zich het grootste vluchtelingenkamp van West-Europa bevindt. De Jungle, van het Pashto woord “dzanghal” wat bos betekent, is allesbehalve een officiële opvangplek voor vluchtelingen. Wegens het gebrek aan andere hulpverlening in Frankrijk en de korte afstand tot Groot-Brittannië zijn in Calais de laatste jaren duizenden vluchtelingen gestrand. Sinds 2014 is het stilaan een symbool geworden voor de Europese vluchtelingencrisis en politieke onmacht.

 

Extreemrechts

Terwijl we voor het treinstation wachten op onze lift naar de Jungle, komt een jonge vrouw naar ons toe. Ze vraagt ons in gebrekkig Frans of we ook vrijwilligers zijn. Na een korte kennismaking met de Spaanse Anna wordt duidelijk dat dit niet haar eerste keer is; ze heeft al in verschillende opvangkampen een handje toegestoken. Calais is haar laatste halte. Even later stopt een vuile Berlingo op de parking, onze lift is gearriveerd. We worden opgehaald door François die vrijwilliger is bij de grootste organisatie actief in de Jungle. Wanneer Anna even polst of ze met ons mee kan naar het kamp, verwelkomt François haar als een oude vriendin. Hij is sceptischer wanneer hij zijn aandacht tot ons richt: “jullie zijn toch niet extreemrechts, ofwel?” Nadat we hem een oude uitgave van het tijdschrift in de hand drukken, is hij duidelijk gerustgesteld. “Extreemrechts is een groot probleem hier, deze regio is tenslotte het machtscentrum van Marine Le Pen”, excuseert hij zich. De plooien gladgestreken stappen we in. En route.

 

14435175_10154126115108702_3114498059834735369_oDe eerste stop is het warenhuis van de vrijwilligersorganisatie. Het imposante gebouw, gelegen in de zone commercial tussen een wijnhandelaar en een autoverhuurbedrijf, is een hub van activiteit. “Elke dag werken hier talloze vrijwilligers om het leven in de Jungle te vergemakkelijken.” Hij gidst ons langs het stoffige magazijn waar de ingezamelde kleren, slaapzakken en tenten gesorteerd worden. “Sommige mensen reden met hun auto rechtstreeks het kamp in om de donaties zelf te verdelen. Dat is vragen om problemen. Nu hebben we een centraal inzamel- en verdeelpunt, alles verloopt een stuk georganiseerder.” En of. Iedereen lijkt hier een specifieke job te hebben, het doet denken aan de werkvloer van een fabriek. Door de luidsprekers wisselen indie en exotische ska-nummers elkaar af. François neemt ons naar de imposante keuken, waar tientallen vrijwilligers druk in de weer zijn met het snijden van groenten of het roeren in enorme kookpotten. “Het geld om in het levensonderhoud van de vluchtelingen te voorzien komt in 97% van de gevallen via donaties, en slechts 2% is afkomstig van de regering. Ze geven ons elke tien dagen één cent per vluchteling. Elke maaltijd kost twintig cent… Reken het zelf maar uit.” Terwijl hij praat, biedt hij ons spontaan een bord bruine bonen met rijst en stoofvlees aan. Ik voel me schuldig en sla het aanbod beleefd af. “Ons budget voor één jaar is ongeveer 800.000 euro. Het merendeel komt van Groot-Brittannië, de rest van het Europese vasteland. Soms geeft men tien euro, soms duizenden. Alle beetjes helpen.”

 

Migrantbashing

14424771_10154126113518702_1552931008617308123_oFrançois neemt de tijd om met elke vrijwilliger die hij tegenkomt een praatje te maken, de ene keer in het Frans, dan weer in het Engels. Logistieke en organisatorische bedenkingen worden afgewisseld met geklets over het weer. Na enige tijd draait hij zich weer naar ons. “Zullen we?”. We rijden de parking van het magazijn af, op weg naar de Jungle. Na enkele minuten zien we de eerste vluchtelingen aan de ene kant van de weg zitten, de enorme witte stalen hekken van de haven aan de andere kant. Spiraalvormige rollen prikkeldraad op de omheining moeten klimpogingen ontmoedigen.
Enkele weken geleden werden deze wegen geblokkeerd door verontwaardigde truckers, als protest tegen de steeds “agressievere” vluchtelingen die vrachtwagens tegenhouden in de hoop meegenomen te worden richting Groot-Brittannië. Wanneer ik François vraag naar zijn ervaring, lijkt hij lichtjes geïrriteerd: “Dit is grotendeels overdreven door de media. In de Jungle zitten 10.000 mensen en elke avond proberen zo’n 100-tal uit pure wanhoop de trucks te blokkeren. Dagelijks rijden zo’n 5000 vrachtwagens naar de haven, en maar enkelen worden tegengehouden. De ‘migrantbashing’ in de media is een aantal weken zeer hevig geweest, nu lijkt het wat rustiger. De media portretteren de vluchtelingen als gevaarlijke mensen, maar hier komen nauwelijks journalisten écht met ze praten. Hoe weten zij nu hoe gevaarlijk de mensen hier zijn? Als je bovendien bedenkt dat we hier met een enorme massa mensen op een heel klein gebied zitten met verschillende gemeenschappen en religies, is het niet zo merkwaardig dat er af en toe incidenten voorkomen.”

 

Arabische koffie

14409644_10154126116808702_1846323317718955403_oWanneer we bij de ingang van de Jungle aankomen, blokkeren twee politiecombi’s de weg. De zwaarbewapende agenten kijken ons wantrouwig aan. François vraagt of we onze pers- en identiteitskaart op zak hebben, maar we komen zonder problemen binnen. Lopend door de straten van het kamp, valt al snel het grote aantal geïmproviseerde winkeltjes en cafeetjes op. “Dit is de hoofdstraat van het kamp. Hier kan je alles vinden wat je nodig hebt.” Flessen frisdrank en goedkope gsm’s sieren de etalages. “De vluchtelingen kopen en verkopen van alles door, met tientallen verschillende valuta. Er is hier een hele economie ontstaan.” Door het gebroken raam van een houten hutje wordt François’ naam in vreugde geroepen en een man met een brede glimlach stapt naar buiten. Na een korte kennismaking nodigt hij ons uit in zijn café voor een goedkope maar authentieke Arabische koffie. Voor we kunnen instemmen, maant onze gids ons aan om verder het kamp in te trekken. “Voor je het weet ben je hier binnen uren kwijt. Goede koffie wel.”

 

14372020_10154126116968702_3244820116353497299_oDe geuren en geluiden van het kamp dringen stilaan binnen. Je waant je in een Afrikaans dorp, en vergeet even dat je maar een treinrit verwijderd bent van huis. We wandelen de hoofdstraat uit en nemen een scherpe bocht naar rechts. De zandweggetjes hebben plaats gemaakt voor een gigantische modderplas. Tussen het slijk en de ingangen van de veelkleurige opgooitenten is amper ruimte om te manoeuvreren. We stappen over een paar voeten die uit een tent steken en die het water juist niet raken. De eigenaar van de voeten slaapt onverschillig verder. “Zie je de cijfers op de zijkant van de tenten?”, vraagt François. “Die zijn er zodat wij weten hoeveel mensen in een tent of in een hut wonen. De regering houdt vol dat hier maar 7000 vluchtelingen leven, maar dit is verre van correct. Ze sturen vijf tot zes teams die één keer bij de geïmproviseerde woningen aankloppen, en als er niemand antwoord schrijven ze op dat er niemand woont. De vrijwilligersorganisaties daarentegen verdelen de Jungle in tien delen, en elk deel wordt door een team van vier mensen onderzocht. We doen er gemiddeld drie dagen over, maar zo krijgen we wel een meer realistisch beeld van de bevolking van het kamp.”

 

14361328_10154126103708702_6538198250838688358_o

 

Windmolens in de achtertuin

14361299_10154126103388702_6321983630018598625_oNa een eindeloze wirwar van straatjes en steegjes komen we aan een verharde weg, begrensd door een gigantisch groen hek. Aan de andere kant van de omheining ligt een typische Noord-Franse boerderij. De terrasstoelen en parasol op de binnenplaats zijn weggedraaid van het tentenkamp. Ik vraag François naar de contacten tussen de buurtbewoners en de vluchtelingen. “De houding van de buren is bijna vijandig te noemen. Maar ik snap het wel. Je hebt hier een huis gekocht op wandelafstand van het strand en opeens staan hier duizenden mensen. De weilanden en duinen rond je tuin zijn plots een gigantisch tentenkamp geworden. Maar ik denk dat ze het menselijke leed uit het oog verloren zijn. De buren klagen in de krant en op de radio dat er geluidsoverlast is, over de vuiligheid, dat de mensen gevaarlijk zijn. Ze sturen dagelijks brieven naar de burgemeester en de regering om te klagen. Het is bijna vergelijkbaar met mensen die plots windmolens in hun achtertuin hebben staan die het uitzicht verpesten. Nochtans krijgen de bewoners een goede deal van de stad om hier te wonen.” Met het beeld van het pittoreske stadscentrum in het achterhoofd, vraag ik me luidop af of de vluchtelingen de stad in mogen. Mijn bedenking krijgt een vliegensvlugge repliek. Voor de migranten is het verboden om in de zee te zwemmen en ook het gemeentelijke zwembad is schijnbaar off-limits voor hen. Volgens onze gids geeft de burgemeester ook geen toestemming aan verenigingen om vluchtelingen in de stad te helpen en worden ze dus de facto geweerd uit het centrum.

 

Uitgesloten van het onderwijs

We wandelen langs een geïmproviseerd schooltje. Volgens cijfers van de vrijwilligersorganisatie is sinds maart het aantal kinderen dat in de Jungle woont meer dan verdubbeld, en het aantal onbegeleide minderjarigen zelfs verdrievoudigd. “800 kinderen moeten dringend naar school. Er zijn hier maar twee scholen voor telkens twintig kinderen, en in de stad worden ze uitgesloten van het onderwijs.” zegt François. “Als de kinderen niet kunnen bijleren binnen de veiligheid van de schoolmuren, worden ze bijna verplicht om doelloos het kamp rond te dwalen waar ze in contact kunnen komen met smokkelaars, drugs of geweld.” Enkele dagen voor ons bezoek was een Afghaanse jongen overleden na een aanrijding door een vrachtwagen op de snelweg naar de haven. De veertienjarige had een verzoek ingediend om zijn broer te kunnen vervoegen in Groot-Brittannië, maar het proces duurde zo lang dat hij de fatale wanhoopspoging ondernam.

 

Witte containers

14379818_10154126109138702_8273663613801284955_oIn december 2016 maakte de Franse regering 500 meter in breedte langs het hele kamp vrij om de mensen die hekken over kruipen beter in het oog te kunnen houden. In maart werd het zuidelijke stuk van het kamp afgebroken. 3500 mensen werden uit hun tenten en hutten verjaagd. In het midden van het kamp werden door de overheid verwarmde containers geplaatst als tijdelijk onderkomen. “De regering zei dat ze genoeg plaats hadden in het containerdorp, maar in de praktijk bleef meer dan de helft van de verjaagde bewoners in de kou staan. Alleen de kerken en scholen in de Jungle  werden van de bulldozers gespaard. De migranten hadden vijf minuten om hun tenten en hutten te verlaten voor ze met de grond gelijk gemaakt werden. Hoewel de minister de opdracht had gegeven geen geweld te gebruiken, ontstonden al snel onlusten tussen de politie en de migranten. Twee vrijwilligers werden opgepakt en zijn nog steeds met een juridische strijd bezig.”

Na de ontruiming in maart 2016 berichtte de Britse hulporganisatie Help Refugees UK dat meer dan honderd niet-begeleide kinderen vermist waren. Hierna volgden al snel eisen voor de Franse regering om onmiddellijk systemen van registratie en bescherming op te zetten voor de resterende niet-begeleide kinderen in het kamp.

 

Constante dialoog

De hulporganisaties staan er evenwel niet alleen voor. “Gelukkig krijgen we bij zulke noodsituaties hulp vanuit het kamp zelf. Hoewel er tientallen verschillende nationaliteiten en contesterende religies aanwezig zijn, is er een soort structuur in de Jungle ontstaan. De verschillende gemeenschappen hebben vertegenwoordigers, en zij berichten ons over eventuele problemen in het kamp. Enkele weken geleden werd een Sudanese vluchteling dood teruggevonden, waarschijnlijk vermoord door een Afghaanse mensensmokkelaar. De Sudanezen in het kamp eisten wraak en een handgemeen met de Afghanen leek onvermijdelijk. De vertegenwoordigers zijn toen een dialoog aangegaan met de twee partijen. De Imams eisten dat het geweld zou uitblijven tot het vrijdagsgebed, en nadien was er geen spanning meer te bespeuren. Er is een constante dialoog ontstaan tussen het kamp en de organisaties, hoewel we allemaal verschillende talen spreken.”

 

“In Afghanistan blijven was geen optie”

14362633_10154126114073702_4884044987450188392_oWe komen aan in het zuidelijke, ontruimde deel van het kamp. De zandduinen hebben hier hun natuurlijke plaats terug ingenomen. In de verte, recht in het midden van het veld, staat een rode bestelbus met daarrond tientallen drummende mensen. Wanneer we het tafereel naderen, wordt al snel duidelijk dat het geen voedselpakketten maar gezelschapsspellen zijn die uitgedeeld worden. Aan het begin van de rij kijkt een forse jongeman me met een glimlach aan. Met uitgestrekte hand komt hij me tegemoet. Beetje bij beetje, aan de hand van veel gebaren en gebrekkig Engels, kom ik Shoaib’s verhaal te weten. Hij is nog maar achttien jaar, maar heeft er al een reis van vier maanden opzitten van Afghanistan, door Turkmenistan en Turkije, langs de Balkanlanden richting Frankrijk. Een reis van meer dan 6000km. Ik vraag hem hoe het leven in de Jungle is. “Fifty-fifty”, antwoordt hij. “Sommige dagen zijn zwaar, andere wat beter. Maar in Afghanistan blijven was geen optie”. De glimlach is ondertussen van zijn gezicht verdwenen. “Gelukkig heb ik een hoop vrienden waar ik op kan rekenen.” ”Zoals François?” “Ja, zoals François.”

 

Voorbij de bestelbus markeert een betonnen viaduct het einde van de Jungle. Aan de zijkant van de verkeersbrug is de muurschildering “The Son of a Migrant from Syria” van graffiti-artiest Banksy te zien. Ik vraag François naar de toekomst. “We proberen juridische acties te ondernemen om de regering te verplichten voor betere levensomstandigheden te zorgen. Met de ontruiming van delen van het kamp hebben we toch nog de restaurants, winkels, kerken en scholen kunnen redden. De Franse regering wil nu het hele kamp opdoeken en de mensen verspreiden over het land.” Hij valt even stil en kijkt naar de tenten. “In de tussentijd blijven we zo veel mogelijk helpen.”

 

14424815_10154126114858702_4833066202235918808_o-1

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *