Brief aan mijn aanrijder

Een fietsdode elke vijf dagen… De mediaberichten van afgelopen week brachten de schrijnende verkeerssituatie in ons land aan het licht. Nogmaals, want eigenlijk is het oud nieuws. Voor sommigen loopt een aanrijding ‘goed’ af, voor anderen niet… 

Eind april 2019 was ik op weg naar mijn les, naar campus Groenenborger, met de fiets. Bij het oversteken werd ik aangereden door een auto. Een jaar later betwistte mijn aanrijder nog steeds haar fout.

Ik schreef haar een brief die ik nooit verzond, omdat alle communicatie via de advocaten loopt in zo’n situatie. Omdat je zoiets niet via sms kan sturen, en ik verder geen contactgegevens van haar had. Omdat ik haar excuses niet wou echt horen. Nu publiceer ik hem, in de hoop je te doen reflecteren. Over je verantwoordelijkheid als bestuurder, je positie in het verkeer, de positie van de auto in ons verkeer, over wat je doet als dit jou overkomt.

Door Merel Meersman

25 april 2020

Op de tweeëntwintigste van iedere maand ontvang ik een mailtje van een advocaat. U hebt nog tijd nodig om te overleggen, u betwist uw schuld, u bekijkt uw opties en andere lege zinsconstructies.

Vandaag is het een jaar geleden dat u mij aanreed. Ik fietste naar de les, ik stak over omdat het groen was. Ik twijfelde daarbij, want ik zag u de fietser voor mij op een haar na aanrijden. U stopte op het nippertje, dus ik reed door denkende dat u nu wel meer op uw hoede zou zijn. Maar u had ook mij niet gezien en gaf alweer gas. Ik vloog daarop tegen het verkeerslicht dat mij zo vriendelijk had verzocht om over te steken.

U stopte, stapte uit en riep geëmotioneerd “het is niet mijn schuld”. Ik reageerde niet, was aanvankelijk nauwelijks bij besef. Het eerste wat ik me herinner, is dat een passant naast mij stond, hij was gestopt om te kijken hoe het met mij ging. Hij schreef uw nummerplaat en telefoonnummer op, uw werkgever. Ik was te verdwaasd om iets zinnigs te zeggen of doen. U riep en huilde, herhaalde “het is niet mijn schuld”. Ik dacht dat dat een verdedigingsmechanisme was. Als u het maar vaak genoeg herhaalde, zou het vast waar worden.

Ik had een gebroken teen en een hersenschudding. U kan zeggen “dat valt best mee”, en ik zal het niet ontkennen. Ik wil daarbij wel zeggen dat ik sindsdien meer last heb van hoofdpijn. Wanneer ik meer dan vijftig kilometer fiets, wordt de teen die brak helemaal gevoelloos, drukkend, verkrampt. U zal misschien denken: “waarom zou je meer dan vijftig kilometer gaan fietsen?”. Dat is omdat fietsen mijn hobby is, mijn sport. Gisteren fietste ik meer dan 100 kilometer, vandaag voel ik dat aan mijn teen. Morgen waarschijnlijk ook, en wanneer ik overmorgen mijn fiets weer opstap, zal ik het ook voelen. Dat ik mij in het verkeer vaak erg ongemakkelijk voel, dat ook. Dat ik niet meer gewoon oversteek als het groen is.

Ik check dubbel en ik vrees dat u dat nog steeds niet doet.

Toen ik vorig jaar een vak “Recht” volgde, is mij verteld dat de bestuurder van een gemotoriseerd voertuig de schade door een ongeval moet vergoeden. Of het nu mijn schuld is of de uwe. Ook dat kwam in mij op nadat u mij aanreed, dus ik ging niet tegen u in. Mijn ziekenhuis- en doktersbezoek, de scan, ik betaalde het tot nog toe zelf. U mag blijkbaar iedere maand een excuus verzinnen om mijn schade niet te vergoeden. Gaat u dat blijven doen?

De eerste kaars hebben we al uitgeblazen, een feest was het niet.

Wat me meer stoort dan uw gebrek aan schuldbesef, is dat u liever iedere maand met uw advocaat samenkomt dan hier een les uit te trekken. Het had erger kunnen zijn, zoveel is zeker. Anderhalve keer per week sterft een fietser in het verkeer, alleen al in Vlaanderen.

Wat ik echter vrees, is dat het op een dag voor u ook erger zal zijn. Dat u nog steeds niet kijkt, dat u nog steeds vastbesloten zegt: “het is mijn schuld niet”.

Merel

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *