De oorlog in Artsakh: het onvervreemdbare recht van de Armeense bevolking op voortbestaan

In de vroege ochtend op 27 september 2020 wordt de burgerbevolking in republiek Artsakh opgeschrikt door hevige bombardementen. Enkele uren later verklaart Azerbaijan, met militaire steun van grote broer Turkije, oorlog aan de republiek. Duizenden Armeniërs gaan vrijwillig naar het front en riskeren hun leven. Armeniërs die in het buitenland wonen, komen massaal op straat of ondernemen initiatieven om het onrecht onder de aandacht te brengen. Wat ligt aan de basis van het conflict? Waarom vormt deze oorlog een dreiging voor het existentiële recht op het voortbestaan van het Armeense volk?  

Door Maria Gharibyan

Foto: Armeense Ministerie van Defensie

Foto: Armeense Ministerie van Defensie

Het ontstaan van het conflict

De oorlog die intussen drie weken aan de gang is tussen Artsakh, Armenië en Azerbaijan, heeft de Kaukasus overhoopgegooid. Het betreft de zichzelf onafhankelijk verklaarde republiek Artsakh – ook gekend als Nagorno-Kharabakh – wat een autonoom bestuurde enclave dat in het gebied ligt van wat nu de republiek van Azerbaijan vormt.

De oprichting van de Sovjet-Unie betekende de annexatie van vele landen en gebieden, waarvan tevens het huidige Armenië, Azerbaijan en Artsakh. In 1923 werd de autonoom bestuurde oblast (provincie) Nagorno-Karabkh los gemaakt van de SSR Armenië en onder leiding van Stalin naar SSR Azerbaijan overgedragen. Artsakh bestond echter uit een meerderheid Armeniërs waar, toen ook Azeri’s kwamen wonen. Vanaf 1988, werd langs Armeense kant gevraagd om Arstakh terug over te dragen aan SSR Armenië. De Sovjetregering keurde deze aanvraag echter af.

Na de val van de Sovjet-Unie claimen beide landen dit gebied. Met de onafhankelijkheidsverklaring van Armenië en Azerbaijan in 1991 neemt de vijandelijkheid tussen de twee groepen toe. Uiteindelijk ontstaat er oorlog tussen Artsakh – ondersteund door Armenië – en Azerbaijan. Armenië wint en Artsakh roept zichzelf uit als onafhankelijk republiek met een eigen president en regering. Ondanks het zelfbeschikkingsrecht van Armeniërs in Artsakh (artikel 1 van Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten) wordt deze republiek internationaal niet erkent.

Hierna vinden een reeks onderhandelingen plaats binnen de OSCE Minsk-groep, dat opgericht werd om een vreedzame oplossing te ondersteunen voor dit conflict. Deze groep bestaat uit 5 leden: Armenië, Azerbaijan, Frankrijk, Verenigde Staten en Rusland. Armenië en Azerbaijan ondertekenen meermaals een staakt-het-vuren, dat meermaals geschonden werd door Azerbaijan.

kaart: Nagorno -Karabakh

Nagorno -Karabakh geografisch gesitueerd

Het gewelddadig conflict als poging om een revolutie in Azerbaijan te ontmoedigen?

Zowel Armenië als Azerbaijan kenden na hun onafhankelijkheid corrupte leiders. Twee jaar geleden maakt Armenië een vredige overgang naar een democratie. Azerbaijan blijft tot heden echter een dictatuur, onder leiding van president Aliyev, met als eerste vice-president zijn vrouw Mehriban Aliyeva. Azerbaijan haalt vooral rijkdom uit hun oliebronnen. De meeste Azeri’s daarentegen kennen een arm en onderdrukt bestaan. De pers krijgt er geen voeten aan de grond en het land staat hoog op de ladder van politieke gevangen (Internationaal op plaats 168 volgens Reporters without Borders).

Buurland Armenië wist een einde te maken aan de corruptie en onderdrukking. Lees hier meer over de Armeense Revolutie. Beseffen de Azeri dat de Aliyev dynastie zo lang mogelijk aan de macht wilt blijven en daarvoor de huidige oorlog verklaarden? In mijn persoonlijke opinie vormt deze revolutie een van de redenen waarom Azerbaijan de oorlog verklaarde.

De huidige politieke situatie

Op 27 september 2020 rond 7 uur ’s morgens, schende Azerbaijan het staakt-het-vuren en bombardeerde de burgerbevolking in Artsakh. Enkele uren hierna verklaarden ze de oorlog aan de republiek Artsakh.

Azerbaijan krijgt militaire steun van zijn grote broer Turkije. President Erdogan rekruteert daarnaast Syrische terroristen om te gaan vechten voor Azerbaijan. Aan Armeense kant is er nog geen sprake van militaire steun van andere landen. Er zijn vooral veel protesten door Armeniërs die in het buitenland wonen. Armenië kent namelijk een grote diaspora door onder meer de Armeense genocide in 1915.

Armeniërs eisen de internationale erkenning van de republiek Arstakh en het stopzetten van militaire cargo naar Turkije en Azerbaijan. Bovendien laat Azerbaijan slechts een klein aantal internationale journalisten toe, terwijl Armenië juist journalisten stimuleert om te rapporteren over de toestand. Catherine Norris, journaliste bij France24 gaf aan dat ze in strike omstandigheden de situatie in Azerbaijan rapporteert:

‘We’re getting information only on this side of the conflict. Of course France24 does have teams in Armenia as well, but it’s quite difficult here to work out what exactly is going on….. our movements and freedom of report are somewhat controlled’.

gebouwd tussen de 9e en 13e eeuw

Dadivank klooster in Artsakh, gebouwd tussen de 9e en 13e eeuw

 

Internationale steun? 

Op 10 oktober nodigt Rusland de ministers van buitenlandse zaken (van Armenië en Azerbaijan) uit om te onderhandelen en de oorlog niet te laten escaleren. Hier werd een humanitair staakt-het-vuren afgesproken. De bedoeling was om gesneuvelde en gevangengenomen soldaten uit te wisselen. De staakt-het-vuren heeft echter 5 minuten geduurd. Een tweede humanitaire staakt-het-vuren werd afgekondigd op de nacht van 17 op 18 oktober. Deze heeft twee uur stand gehouden. Omstreeks 02.05u werden er opnieuw beschietingen vastgesteld door Azerbaijan.

Ook in andere landen vormt de oorlog stof voor debat. Het Vlaams parlement stemde op 15 oktober unaniem een resolutie dat de aanval van Azerbaijan veroordeelt, net als het gebruik van clusterbommen op de burgerbevolking. Ook Oostenrijk en Luxembourg stemden een dergelijke resolutie. Het Europees Parlement daarentegen kwam na een debat erover nog niet naar buiten met een resolutie. Tot op heden zijn er echter geen internationale organisaties betrokken bij het conflict.

Genocide, een blijvende dreiging in 2020

De vijandelijkheden tussen beiden bevolkingsgroepen zijn na de oorlog in de jaren negentig blijven stijgen. Dit heeft geleid tot haat langs beide kanten.  Deze haatgevoelens kregen een absolute uiting toen in 2004, Ramil Safarov (officier in het Azeri leger) tijdens een NATO-seminarie in Budapest, een Armeense soldaat ’s nachts in zijn slaap met een bijl vermoorde. Eerst werd hij aangehouden in Hongarije maar werd na enkele jaren uitgeleverd als crimineel (onder de ‘Strasbourg conviction’) aan Azerbaijan, waar hij tot nationale held werd verklaard.

Dit is hét perfecte voorbeeld, van het gevolg van de ontkenning van de Armeense Genocide door de Ottomaanse Turken. De haat is doormiddel van het conflict in Artsakh overgedragen aan Azeri’s die een gedeelde cultuur en etnische groep zijn gaan vormen met de Turken.

De betrekking van Turkije in dit conflict bewijst dan ook niets anders. Deze oorlog gaat dus niet alleen over grondgebied en geschiedenis maar vooral het onvervreemdbare recht van het Armeense volk om te bestaan en te blijven bestaan. Onlangs poste men een video op sociale media waarop te zien was hoe gevangengenomen  Armeense soldaten geëxecuteerd werden. Daarenboven plaatsen Azeri soldaten een foto waarbij ze een Armeense soldaat hadden onthoofd. Om die reden zien Armeniërs dit conflict als een dreiging voor hun existentiële recht op voortbestaan. Ze zullen dan ook (internationaal) blijven protesteren om druk te zetten op de internationale gemeenschap. Artsakh vecht op dit moment tegen Azerbaijan, Turkije en Syrische terroristen.

ISTANBUL, TURKEY - APRIL 24: People hold pictures of victims during a memorial to commemorate the 1915 Armenian mass killings on April 24, 2018 in Istanbul, Turkey. People gathered to mark the 103rd anniversary of the slaughter of up to 1.5million Armenians by the Ottoman government in an event many view as genocide. (Photo by Chris McGrath/Getty Images)

Istanbul 2018: Herdenking van de slachtoffers van de Armeense Genocide in 1915

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *