2017. Een kanteljaar voor de Europese Unie

2016 wordt door heel wat Europese politici als een rampjaar beschouwd. Zoals u wellicht al weet, was 2016 het jaar waarin zowel Brexit als de verkiezing van Donald Trump waarheid werden. In 2017 zal Europa zich opnieuw schrap moeten zetten: er vinden immers verkiezingen plaats in Frankrijk, Nederland en Duitsland. Het resultaat van deze verkiezingen kan het bestaan van de Europese Unie op de helling zetten.

Door Gilles Van Hecke

 

© Daily Express

Inderdaad, Europese doemdenkers zullen stellen dat 2016 slechts een voorbode is van wat er ons in 2017 te wachten staat. Voordat we overschakelen naar de mogelijke gebeurtenissen in 2017, lijkt het interessant om even stil te staan bij wat er net gebeurd is in 2016. Zoals u misschien heeft opgemerkt, kwamen zowel Brexit als de verkiezing van Trump als een donderslag bij heldere hemel. De voting polls toonden namelijk aan dat de remain-voters in het Verenigd Koninkrijk zich in de meerderheid bevonden. Aan de andere kant van het water stond het dan weer buiten kijf dat Hillary Clinton de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten zou worden. Geen van beide voorspellingen kwam uit. Integendeel, het onwaarschijnlijke doemscenario werd waarheid.

Wat is het establishment?

Veel analisten hebben al opgemerkt dat het in beide gevallen om een stem tegen het establishment ging. In het Brexit-verhaal bestond het leave-kamp vooral uit oudere mensen, die zich eerder in landelijke dan stedelijke gebieden bevonden. De kiezers van Donald Trump bevonden zich net als in Groot-Brittannië eerder op het platteland dan in de stad. Een groot deel van de Trump-kiezers werd bovendien ook beschouwd als laaggeschoold. Deze gegevens illustreren alvast wat het establishment niét is. Maar wat is het establishment dan wél?

Wanneer de pers naar het establishment verwijst, doelt men vaak op een kleine groep mensen die over enorm veel macht beschikt: de zogenaamde ‘1%’. Het gaat dan om bestuurslui van multinationals, invloedrijke politici, lobbyisten, … Zij zouden hun invloed aanwenden om wetgeving te laten aannemen die op hun maat gesneden is. Men probeert op deze manier louter zichzelf te verrijken en de machtspositie te versterken. Waar de media echter niet op ingaat, is dat er blijkbaar heel wat mensen het zogenaamde establishment zijn blijven steunen. Hoewel we in Europa de stemmen voor het remain-kamp en Hillary Clinton als normaal beschouwen, is dit eigenlijk allerminst logisch. Als er inderdaad sprake zou zijn van een ‘1%’-elite, hoe komt het dan dat slechts een kleine meerderheid zich afzet tegen het establishment?

Het uitmelken van Jan Modaal

Eén verklaring gaat er vanuit dat heel wat kiezers oordelen dat er geen establishmentbeleid bestaat. Wellicht is het beter om iets genuanceerder naar de zaken te kijken. In de Europese en Amerikaanse samenleving is er de laatste jaren een wijdverbreid gevoel ontstaan dat er een soort van elitaire opperklasse bestaat. Men kan de oorzaak hier gaan zoeken bij de financiële crisis uit 2007 én de manier waarop deze opgelost werd. Het is immers een publiek geheim dat de belastingbetaler moest opdraaien om de bankenwereld te redden. De banken waren namelijk ‘too big to fail’: een eventueel faillissement van bepaalde banken zou alleen maar leiden tot meer faillissementen en moest dus koste wat het kost vermeden worden. Hierdoor zou de belastingbetaler uiteindelijk de rekening gepresenteerd krijgen, terwijl de oorzaak nochtans grotendeels in het nonchalante gedrag van de banken lag.

Een duidelijke stem tegen het establishment © newsweek.com

Een duidelijke stem tegen het establishment         © newsweek.com

Na de bankencrisis volgde geleidelijk aan een economische crisis. Deze tweede crisis zorgde ervoor dat er heel wat mensen hun jobs verloren. Die economische crisis laat zich trouwens nog steeds voelen, denk bijvoorbeeld aan de zwarte septembermaand afgelopen jaar waarin talloze jobs verloren gingen bij ING, Caterpillar, Douwe Egberts, Axa, … Deze economische crisis kwam net op een moment dat er een heus besparingsbeleid werd geïnstalleerd in de meeste Europese lidstaten. Het is niet onredelijk te denken dat deze besparingsmaatregelen er kwamen als gevolg van de bankenreddingen. Deze reddingen hadden de verschillende Europese regeringen namelijk handenvol geld gekost.

Inderdaad, de laatste jaren heeft de correcte belastingbetaler heel wat inspanningen moeten leveren om de fouten van de superrijken te herstellen. Men heeft hiervoor bitter weinig in de plaats gekregen. Integendeel, een belangrijk deel heeft net het deksel op de neus gekregen. Het gevolg van dit alles is dat er zich vandaag heel wat frustratie bevindt onder een brede laag van de bevolking. Een frustratie die zich uit in een stem tegen het jarenlange beleid van het establishment. Maar waarom gaat het hier dan slechts over een nipte meerderheid die zich afzet tegen de ‘1%’-elite? Omdat de financiële en de daaropvolgende  economische crisis vooral ouderen en laaggeschoolden heeft getroffen. Daar komt bovenop dat er door de technologische evolutie van de laatste decennia heel wat jobs aan machines en robots verloren zijn gegaan. Het is inderdaad zo dat deze technologische evolutie ook nieuwe jobs gecreëerd heeft, maar deze jobs kunnen niet ingevuld worden door oudere en/of laaggeschoolde personen. Zij beschikken immers niet over de vereiste kennis om zo een functie op te nemen. Het is dan ook niet toevallig dat net deze groep mensen massaal voor een ingrijpende verandering heeft gestemd.

Anti-establishment in Europa

2017 is het jaar van de waarheid voor de Europese Unie. Er vinden verkiezingen plaats in Nederland, Frankrijk en Duitsland waar respectievelijk Geert Wilders, Marine Le Pen en Frauke Petry een stem tegen het establishment vertegenwoordigen. Deze controversiële politici wensen de stem tegen het establishment te vertalen naar een eventueel vertrek uit de Europese Unie. Het lijkt niet onredelijk om te stellen dat een Europese Unie zonder Frankrijk, maar vooral zonder Duitsland niet lang stand zal houden. Duitsland is namelijk de drijvende kracht achter de relatieve welvaart in Europa. De Europese Unie lijkt dus voor een historische tweesprong te staan: slaan we links af richting verdere integratie of kiezen we voor het rechtse straatje richting Europese desintegratie?

Wilders, Petry en Le Pen © time.com

Geert Wilders, Frauke Petry en Marine Le Pen     © time.com

Momenteel ziet het er naar uit dat we eerder naar rechts hellen. Zowel Marine Le Pen als Geert Wilders liggen momenteel op kop in de opiniepeilingen. In Duitsland kent de Alternative für Deutschland (AfD) even een moeilijkere periode. Terwijl ze in september 2016 nog 16% van de stemmen zou binnengehaald hebben, krijgt de partij momenteel ‘slechts’ 11% van de stemmen achter haar naam. Wellicht dienen we ons dus eerder zorgen te maken om Frankrijk en Nederland.

 

Het lijkt erop dat zowel de Europese beleidsmakers als de nationale overheden de laatste jaren te weinig rekening gehouden hebben met de slachtoffers van de financiële en economische crisis. Jammer genoeg kunnen we niet stellen dat hier vandaag de dag veel aandacht aan besteed wordt. Door de Arabische Lente werd de Europese Unie geconfronteerd met een blijkbaar moeilijk op te lossen migratievraagstuk. Europese politici hebben zich te veel geconcentreerd op dit vraagstuk zonder dat de vorige (economische) kwestie opgelost werd. Dat heeft als gevolg dat de Europese slachtoffers van de economische crisis zich tekortgedaan voelen. Hier hebben rechtse, nationalistische groeperingen doorheen heel Europa handig gebruik van gemaakt. Zij hebben van de mogelijkheid geprofiteerd om de economische malaise te linken aan de vluchtelingenproblematiek. Volgens hen zou het sluiten van de grenzen ervoor zorgen dat er opnieuw gefocust kan worden op het lot van de eigen onderdanen. Hiervoor zou men dan uiteraard uit de huidige Europese Unie moeten stappen.

Integratie of desintegratie

Het is moeilijk om concrete voorspellingen te doen en het is belangrijk om alles in de juiste context te plaatsen. In Nederland zou een overwinning van Geert Wilders ervoor zorgen dat zijn Partij Voor de Vrijheid (PVV) de grootste partij wordt. De kans dat zijn partij dan effectief zou mogen besturen, is echter redelijk klein. Er wordt immers aangenomen dat andere partijen geen coalitie willen aangaan met de PVV. In Duitsland geldt dan weer dat de Bondskanselier verkozen dient te worden via een absolute meerderheid in het parlement. Het lijkt dus vrij onwaarschijnlijk dat Frauke Petry het in de aankomende verkiezingen tot bondskanselier zal schoppen. In Frankrijk liggen de zaken dan weer anders. Daar beschikt de president over heel wat macht. Indien Marine Le Pen de verkiezingen wint, dan zal zij de eerste vrouwelijke president van Frankrijk worden. Deze kans is wel degelijk reëel. Zij wil niet per se uit de Europese Unie, maar wil de organisatie wel drastisch hervormen zodat er weer meer bevoegdheden naar de staten gaan. Indien de Europese Unie hier niet mee akkoord gaat, dan dreigt een Frexit.

Samenvattend kunnen we stellen dat de financiële en economische crisis zich na enkele jaren vertaald hebben in een Europees-politieke crisis. De beleidsvoerders hebben te weinig rekening gehouden met een zeer kwetsbare groep en krijgen vandaag de rekening gepresenteerd. Zoals eerder al gesteld: 2017 wordt een kanteljaar voor de Europese Unie. Ofwel wordt er voor het pad van de desintegratie gekozen en brokkelt ze uiteen, ofwel overleeft ze de huidige crisis en heeft ze de mogelijkheid om te leren uit haar fouten. In het laatste geval zou dat betekenen dat de Europese Unie in de toekomst een meer representatief beleid voert, waarbij ze rekening houdt met zowel de middenklasse als de meer kwetsbare laag van de bevolking.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *