Een ontmoeting met Hubert Haddad

Het is maandagavond 2 maart als Professor Kathleen Gyssels van de Universiteit van Antwerpen op een bijeenkomst van de Alliance Française in Kontich de Tunesisch-Franse schrijver Hubert Haddad introduceert. Haddad (Tunis, 1947) is al ruim veertig jaar actief en heeft door de jaren heen een indrukwekkend repertoire aan gedichten, toneelstukken, romans en korte verhalen opgebouwd. In zijn werk weet Haddad het reële met het denkbeeldige goed te combineren en zo slaagt hij erin zijn boodschap als schrijver en dichter met de wereld succesvol te delen.

Door Henk Sanders 

De deugd van het verbannen zijn

Haddad neemt ons mee terug naar zijn jeugd. Al op jonge leeftijd verlaat hij Tunesië en komt hij begin jaren 50 met zijn Algerijnse moeder en Tunesische vader aan in Parijs. Wat hem daar vooral opvalt, is het contrast tussen de decadentie van de bruisende stad en de schrijnende armoede waarin de familie Haddad zelf dagelijks leeft. Zijn thuissituatie lijkt niet veelbelovend, maar toch slaagt de dan nog jonge Hubert erin om een gerenommeerd schrijver te worden. Haddad zelf schrijft dit toe aan wat hij noemt “de deugd van het verbannen zijn”. Hij maakt geen deel meer uit van zijn land van herkomst, maar voelt zich ook geen onderdeel van de nieuwe samenleving om hem heen. Haddad vindt zijn toevlucht in taal. Taal is een medium dat hem de ruimte geeft om zich daadwerkelijk uit te kunnen drukken. Het creëert voor hem de mogelijkheid om datgene op te roepen wat er niet is. Haddad kan zo een eigen wereld creëren waarin alles kan. In een dergelijke wereld kunnen bijvoorbeeld zijn ouders succes ervaren en welvarend zijn. Het zijn deze persoonlijke ervaringen als jonge allochtoon in Parijs die hem vormen en hem de inzichten verschaffen die hem uiteindelijk tot een begenadigd schrijver zullen maken.

 

Afbeelding1

Auteur Hubert Haddad en prof. Kathleen Gyssels, hoogleraar Franstalige postkoloniale literaturen aan de UA

Un monstre et un chaos

Vervolgens vertelt Hubert Haddad over zijn nieuwste roman, Un monstre et un chaos (2019), waarin hij de gebeurtenissen schetst in het joodse getto Lodz ten tijde van de Tweede Wereldoorlog in Polen. Hoofdrolspeler Chaïm Rumkowski heeft zich er uitgeroepen tot koning der Joden en veinst zijn volk te redden, maar in werkelijkheid heeft hij het getto al geruime tijd veranderd in een enorm industrieel apparaat dat volledig in dienst staat van het Duitse Derde Rijk.

De geschiedenis leert ons dat het maken van onderscheid tussen mensen vaak leidt tot ongelijkheid en racisme.

Afstand nemen van de gruwelen

Haddad vertelt ons dat hij door zijn realistische schrijfstijl soms een enorme behoefte heeft om even wat afstand te nemen van het verhaal. Dit vanwege het feit dat de roman, hoewel fictief, wel degelijk gebaseerd is op de realiteit. Er zijn gruwelijke misdaden begaan tegenover het Joodse volk en zes miljoen van hen zouden uiteindelijk sterven door de terreur van de Nazi’s. Haddad benadrukt dat dit ons allemaal na zoveel jaren nog steeds aangaat. We zijn allemaal getuige van de menselijke geschiedenis en haar lelijke kanten, zoals kolonisatie en racisme. En we moeten hier lering uit trekken.

Gevaarlijk gedachtegoed en de consequenties

Haddad wil met zijn roman Un monstre et un chaos duidelijk maken hoe absurd het is om verschil te maken tussen mensen op gebieden als ras en religie. De geschiedenis leert ons dat het maken van onderscheid tussen mensen vaak leidt tot ongelijkheid en racisme. Wanneer het een excuus wordt om hele volkeren te onderwerpen, kan het zelfs leiden tot imperialisme. Kijk maar naar landen als Algerije en Tunesië, en eigenlijk heel Afrika, waar mensen uiteindelijk hierdoor tot inferieure burgers, inboorlingen en zelfs slaven zijn gedegradeerd.

In Un monstre et un chaos laat Haddad zien wat dat gedachtegoed heeft gedaan met de Joden. In zijn roman krijgen de Joodse gettogevangenen te maken met collaborateurs uit eigen gelederen en met onderdrukking, deportaties, verkrachtingen en moorden door de Nazi’s, die door Haddad “een bende hallucinerende idioten en krankzinnige gekken” worden genoemd. Maar toch, hoe wanhopig de situatie ook is, de Joodse bevolking weet zich door haar veerkracht altijd te handhaven in het getto van Lodz, zowel op spiritueel als op cultureel vlak.

Vragenrondje

Hubert Haddad sluit de avond af met het beantwoorden van vragen uit het publiek en hierbij geeft hij enkele interessante antwoorden. Als het gaat over feit en fictie combineren in zijn werk, zegt Haddad dat hij zich altijd goed inleest in de materie. Daarnaast gaat hij ook op reis om het echte leven op te zoeken waarover hij wil schrijven. Hij wil de landschappen zien, de mensen aan kunnen kijken en hen spreken om goed te kunnen begrijpen waarover hij schrijft. Naar aanleiding van zijn boek Palestine (2007) komt de vraag of hij een serieuze dialoog tussen Israël en de Palestijnen nog mogelijk acht nu veel Palestijnen hier weinig vertrouwen meer in lijken te hebben. Volgens Haddad is blijven communiceren met elkaar het allerbelangrijkste. Zowel Israëli’s als Palestijnen moeten volgens hem leren inzien dat het voor beide bevolkingsgroepen noodzakelijk is dat er uiteindelijk een duurzame vrede tot stand komt. En dialoog is de enige weg daar naar toe.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *