Bollywood vs Hollywood

De maatschappij door de ogen van de filmindustrie

In Nepal, een piepklein Hindoe-koninkrijk grenzend aan India, zoeken mijn vrienden vertier in de vrolijk gekleurde Bollywood-films – volgens sommigen ‘melige musicals’. Het is er al Bollywood dat de klok slaat. Wie denkt dat Hollywood de filmindustrie domineert, denkt fout. Met negenhonderd producties per jaar is Bollywood, de Indische tegenhanger van Hollywood, de grootste filmproducent ter wereld. Vergelijk Bollywood (een verwijzing naar de stad Bombay, het huidige Mumbai in Zuid-India) gerust met Hollywood: massaproductie, kaskrakers en filmsterren die aanbeden worden als echte goden, maar dan Indisch groots en behoudsgezind.
Vaak denken we dat de hele wereld graag ziet waar wij Westerlingen voor kiezen. Daarbij vergeten we dan dat het hele Indische subcontinent een cultuur heeft die niet aan bod komt in de Westerse film. In de straten van India, Pakistan en Bangladesh zie je nu eenmaal geen kussende koppeltjes. Daarom is het ook logisch dat films die uit Indië voortkomen iets preutser zijn. Hoewel… Een seksscène zal je in een doorsnee Bollywood-film niet zien, maar een blote schouder, een wiegende heup of een suggestieve blik tussen man en vrouw prikkelen de fantasie.
Zuid-Azië is veruit het dichtstbevolkte gebied in de wereld met erg conservatieve waarden en normen die botsen met wat we te zien krijgen in een doorsnee Hollywood-film. Niet moeilijk dat mijn vrienden in Nepal Hollywood-films met hun rare scenario’s en onzedige scènes maar niets vinden. Ze laten zich liever meeslepen door een drie uur durende film van Indische makelij over onbereikbare liefdes die tóch mogen zijn, regelmatig onderbroken door dans en muziek. De Nepalezen beschrijven me hun favoriete films als prachtig toonbeeld van de liefde tussen man en vrouw. In Nepal kan niet openlijk over relaties worden gesproken. Daarom doen de films hun nadenken en dromen over hoe het leven zou kunnen of moeten zijn.

Bollywood vs Hollywood
©Cauauhtémoc Garmendia

Neem nu de film Bride and Prejudice, een Indische remake van de Britse prent Pride and Prejudice. De Bollywood-versie gaat over een rijkere Indische familie: mama, papa en vier dochters. De meisjes zijn op huwbare leeftijd gekomen. De meeste jaargenootjes van de oudste zijn al getrouwd. Het enige waaraan de moeder des huizes dus nog denkt, is het uithuwelijken van haar kroost.
Het lijkt voor ons wat prehistorisch, maar uithuwelijken is er écht nog de normaalste zaak van de wereld. De meeste Nepalezen en dan vooral de meisjes kunnen er alleen maar van dromen om te trouwen met de man van hun keuze, of om helemaal niet te trouwen. Vaak genoeg hoorde ik van mijn Nepalese vrienden dat hun moeder enkele foto’s toonde en hen vertelde welke van de afgebeelde vrouwen ze het meest geschikt vond voor hem. Zoonlief mag van geluk spreken als ook zijn mening wordt gevraagd. Een heel normale vraag op een huwelijksfeest is dan ook: “Is het een liefdeshuwelijk of een gearrangeerd huwelijk?” Soms staat wie de toekomstige wederhelft wordt al jarenlang vast. Het is immers zo dat je moet trouwen met iemand uit dezelfde kaste. Want vergeet niet dat het eeuwenoude kastensysteem nog steeds van tel is – in de grootstad minder dan op het platteland en binnen de ene familie minder dan binnen de andere. Sommige families zijn iets losser en gaan pas op zoek naar een geschikte partij voor hun zoon of dochter wanneer de tijd om te trouwen daar is en het kind nog niet met de juiste kandidaat is thuisgekomen. Een zeldzame keer – maar toch meer en meer – wachten de ouders geduldig af tot hun kind zélf ‘de ware’ vindt. Hoewel die persoon zeker ‘gekeurd’ zal worden, mag je blij zijn als je familie hem of haar waarschijnlijk wel zal ‘goedkeuren’.

Natuurlijk zijn er jongeren die de opgelegde oogkleppen afwerpen en verliefd worden op iemand uit een andere kaste. Zij kunnen enkel hopen dat hun geliefde wordt geaccepteerd in de familie… Ik ken een handvol mensen bij wie dat niet zo was. De ene heeft zijn relatie tegen wil en dank stopgezet en zal volgend jaar worden uitgehuwelijkt. Een ander is met zijn vriendin het land uitgevlucht om daar ‘stiekem’ te trouwen. Scheiden is taboe in een hindoeïstische samenleving, zodat het jonggetrouwde koppel wel terug in het land kan komen wonen zonder kans te lopen op een verplichte scheiding. De familie heeft immers liever een getrouwde zoon dan een gescheiden zoon, ook al brengt hij dan niet de ideale schoondochter mee. Gedurende enkele jaren was er een volledige breuk tussen de jongen in kwestie en zijn familie. Hij mocht het ouderlijk huis niet meer in, hoewel het in Nepal de regel is dat de zoon en zijn eega bij zijn familie intrekken. Maar eind goed, al goed! Na een tijdje bedaarden de gemoederen en nu woont de hele familie terug samen. Om maar te zeggen: je doet in ‘Hindoestan’ (een term die Indiërs zelf vaak gebruiken om hun land te benoemen) écht niet wat je wil. Zulke verhalen maakten mij nederig, omdat ik als Westers meisje mag thuiskomen met wie ik wil en weet dat die persoon met open armen zal ontvangen worden.

Bollywood vs Hollywood
©Cauauhtémoc Garmendia

In Bride and Prejudice wordt er een spel gespeeld, zowel door regisseur Gurinder Chadha als door de vier meisjes die dienen te worden uitgehuwelijkt. De regisseur heeft voor vier verschillende karakters gekozen, elk met hun eigen idee over gearrangeerde huwelijken. De ene is braaf en doet wat moeder haar influistert. Een andere gaat openlijk en lijnrecht in tegen de uithuwelijkingsplannen van moeder. Nog een andere dochter heeft er wel bedenkingen bij, maar wil die niet te duidelijk laten blijken uit angst haar ouders tegen zich te keren. De meisjes laveren tussen wat ze zelf willen en wat hun cultuur hen voorschrijft. Ze balanceren op de slappe koord tussen traditie en vernieuwing, tussen luisteren naar hun ouders en zelf op zoek gaan naar hun ‘prins op het witte paard’.
Bride and Prejudice laat zien hoe een doorsnee moeder – de vader komt amper aan het woord – in India bepaalde opvattingen heeft over wat goed of slecht is voor haar dochters die Westerlingen bevreemden. Uithuwelijken is er daar één van, een ander is het bestrijden van ‘losbandigheid’. Zoals we verwachten van Britse kostuumfilms die een adaptatie zijn van boeken uit Jane Austens tijd gaat het er in Pride and Prejudice stijfjes aan toe. Mijn vooroordelen over Bollywood worden daarentegen niet ingelost in Bride and Prejudice, ik kom bedrogen uit als ik denk dat Indische meisjes braaf ‘zwijgen en ja knikken’. Toch in de films, want vaak genoeg hoor ik dat het India van Bollywood slechts een fata morgana is. Ze tonen het leven zoals de Indiër het zou willen en niet zoals het werkelijk is. Indiërs zijn geen durvers: ze gaan maar moeizaam in tegen vastgeroeste gebruiken, knikken ‘ja’ ook al bedoelen ze ‘nee’.
De remake uit het Oosten verrast door ook de andere kant te laten zien. Net dat spreekt me aan in Bride and Prejudice: subtiel, maar wel duidelijk genoeg laat de film zien dat ook India niet ongevoelig is voor ‘onze’ invloeden. De meisjes, Indische schoonheden zoals het een echte Bollywood-film betaamt, durven wél in te gaan tegen beslissingen van hun ouders en mogen wél naar een feestje waar ze een jongeman - een Amerikaan dan nog - leren kennen. Door een Amerikaan, en later ook een Engelsman in het verhaal te betrekken, toont de regisseur dat hij niet ongevoelig is voor vernieuwing. Niet slecht, want het kan inspirerend zijn voor de plaatselijke jeugd. Zelf ervaarde ik in Nepal ook dat ik een voorbeeld was voor veel meisjes. Ze zijn blij verrast te zien dat je leven wél meer kan zijn dan kleren wassen en eten koken. Het besef dat een Westers meisje helemaal zelf naar Nepal reist, er lesgeeft en de wereld leert kennen, geeft deze meisjes hoop en levenslust. Het doet hen geloven dat het kan, dat het geen ‘ver van mijn bed-show’ is om - hoe bescheiden ook - richting te geven aan hun eigen leven. Al moeten ze dan trouwen met een man die ze niet zelf gekozen hebben…

Wanneer ik een Bollywood-film zie, begin ik weg te dromen. Dan denk ik aan al die jonge meisjes die niet sterk genoeg in hun schoenen staan om op te komen voor hun eigen rechten. Dan kan ik de Bollywood-films alleen maar prijzen omwille van de kracht die ze uitstralen waardoor de Indische jongeren zich uit hun cocon wagen.

Niet alleen in Zuid-Azië zijn de Bollywood-films populair. Tijdens het laatste weekend van de grote vakantie werd in Antwerpen het Durga-festival, oftewel Bollywood aan de Schelde, georganiseerd. Op het menu stond een cocktail van Bengaalse filmklassiekers, Hindi familiefilms en spektakel uit Bollywood, aangevuld met een dansshow en Indiase hapjes. Naast de plaatselijke bevolking vonden de ‘Antwerpse Indiërs’ hun weg naar het festival in De Roma en Metropolis en maakten er door hun traditionele kledij een levende tentoonstelling van. Deze mensen waren trots omdat zij nu de kans kregen een belangrijk deel van hun cultuur met de Belgen te delen. De vrouwen droegen hun mooie, kleurrijke ‘kurtha’ en ik zag kindjes met ‘piepschoenen’ die piepen bij elke stap die ze zetten en hen moeten motiveren om te leren lopen. Zulke details charmeerden me in India en geven me een warm gevoel wanneer ik ze in mijn eigen stad terugzie. De organisatrice van het gebeuren meldde me zondagochtend tevreden dat de verwachte opkomst al overschreden was, met nog een volle dag voor de boeg. Tijdens de dans- en kostuumshow zaterdag kwamen veel Indiërs een kijkje nemen, bij de films was er een overwegend blank publiek. Het festival was dan ook een kleurrijke bedoening die Westerlingen uitnodigde om hun vooroordelen over ‘saaie Bollywood-films met preutse liefdesscènes’ aan de kant te schuiven.

Westerse visies op Bollywood

Martine Verbert en Wim Becue zagen de film Kabhi Alvida Naa Kehna (Never Say Goodbye).

Voor de film: “We zijn net terug uit India en komen hier wat nagenieten van onze reis. In India hebben we ook enkele films gezien, dus we weten wel ongeveer wat ons te wachten staat. Het verschil zal zijn dat de film op dit Antwerpse festival ondertiteld wordt in het Nederlands.
Vroeger dacht ik dat Bollywood een genre op zich was, maar ondertussen heb ik door dat het even veel genres kent als de Hollywood-films. Over het algemeen zijn de Indische films wel emotioneler en extraverter. Wat de voorspelbare plot en het obligate succesverhaal betreft, hebben ze veel gemeen met Amerikaanse films. Ik vind het moeilijk om de Indische cultuur terug te vinden in de films. In India zijn bijvoorbeeld bijna alle huwelijken gearrangeerd, terwijl in de films het Westerse ideaal van een liefdeshuwelijk getoond wordt
Na de film: Ik vond het een leuke film, hoewel er nogal veel tranen vloeiden. Wat het verhaal zelf betreft, vind ik het wel grappig dat ervan uit wordt gegaan dat een liefdeshuwelijk tot mislukken gedoemd is. De les die op het einde wordt gegeven, strookt dan ook helemaal niet met de Indische realiteit. In de film scheiden de twee koppels en kunnen alle partijen zonder veel problemen hertrouwen. Dat is in het echte leven uiteraard niet het geval.
De film zelf was een beetje lang, maar wel ontspannend. De muziek- en dansscènes waren er soms wel met de haren bijgesleurd. Dan dacht ik: “Is dít nu een moment om te beginnen zingen?”. De scènes volgden elkaar niet aan het moordende tempo van Amerikaanse films op waardoor de gevoelens van de personages beter uitgewerkt kunnen worden. Een verademing!”

Johan Sarens bekeek de film Chakde India in Mumbai, het kloppende hart van de Indische filmindustrie.

“Eerst en vooral vonden de Indiërs het enorm geestig dat ik naar een film kwam kijken die ik toch niet verstond. Het publiek was overwegend jong en uitzinnig. Iedereen roept ‘boe’ naar de slechterik, alsof die acteur dat dan kan horen. Wanneer het verhaal een voor het publiek positieve wending nam, werd er dan weer geapplaudisseerd.
De film zelf is heel moraliserend: tradities moeten in ere gehouden worden. Chauvinisme, religieuze symboliek, herinneringen (eventueel uit vorige levens), trouw aan de familie zit allemaal in zo’n films. Verder had ik vaak de indruk dat de verhalen geïnspireerd waren op Hollywood-films en in vele gevallen zelfs schaamteloos geplagieerd.”

Eline Dupon