Hazim Kamaledin

Een kameleon in mensenhuid

Hazim Kamaledin werd in 1954 in Irak geboren. In 1978 behaalde hij de licenties kunst aan de Academie voor Schone Kunsten in Bagdad. In 1988 studeert hij Nederlands aan de KUL en in 1989 is hij vrije student theaterwetenschappen. Van 1991 tot 1993 volgt hij opleiding aan de Antwerpse Mime Studio. Als acteur en regisseur is hij actief sinds 1973. Hij schreef een 15-tal toneelstukken zoals De uren nul (1997), Het oog van de dadel en ook Pijnboom (2000), Foto’s in de storm(2001) en Balling (2002). Recentelijk (2007) bracht hij met Irakese uitwijkelingen met tg Cactusbloem Vredestad. Aan de UA onderwijst hij Oriëntalisme en Occidentalisme voor de Theaterwetenschappen.

Hazim Kamaledin
©Steffie Bosmans

IDENTITEIT

“Ik ben Hazim Kamaledin, nee, ik ben Hazim Abed Abrasol, nee ik ben, Danio Loras,.. of neen, ik ben al die mensen samen.” Zo begint Hazim zijn verhaal. Hij toont me een aantal identiteitsdocumenten. Het zijn allemaal officiële documenten. Dat lijkt allemaal erg exotisch maar het demonstreert wel wie hij is. Gedurende achtentwintig jaar is Hazim exact zoveel keer van identiteit veranderd als hij van schoenen wisselde. Toch beweert Hazim dat het voor hem niet moeilijker is om te zeggen wie hij is dan voor iemand anders. Het voordeel is volgens hem dat je nergens in een bepaalde schuif kan gelegd worden. De vraag naar wie je bent, is immers een vraag naar wie je zelf denkt dat je bent, los van wat anderen daarvan vinden. Hij is bewust van huid veranderd juist om te vermijden dat hij aan iets ging bezwijken, soms politiek, soms esthetiek, soms moraal, etc.
Het begon allemaal toen hij in 1979 in Irak onder het regime van Sadam Hoessein voor het eerst ter dood werd veroordeeld. Daarna zou hij nog tot zes maal toe veroordeeld worden. De eerste gedaantewisseling was dan ook onder een valse identiteit zodat hij in staat was het land te ontvluchten. Angstvallig hield hij vol onder die identiteit, die hem veiligheid bood, tot uiteindelijk die valse identiteit ook zijn echte identiteit zou worden. Toen hij jaren later naar Beiroet ging om theater te maken werd hij opnieuw door de situatie gedwongen om verschillende identiteiten aan te nemen. Dat was nodig om te ontsnappen aan de censuur en de geheime agenten. Wat hij daar deed in de media, op politiek en op intellectueel vlak, namelijk schrijven en theater maken, maakte hem immers tot doelwit en op verschillende fronten niet erg geliefd. De redenen waarom hij in zijn leven als acteur en regisseur steeds tegenkanting kreeg en krijgt – confrontatie met zowel politieke als artistieke taboes – vat hij samen onder een duiding: “Ik ben iemand die buiten de regels valt, iemand die buiten de verwachte norm en vorm valt, en identiteit gaat juist over norm en vorm.”

ZWERVER

Maar zijn mensen niet steeds op zoek naar een identiteit? Mensen hebben toch die innerlijke drang om tot iets te behoren, om zichzelf te definiëren? Hazim niet, of toch niet meer. Hij ziet het als volgt: Voor de taal was er het gebaar en de klank, en voor het gebaar en de klank was er de emotie en de drang, en daarvoor was er het instinct. En sindsdien ontstaat volgens die volgorde de beschaving. Natuurlijk wordt er voor de geboorte bepaald of je blank of zwart bent, maar eender waar je dat kind naartoe brengt, zal het groeien volgens de geografische, de morele en de culturele identiteit van zijn omgeving. Voor de geboorte heb je geen identiteit. Identiteit is bijgevolg voor Hazim een relatief begrip bepaald door godsdienst, economische situatie enz. Aangezien hij al vijftig jaar zwerft tussen Irak, Syrië, Beiroet, Turkije, Egypte en België, is die drang zo goed als weggeëbd. Hazim is een veelheid aan identiteiten. Het ene moment zie je een moslim, even later een ketter, dan weer een Westerling, dan weer iemand met een sterke enting in de Oosterse cultuur. Hij is een man van de grenzeloze tijd waarin we stilaan dat benauwende identiteitsgevoel verliezen. In 1998 bracht hij dit in de praktijk: “Met Nomaden in de Stad waren we zwervers en we gingen op tocht. We gingen er vanuit dat alles moraal was. Het gebeuren van theater is een momentane intieme ontmoeting tussen mensen op een bepaald moment en die verdwijnt als we uit elkaar gaan. De locatie beheerst ons als een baarmoeder en we zijn als embryo’s mensen in wording met een moraal en een identiteit die telkens opnieuw ontstaat, afhankelijk van de mensen, de omgeving en de context. We zijn toen gaan spelen op slaapkamers, op studentenkoten, in klassen, auditoria, cinema- en theaterzalen... Sindsdien kom ik hoe langer hoe meer los van afhankelijkheid, ruimtelijke cultuur, religie, politiek. En dat zie je allemaal terug in mijn theater.”

THEATER

Hazims werk is dan ook niet zomaar te definiëren en dat merk je in de beoordelingen. In 1994 werd tegelijkertijd beweerd dat hij verwesterd was en dat hij moest ophouden de Japanse tradities te imiteren. Dat bewijst volgens Hazim niet de domheid van die mensen maar juist zijn ondefinieerbaarheid. Sommigen vinden zijn werk hermetisch maar zelf spreekt hij liever van ondefinieerbaarheid. Ondefinieerbaarheid verwacht immers van de ander dat die een actieve rol inneemt bij het beoordelen van zijn werk. Pas als de andere partij passief is of ongeïnteresseerd wordt zijn werk hermetisch.
Ook in de term multicultureel theatermaker kan hij zich niet vinden. Liever dan als allochtoon of halfling aanzien te worden, wil hij dat mensen hem zien als de mens die Hazim Kamaledin nu is. Voor hem bestaat culturele diversiteit al sinds mensenheugenis. Het is geen genre. Cultuur is steeds in wording en diversiteit is een intrinsieke eigenschap van het menselijke samenleven. Zelf definieert hij zijn werk nu als non-conventioneel. “Ik merk ook dat ik niet kan voldoen aan de normen en conventies.” Maar hoe je het ook draait of keert, mensen zoeken een label. Tegenwoordig is dat label hybriditeit. Ook homeopathie en New Age volgen dezelfde redenering. Neem het goede uit verschillende domeinen en maak er iets nieuws van. Ik heb altijd gesproken over de correcte handeling of de correcte plaats op scène waar iets of iemand terecht komt en waar de identiteit ervan verdwijnt. Is het nu Japans, klassiek, Oosters of hedendaags, het kan opgaan in iets nieuws. Dat is chemie op de planken en geen hybriditeit. Dit spontaan gebeuren heeft geen organisatie of ordening. Door bewust te gaan kiezen voor het samenbrengen van specifieke elementen uit verschillende kosmologische denkwijzen vereng je het creatieve proces.

PROGRAMMATIE

Misschien volgt de theaterwetenschap zijn redenering wel met de term intraculturaliteit of het gegeven waarbij de kruisbestuiving tot een mengvorm leidt waarbij de oorsprong niet meer eenduidig herkend wordt. Dat ziet Hazim wel maar deze theoretische zoektocht naar kruisbestuiving en meerzijdigheid vindt hij niet terug in het theater dat geprogrammeerd wordt. Het veelbelovende laboratorium van culturen blijft een marginaal gegeven. Dans, theater en muziek vloeien in elkaar over. Klassieke en hedendaagse speelwijzen worden gecombineerd met traditioneel of Oosters drama. Maar een fundamenteel nieuwe niet-Westerse dramaturgie ziet hij niet geprogrammeerd geraken. Daar krijg je nog steeds geen subsidies voor. Men heeft in Vlaanderen vanuit het beleid de neiging om echt een stimulans te geven aan andere culturen. Programmatoren daarentegen gaan nog steeds op zoek naar hun eigen oriëntalistische fantasie van het Oosten. Als ze de echte Oosterse cultuur tegenkomen, dan beantwoordt die niet aan hun verwachting. Natuurlijk heeft dat ook met geld te maken. Het moet volk trekken. Maar ze onderschatten de elasticiteit en de verbeeldingskracht van hun eigen publiek. Het publiek stelt de programmatie niet in vraag. Zo kom je in een doodlopend straatje waarin de programmator denkt te weten wat zijn publiek wilt en door de tamme houding van het publiek gesterkt wordt in het programmeren van datzelfde, veilige programma. Nog steeds zijn de programmatoren de vetlaag die het vernieuwende, gewaagde en contesterende tegenhouden. Veel geld gaat naar werk dat wel tradities en andere invloeden binnenbrengt, maar tegelijk de Westerse gedachtestroom blijft respecteren. De rest blijft uitgesloten. Zo groeit de kloof tussen publiek en artiest. In 1998 nam Hazim zelf het heft in handen. De uren nul speelde eerst in zijn living en daarna onstond Nomaden in de Stad. Op eigen kracht zijn ze op zoek gegaan naar publiek en speelruimte. 70 keer hebben ze gespeeld,soms voor 120 man, en dat zonder toneelhuis of programmator. Dat was een zeer uiteenlopend publiek. Sommigen kwamen omdat het ongewoon was, buiten de conventie, los van het klassieke gegeven. Anderen kwamen juist omdat ze niet meer moesten voldoen aan de heersende code of omdat de criticus het goed vond. De programmatoren bevonden datzelfde stuk niet geschikt voor hun publiek. Volgens Hazim kan het Vlaamse publiek wel wat meer aan en is het zeker niet vies van niet-conventioneel theater. Vlamingen durven best wel nadenken.

MOZAIEK

Sinds de val van Sadam Hoessein en na 24 jaar ballingschap is Hazim begonnen aan een zoektocht naar de mozaïek die hij is. In zijn laatste voorstelling Vredestad hanteert hij daarom een voor de hand liggend principe: spring van de hak op de tak. Met Vredestad vervagen de grenzen tussen de verschillende podiumkunsten wanneer dans, muziek, beeld en theater door elkaar vloeien. Het verhaal moet voor Hazim groeien uit het chemische proces van de interactie waarin hij mensen met verschillende kunde en achtergronden wil samenbrengen. Wanneer het verhaal af is begint hij terug opnieuw. Hij stelt dat je als kunstenaar jezelf moet herontdekken en weer geboren worden. Als je uitgaat van vaststaande conventies dan blijf je staan en is er weinig creatie. Van zijn theater verwacht hij dat er een mooie interactieve en correcte ontmoeting ontstaat tussen mensen. Hij tracht de context en de sfeer te creëren waarin dit mogelijk is, maar het publiek maakt haar eigen verhaal. Zelf beschouwt hij zich als deel van het gebeuren. Voorwaarde is dat hij tijdens deze haast therapeutische symbiose zelf ook iets leert.

Wat staat er op til?

Afgelopen jaar schreef Hazim Kamaledin een boek in het Arabisch dat in het Nederlands de vertaling Aan de Graftombe of Bij de Graftombe krijgt. Binnenkort zal het ook in het Nederlands te verkrijgen zijn.

Er staat een recital in de kinderschoenen waarbij een Belgische en Egyptische dichter betrokken zijn. Ook dat zal geen puur theater zijn.

Dit zal te bewonderen zijn op 12 oktober onder de naam El Charaab te Brussel in het Cultureel Centrum van Etterbeek en op 16 november onder de naam Zijde in het Atlas-gebouw in Antwerpen.

Dieter Wijffels