Terugblik op een inleefreis...

Een interview met Hannes d’Hoine

Hannes d’Hoine is ondanks zijn 31 lentes al een doorwinterde muzikant. Hoewel hij over zichzelf in zeer bescheiden termen spreekt, is hij in het huidige Vlaamse muzieklandschap een veelbelovende contrabassist. Hij werd niet voor niets opgepikt door het illustere DAAU of voluit Die Anarchistische Abendunterhaltung. Binnen het Antwerpse milieu is hij onder meer bekend als contrabassist van de groep Noppes en van jamsessies in verscheidene jazzformaties. Na het uiteenvallen van Noppes volgde Hannes leadzanger Roy Aernouts in zijn ambitie om meer cabaret op de planken te zetten. Samen met Ephraïm Cielen op de drums won dit trio met de voorstelling Altijd alles en overal het prestigieuze Leids Cabaret Festival 2007. Dit verzilverde zich in een reeks boekingen in Vlaanderen en Nederland voor de volgende twee jaar. “Eindelijk eens vast werk”, grapt Hannes.
Hannes is een levensgenieter die met hart en ziel koos voor de muziek en daar niet altijd rijker van werd. Hij is een reiziger in gedachten, klanken, tonen en soms ook met een echte rugzak. Acht jaar geleden studeerde hij filosofie aan de UA en ging toen met USOS mee op inleefreis naar het post-sandinistische Nicaragua. Een prima reden voor Verrekijkers om hem de microfoon eens onder de neus te duwen, maar dit keer om te vertellen…

Hannes d'Hoine
©Steffie Bosmans

Weet je nog waarom je besloot om op inleefreis te gaan?

USOS bood studenten de kans aan om een inleefervaring op te doen in landen als Kameroen, India en Nicaragua. De enige voorwaarden daarvoor waren dat je er in eerste zit door was, dat je jezelf inwerkte in de regio, aan een aantal vormingsweekenden deelnam en iedere week een lezing bijwoonde. Je vlucht werd betaald. We moesten enkel voorzien in ons eigen levensonderhoud en zorgen voor een compensatie voor de gastgezinnen. Ik weet nog dat ik bij die families toekwam met jutten zakken gevuld met voedsel en andere nuttige producten. Dat noem ik een buitenkans die je niet mag laten liggen. Ik heb daar geen seconde over getwijfeld. Ik begrijp niet waarom er zo weinig studenten geïnteresseerd waren. Natuurlijk is het geen snoepreisje of toeristisch uitstapje. Voor dat soort vakantie kan je evengoed naar een Europese badplaats gaan. Daar hoef je geen vlucht voor te boeken en het is bovendien minder schadelijk voor het milieu. Maar via zo’n inleefreis kom je pas echt in contact met de lokale bevolking en de cultuur. Hoe groot is de kans dat je zo dicht bij de mensen komt te staan in een land zo ver van je bed, als je op eigen houtje naar een land als Nicaragua vliegt. Als toerist word je altijd een beetje afgeschermd van de cultuur en de heersende problematieken. Wij zijn op plekken geweest waar je anders nooit zou komen en dat maakte het juist interessant.

Had je het gevoel dat je goed was voorbereid op die culturele ontmoeting?

Ik wist misschien al wel iets over Nicaragua. Ik had gehoord van de Sandinistische Revolutie en de inmenging van de VS die via de CIA de rebellen tegen het regime financierden. Uiteindelijk word je gedropt in een situatie waarin mensen al jaren leven. Het is een land dat zeer lang in burgeroorlog is geweest. In dergelijke situatie is het alleen al goed om een notie te hebben van de gevoeligheden, al was het maar om te voorkomen dat je domme dingen zou zeggen. Ik heb zowel bij een heel links boerengezin gelogeerd als bij een grootgrondbezitter. Toen, in 1999, was de revolutionaire regering pas acht jaar weggestemd en het geweld tussen sandinisten en contra-revolutionairen nog vers in het geheugen. Het is wel duidelijk dat als je bij zo’n rijk mens leeft en mee aan zijn tafel schuift, je geen lans moet breken voor de Sandinistische Revolutie. Dit weet je enkel op voorwaarde dat je bent ingewerkt in de politieke situatie van het land. Evengoed moet je arme mensen hun perceptie van de situatie niet proberen te relativeren. Ieder heeft zijn eigen verhaal en wie ben jij als buitenstaander om het beter te weten?

Vertel dan eens over de inleefreis zelf. Hoe voelde je je bij die nieuwe situaties?

Ze bereiden je voor op wat je te wachten staat. Ik was daarom niet echt geschokt. Ik had ook wel eerder armoede gezien in mijn leven. Wel merk je constant dat je rijk bent en dat je door hen ook zo wordt bekeken. Voortdurend zijn er mensen die proberen iets van je gedaan te krijgen, je om geld of diensten vragen juist omdat je blank bent en er westers uitziet. Ik herinner me toch wel momenten waarbij ik niet goed wist hoe ik ermee moest omgaan. Zo was er een verjaardagsfeest. Meisjes worden daar op hun 15de verjaardag zeer uitgebreid gevierd. Het lijkt een beetje een rituele overgang naar de volwassenheid. Dat was echt een hele poespas, met taarten en slingers. Het meisje was opgekleed alsof het haar trouwdag was. Ook de ouders en familieleden hadden hun beste kleren aangetrokken. Voor de gelegenheid was er een fotograaf uitgenodigd en dan moesten wij mee met de jarige op de foto. Wij waren daar nog maar amper twee dagen en werden al ten tonele gevoerd als de eregasten. In datzelfde dorp is het voorgevallen dat een vader zijn jonge dochter aan een van ons heeft aangeboden om ermee te trouwen en haar mee te nemen naar België.
Het was natuurlijk een hele belevenis voor het dorp om drie blanke mensen op bezoek te hebben. Dat merkte je aan de kinderen. Kinderen hebben nog geen gêne en overal waar ik heen ging, volgden ze mij om te zien wat ik aan het doen was. Op een dag hadden de kinderen ons verteld dat we eens iets anders zouden eten dan de rijst en bonen die we voor hen hadden meegebracht. We zaten in een dorp midden in de jungle. Ze tornden ons mee naar de rivier om er onder de bomen die deels in het water stonden op zoek te gaan naar rivierkreeftjes. In het begin vonden we niets. Na anderhalf uur, tastend onder elke boomwortel die we tegenkwamen, dacht ik: “Ze zijn ons hier in het ootje aan het nemen”. Tot ineens een van ons verschrikt zijn arm terugtrok om te merken dat er wel degelijk een kreeftje zich had vastgepind op zijn arm. Uiteindelijk zijn we teruggekeerd met een jutten zak bomvol rivierkreeftjes. Onderweg riep een van die gastjes “culebra, culebra!” wat slang betekent, terwijl hij daar olijk stond te zwieren met een spartelende paling. Die avond hebben we gegeten van wat de natuur te bieden had: eerst een consommé van rivierkreeft en daarna gebakken paling met vers fruit van de bomen. Deze gratis maaltijd was veruit de beste die ik in Nicaragua heb gegeten.
In het eerste dorp wist ik nog niet goed wat ik moest verwachten. Ik logeerde er bij een verpleegster, een alleenstaande vrouw. Een normale gezinssituatie voor een land waar zoveel mannen gesneuveld waren in de oorlog. Zij had net een ijskast gekocht en dat was blijkbaar een hele gebeurtenis voor het dorp. De mensen waren zo opgewonden dat ze niet meer zo goed logisch konden nadenken. Ze wilden de hele bedrading, die gewoon langs het dak gedrapeerd lag, herleggen om de ijskast te kunnen aansluiten. Toen ik droogjes opmerkte dat ze de ijskast gewoon een meter konden verplaatsen, barstte iedereen uit in een schaterlach. Dat frappeerde mij enorm. Een ijskast kopen was daar een happening. Hier is dat de normaalste zaak van de wereld.

Weet je nog hoe je je voelde bij je terugkeer in België?

De grootste cultuurschok was eigenlijk toen ik terugkwam naar hier. Ginder ging je er allemaal erg vlotjes mee om, maar als je terugkomt, blijkt dat je toch een heel aantal dingen in vraag begint te stellen. Alles lijkt ineens bijzonder, zelfs gewoon een tram nemen. In de hoofdstad Managua stap je op een kramakkelige, overvolle bus die zich doorheen het chaotische verkeer een weg baant naar je bestemming. De mensen plakken tegen elkaar, roepen door elkaar. Hier lijkt alles zo geregeld en georganiseerd. De mensen zijn veel introverter. Iedereen is in zichzelf gekeerd en zit voor zich uit te kijken. Het is ook zo rustig, zo stil op straat. Ik weet dat ik voortdurend dacht aan hoe kleurrijk Nicaragua was in vergelijking met België. En dan bedoel ik dat letterlijk en figuurlijk.
Het leven is hier zo goed voor iedereen. Ik heb welvaart pas echt leren appreciëren toen ik terugkwam. Alles is hier goed geregeld. En misschien dat we daardoor minder contact hebben met elkaar, misschien dat de mensen ginder meer van dag tot dag leven en daardoor juist gelukkiger zijn met de goede dingen die gebeuren in hun leven. Je hoorde daar bijna niemand klagen ook al hadden ze het niet breed. Mensen hier konden in mijn ogen een pakje zagen over zaken die er toch maar weinig toe doen. Misschien zouden ze beter een beetje meer van dag tot dag leven en genieten van het leven nu in plaats van zich steeds druk te maken over later. Ik denk dat, als je oog hebt voor je levenskwaliteit nu, je later ook gelukkig zult zijn. Het is ook zo dat ik mijn eigen leven heb geleid tot nu toe. Misschien daarom dat die levensstijl mij zo aansprak.

Zou je durven stellen dat die inleefervaring een rol heeft gespeeld in je verdere leven?

Je gaat natuurlijk niet met een blanco blad naar ginder. Je hebt vanzelfsprekend een bepaalde overtuiging, want anders zou je er niet aan begonnen zijn. Je wordt door zo’n ervaring gewoon gesterkt in je overtuiging dat de wereld op een bepaalde manier in elkaar zit. Misschien dat deze ervaring mij onrechtstreeks wel heeft doen inzien dat ik filosofie studeerde louter omdat ik nog zoekende was. Op een inleefreis ben je veel op jezelf aangewezen. Je denk veel na over je leven en waar je naartoe wilt. Na die inleefreis heb ik besloten dat ik voor de rest van mijn leven met muziek wilde bezig zijn, omdat ik daar nu eenmaal mijn hele leven al mee bezig was. Daarna ben ik dan ook naar het conservatorium gegaan om de jazzopleiding te volgen. Ik sluit niet uit dat ik ooit kies voor een engagement in de richting van ontwikkelingssamenwerking, maar sindsdien ben ik enkel nog met muziek bezig geweest. Een van de nadelen van muzikant zijn, is dat je niet zomaar weg kunt, zelfs reizen zit er niet meer in.

Of toch! Met DAAU zijn we wel naar Taiwan geweest om te spelen op een wereldfestival. Terwijl men in Europa ons niet goed weet te plaatsen qua genre, werden we daar opgevoerd als typische West-Europese muzikanten. Een exposure zou ik het niet noemen, maar het was toch weer een onderdompeling in een andere cultuur. Ik had al veel verhalen gehoord over die georganiseerdheid in Taiwan. Het kan ook niet anders. Als je met zoveel mensen samenwoont, moet je een manier vinden om het te regelen. Het is een vergevorderd mierennest. Alles wat je hier vindt, is er uitvergroot. Ze hebben onze materiële cultuur grondig bestudeerd en proberen het telkens beter en grootster te doen. In Taï Pe vind je de consumptiemaatschappij bij uitstek. De meest gebruikte transportmiddelen zijn taxi’s of brommertjes. Als je gewoon een stukje te voet gaat, kijken de mensen je verbaasd aan.

Neem je die interesse in verschillende culturen mee in je muziek?

Ik heb een tijdje met Zuid-Amerikanen op de planken gestaan, maar veel heb ik niet met mensen uit ander culturen gespeeld. Binnenkort staat er een klein project op stapel met een Arabische ud-speler – voor mij nog onbekend terrein. Ik ben geïnteresseerd in alle soorten muziek van iedereen en overal. Je kunt als muzikant niet genoeg invloeden hebben. Misschien ga je muziek op het conservatorium te veel analyseren en rationaliseren terwijl muziek van buiten Europa mij vaak intuïtiever lijkt. Samen spelen met mensen is trouwens altijd een beetje inleven in de ander. Het is altijd zoeken naar de juiste communicatie, naar het aanvoelen van elkaar. Vanaf dan moeten er afspraken zijn en de taal van muziek op dat moment ligt in elke cultuur anders. Daar voel ik een groot contrast in: hoe muziek universeel is omdat er geen spreektaal voor nodig is om het te begrijpen, maar tegelijk is het een zeer persoonlijke, cultuurgebonden expressievorm.
Je draagt bovendien al je ervaringen mee en het is niet alleen je muzikaal gevoel dat je in muziek legt. In die zin vertel je telkens een verhaal. Er is geen andere manier om een goede muzikant te worden. Daarvoor hoef je niet virtuoos te zijn. Ik heb al mensen die nog nooit een instrument hadden vastgehad, mooie dingen horen spelen. Maar je moet wel geloven in wat je brengt.
Het soort muziek dat ik wil brengen, beperkt zich niet tot een bepaald genre. Het fantastische aan spelen met DAAU is dat de muzikanten uit verschillende muzikale achtergronden komen en toch samen goede muziek maken. Daarom waarschijnlijk dat het zo moeilijk is om er een label op te plakken. In Frankrijk staan we tussen dubgroepen en in Vlaanderen zijn we wel eens op een jazzfestival geboekt. Categorieën zijn vaak uitgevonden door marketingmensen. Om het met de woorden van Miles Davis te zeggen: “Er is goede en slechte muziek en meer onderscheid wil ik niet maken”.

Wat zijn je plannen voor de toekomst?

Tegen het eindexamen van het conservatorium volgend jaar wil ik een nieuwe groep vormen. Maar concreet speel ik tot in mei 2009 mee met het cabaret van Roy. Met dit triumviraat, versterkt door een vierde man, gitarist Tim Liebaert, zullen we tegen de zomer van 2008 een plaat opnemen die losstaat van het cabaret. De muziek zal dichter aanleunen bij wat we met Noppes brachten, maar dan veel rauwer en nog maatschappijkritischer. Met DAAU staat er ook heel wat op het programma. Binnenkort brengen we in Frankrijk een tribute aan Coil, een groep uit de jaren tachtig. Waarschijnlijk zal daar ook een plaat opgenomen worden en verder komen er in het najaar nog een vijftal optredens in België. We zijn ondertussen veel met film bezig. Zo is er Unser Tächlig Brot, een film over de voedingsindustrie waar we een soundtrack bij hebben gemaakt en in Parijs zijn we gevraagd om een impressie van 45 minuten te geven van de soundtrack van Requiem For a Dream. Voor een nieuwe plaat van DAAU zelf kan het wel nog wachten zijn tot in 2009. Daarna ligt alles open. Maar het zal alleszins met muziek te maken hebben, tenzij dat ik onderweg een arm kwijt speel…

Meer weten over Hannes’ toekomstmuziek, check www.daau.com en www.myspace.com/hannesdhoine

Dieter Wijffels