Wereldmuziek, dat ben ik niet. Ik ben Zap Mama.

Een interview tussen Guy Poppe (VRT-journalist) en Marie Daulne (Zap Mama)

Donderdag 16 november 2006. Ik kan alleen maar zeggen dat dit voor mij een bijzondere dag is. Reden te over trouwens om deze dag te lauweren. Het Instituut voor Ontwikkelingsbeheer en -Beleid (IOB) bestaat nu vijf jaar en wordt door sommigen gezien als kers op de taart voor de veertig jaar dat men aan de Universiteit Antwerpen met ontwikkelingsstudies bezig is. Natuurlijk dat USOS met haar twintigjarig bestaan in dit kader een graantje mee mocht pikken.

Als kersvers vrijwilliger van USOS loop ik er wat onwennig bij. Een viering zoals een ander ... toch zal deze dag nog lang blijven beklijven. Wat het voor mij zo bijzonder maakte, was het debat van de tweesprakencyclus en het daarna geplande optreden. Men had namenlijk een voor mij erg speciale gast uitgenodigd. Als antropoloog en vooral als iemand die geniet van muziek als de ultieme expressievorm van gevoelens en identiteit, kon ik niet anders dan verrukt zijn met de komst van deze muzikante.

Marie Daulne is een bevallige vrouw met een stem die niet alleen je oren opent van verwondering maar je tegelijk raakt tot in de diepste van je ziel.

ZAP MAMA, DAT BEN IK!

Ik vermoed dat bij velen de naam Zap Mama bekender in de oren zal klinken dan Marie Daulne. Zij is de bezielster of beter gezegd de ziel van deze groep. Het begon allemaal toen zij in het begin van de jaren negentig een aantal vrienden rond zich verzamelde. Ze vormden de ondertussen wereldvermaarde a capella vrouwengroep die songs uitbrachten met invloeden uit de hele wereld.

Marie Daulne is een vrouw met een pot pourie aan culturele invloeden. Haar Belgische vader werd gedood tijdens de rellen naar aanleiding van de onafhankelijkheid van België’s voormalige kolonie, Zaïre. Hoogzwanger van Marie wist haar moeder met drie kinderen te ontsnappen. Ze vond opvang bij een pygmeeën-stam wiens leefgebied grensde aan de gronden van haar eigen Bantu-stam. Daar, midden in de jungle, werd Marie geboren. De familie kwam na drie maanden terecht in de smeltkroes van het Brusselse stadsleven waar Marie Daulne van dan af opgroeide. Na de middelbare school ging ze in Congo op zoek naar de Afrikaanse vrouw in zichzelf, om terug te keren met het plan om – vanuit haar veelheid aan culturele achtergronden – mensen verlichting te brengen met muziek. Later zou ze naast antropologie en sociologie ook Arabische, Aziatische en Afrikaanse polyfonie studeren. Het mag duidelijk zijn dat zij heeft gekozen voor de muziek waarvoor en waarvan ze nu met volle overtuiging leeft.

EEN BELGISCHE VROUW

Op het moment dat Zap Mama doorbrak, was ‘wereldmuziek’ nog een label dat aansprak bij het publiek als grenzenverruimend. Het was een label dat met succes gepromoot en verkocht kon worden. Voor een jonge vrouw met een identiteit die niet tot één etnische afkomst te herleiden valt, voelde deze noemer bovendien juist aan. Ook nu nog refereert Marie Daulne naar haar muziek als muziek uit de wereld. Ze stelt haar muzikanten niet voor als ‘Samira uit Marokko’ en ‘Ernesto uit Congo’ maar als mensen uit alle hoeken van de wereld. Culturele kruisbestuiving en cultuurcreatie zijn dan ook begrippen die concreet van toepassing zijn op het muzikale experiment dat Zap Mama is. Dat is meteen het mooie aan wat Marie Daulne brengt met Zap Mama. Het is zeker geen collage of een assemblage van snippers onvermengbare cultuur. Vanuit haar buik komen de verschillende culturele invloeden als een vanzelfsprekendheid naar buiten als een op zich staande, eigen identiteit. Het recept is er een van herkenning van het eigene en ontdekking van het andere in een harmonieus geheel dat ons begeleidt in het smaken van cultuuroverstijgende klanken en ritmes. Marie Daulnes bedoeling om via haar muziek mensen uit verschillende culturen tot een groter begrip voor elkaar te brengen, is volgens mij op muzikaal vlak alvast geslaagd.

Als je haar daarentegen vraagt van waar zij afkomstig is dan zegt ze: “Ik ben Belgische”. Thuis heeft ze als kind de Congolees-Afrikaanse cultuur beleefd, terwijl ze daarbuiten steeds geleefd heeft in dezelfde wereld als elke Brusselaar. Want ook een Brussels gezin met gemengde roots, dat voor de feesten zowel met oer-Vlaamse als Brussels-Congolese familieleden aan tafel schuift, is een Belgische realiteit. Vooral in Brussel maar ook in de andere delen van ons land bestaan deze op liefde geente samensmeltingen van culturen al van oudsher. Welke Vlaming kan zeggen dat zijn familiestamboom geen ‘vreemde’ invloeden heeft? Dat maakt onze Belgische samenleving net zo kleurrijk en complex.

TWEESPRAKENCYCLUS: DEBAT OVER ‘WORLD MUSIC AND... DEVELOPMENT?’

Met grote nieuwsgierigheid zak ik met mijn opnameapparatuur af naar de tweesprakencyclus van USOS Op het eerste zicht lijkt dit een vreemde ontmoeting van leefwerelden. Hoe zal Guy Poppe als moderator het midden vinden tussen de verwachte intellectualiteit van een academische debattenreeks en de denkwereld van de muzikante die Marie Daulne is? Waarover zal Marie Daulne spreken als zij de slimme vragen van Guy Poppe krijgt voorgeschoteld? Niet te verwonderen dat het eerder een tandem- interview wordt dan een echt debat. Guy Poppe pakt overweldigend uit met een paar stevige vragen die ook mij even naar adem doen happen:

“Het label wereldmuziek kan een voordeel bieden in het exploiteren van je etnische identiteit door die juist te gebruiken als een bron van creativiteit. Dit vind je vaak terug in interviews met wereldmuziek-artiesten. Dat zou meteen mijn eerste vraag kunnen zijn. Hoe sta je tegenover dit concept van exotische identiteit?” De tweede vraag luidt of wereldmuziek geen elitair product is geworden dat uitsluitend bedoeld is voor de intellectuelen in het Noorden. Als je rijk bent, kunt lezen en schrijven, is het gemakkelijk om tolerant te zijn en open te staan voor de wereld, maar is de populaire cultuur dat ook? Is het niet zo dat ook wereldmuziek een weerspiegeling is van de ongelijkheid in consumptiemogelijkheden tussen Zuid en Noord? De derde vraag betreft de productie van wereldmuziek. Veel muzikanten komen uit het Zuiden maar verkopen hun muziek via producenten in het Noorden. Gaat de opbrengst hiervan niet enkel naar het Noorden? In die zin is het mondiaal productieproces van wereldmuziek niet zo verschillend van dat van bijvoorbeeld koffie of soja...

En inderdaad, uit de antwoorden van Marie Daulne blijkt wederom hoe bijzonder deze vrouw is. In háár beleving van de wereld vervagen de vragen over wereldmuziek als ontwikkelingsinstrument of uitbuitingsmiddel tot een persoonlijkere beleving van muziek als cultuuroverschrijdend communicatiemiddel waarbij de Westerse dualiteit moeiteloos wordt gepasseerd.

LEVENSVERHAAL

Marie Daulne antwoordt met haar levensverhaal. Ze begint haar repliek met te duiden dat haar ervaringen als het levende resultaat van een vermenging tussen de Belgische en de Congolese cultuur en haar ervaringen met muziek, het enige zijn waar zij met zekerheid over kan spreken:

“Ik ben Marie Daulne, geboren in Congo en net als jullie getogen in België. Om eerlijk te zijn, ik ken Congo niet. Mijn moeder heeft me grootgebracht als een Afrikaanse vrouw, terwijl ik op school de Belgische cultuur met de pap kreeg ingelepeld. In feite ben ik tegelijkertijd in twee culturen opgegroeid. Buitenshuis was België en binnenshuis was Congo. Al vroeg ontsproot in alle stilte diep in mij een eigen cultuur. Een cultuur die erg verschillend zou blijken van wat mijn moeder me had geleerd. Voor mijn moeder was muziek geen kunst. Voor haar was het eerder een bron van inkomsten of gewoon een dagdagelijkse bezigheid. Als je wandelde, bij het koken en de afwas werd er gezongen. Zingen deed mijn moeder niet zomaar. Het had ook een helend effect volgens haar. In Afrika is het bijvoorbeeld een gewoonte om jezelf moed in te zingen. Muziek maakten bijgevolg deel uit van mijn bestaan, vooral Afrikaanse liederen. Ik dacht dat dit normaal was en verbeeldde me dat het in andere Belgische gezinnen niet anders was. Daarnaast was er mijn katholieke Belgische familie. De familie van mijn vader. Als vanzelfsprekend verzeilde ik via hen in een kerkkoor waar ik de liturgische gezangen kreeg aangeleerd. Zo ook kwam ik bij de scouts terecht waar eveneens muziek was. Het is net deze mix van muzikale stijlen die iets in mij deed ontwaken.”

“Op mijn achtien jaar voelde ik zoals iedereen de behoefte om op zoek te gaan naar mijn identiteit. Ik had twee beelden in mijn hoofd, die van de Belgische en die van de Afrikaanse vrouw. En beide beelden waren voor mij één en dezelfde vrouw. Mijn enige referentiepunt voor de Afrikaanse vrouw was mijn moeder. In mijn zoektocht naar die Afrikaanse vrouw en naar het beter begrijpen van mijn moeder, besloot ik om naar Congo te gaan. Ik vertrok met hetzelfde exotische beeld dat iedere andere Belg heeft als hij aan Afrika denkt en er nog nooit geweest is. Via boeken en films dacht ik aan Afrika als het land van de apen, de palmbomen en kokosnoten, safari’s op uitgestrekte vlaktes en aan mensen met vreemde tradities en gewoontes. Mijn bezoek aan Congo bracht dan ook een enorme ommekeer teweeg. Het eerste dat mij raakte was de armoede. Armoede is daar alomtegenwoordig. Het is er in vergelijking met België eerder de regel dan de uitzondering. Maar je hoort de mensen niet klagen. Hier in België klaag je al wanneer de bus een paar seconden te laat is, maar daar moet je soms vijf dagen wachten op de bus, als die al komt. Wanneer ze daar tegenslag hebben, dan klagen ze niet. Neen, ze beginnen te zingen. Zo hebben ze een lied dat je helpt om niet gestresseerd te zijn. Ik leerde daar dat muziek een middel kan zijn om je door de dag te helpen. Toen heb ik tegen mezelf gezegd: dat is wat ik van hier wil meenemen naar Europa. Ik neem deze liederen mee en ga de mensen in België leren wat je beter kunt doen in plaats van steeds te vergaan van de stress: als de bus niet komt, begin dan stilletjes in je hoofd te zingen en je wordt vanzelf rustig!”

“Teruggekeerd in België ben ik beginnen lesgeven aan kinderen. Kinderen staan immers nog open voor nieuwe invloeden en ze leren veel gemakkelijker. Ik was immers zelf ook begonnen met muziek op mijn vier jaar en muziek is voor mij letterlijk kinderspel geworden. Al gauw vroegen de ouders van die kinderen mij of ze niet in de les mochten blijven en of zij de liederen ook mochten leren. Zo ben ik geleidelijk aan kinderen en volwassenen gaan onderwijzen. Ik leerde hen niet alleen de muziek, maar ik legde hen ook uit waarvoor de liederen bedoeld waren. Het ene lied is om te relaxeren, het andere zing je om iemands pijn te verzachten. Steeds vaker begon ik de traditionele gezangen uit Congo te gebruiken. En toch voelde ik me niet geheel op mijn gemak bij deze muziek. Ik was immers opgegroeid in België met scoutsliederen, rock-‘n-roll en R&B. Dus herschreef ik de nummers met mijn eigen muzikale invloeden. Dit was mijn muziek. Het is zo dat Zap Mama is ontstaan.”

WERELDMUZIEK, WAT IS DAT?

“Net op dat moment, rond 1990, begon men te spreken van wereldmuziek. Iedereen was nieuwsgierig. Iedereen was ook naarstig op zoek om een definitie te geven van wat nu ‘echte’ wereldmuziek was. En gelukkig voor mij heeft de media mijn muziek er toen uitgepikt als beste voorbeeld om wereldmuziek te omschrijven.”

Mijn eerste show was daarom meer dan muziek alleen. We vertelden over ons leven door acrobatie en theater te verweven doorheen de muziek. Het bleek zo aangrijpend dat we in heel de Westerse wereld bekend geraakten. Pas vijf jaar later, toen het succes van wereldmuziek begon te tanen en men de waarde van het genre in twijfel begon te trekken, werd ik me bewust van het etiket dat op de muziek van Zap Mama kleefde. Ik wilde het stigma van wereldmuziek rond mijn muziek doorbreken en dat bleek niet simpel. Toen heb ik tegen mezelf gezegd: ‘Wereldmuziek, dat ben ik niet. Ik ben een mens als iedereen. Ik ben Zap Mama, geboren in Congo en opgegroeid in België. Maar ik breng een universele humane boodschap en dat doe ik via mijn muziek.”

“Wereldmuziek is voor mij trouwens geen louter Afrikaanse aangelegenheid. Stel dat je Axelle Red promoot in de VS, dan zal zij daar ook gelabeld worden als wereldmuziekartieste omdat haar muziek Belgische roots heeft. Elk land heeft zijn eigen muzikale traditie. De muziek uit de rest van de wereld wordt dan als ‘wereldmuziek’ bestempeld. Zo ook blijf ik buiten België een wereldmuziekartieste uit België. Maar ook in België zelf zal ik mijn muziek omschrijven als wereldmuziek. Maar waarom dan? Omdat mijn muziek doorweefd is met Afrikaanse ritmes? Omdat ik geboren ben in Afrika? Omdat ik een mix maak van beide culturen? Ik meng verschillende muziekstijlen uit alle hoeken van de wereld, niet alleen de Congolese en Belgische muziek. Mijn muziek is daarom wel wereldmuziek, maar geen etnische muziek zoals velen het nog steeds definiëren. Het heeft tot het jaar 2000 geduurd eer ik hiervoor erkenning kreeg. In de VS werd ik geëerd door andere muzikanten die met me wilden samenwerken, niet omdat ik Afrikaanse muziek bracht, niet omdat ik Belgische was, maar juist omdat ik het gedurfd had een nieuwe mix te creëren tussen pygmee-muziek, Indische muziek, gospel en rock-‘n-roll. Voor het eerst in mijn leven werd ik aanzien als een kunstenares, als één persoon die nieuwe muziek creëert, net zoals Picasso één persoon was die met het kubisme een nieuwe stroming in de kunst creëerde.”

TOCH KOLONISATIE?

We laten Marie Daulne bij deze nog verder genieten van haar rechtmatige titel van getalenteerd kunstenares. Dat ze bekend werd doordat ze mee op de kar kon springen van het succes dat het label wereldmuziek kende, valt niet te weerleggen. Maar in dit verhaal rond wereldmuziek vinden we toch een duidelijke tegenstelling terug. Enerzijds is er de kritiek op wereldmuziek vanuit het discours rond de onevenwichtige Noord-Zuidverhoudingen. Anderzijds is er de beleving van een Belgische artieste met Congolese roots die haar muziek gestigmatiseerd ziet worden als een middel tot uitbuiting en kolonisatie. Wordt hierdoor haar muziek niet juist gekoloniseerd en weer eens gereduceerd tot een label? In hoeverre is haar muziek en die van vele wereldmuzikanten sterker ‘gekoloniseerd’ door de mainstream zoekende mallemolen van de professionele muziekwereld dan pakweg die van Britney Spears of Eminem? Hun muziek is veel meer ‘gemaakt’ door de producers en veel minder het resultaat van de creativiteit van de artiesten zelf. Ook vinden we in die ‘Westerse’ popmuziek weinig terug van de persoonlijke leefwereld van de artiesten in kwestie. En is het niet vooral de pur sang Amerikaanse R&B, rap, reggae en hiphop die je hoort weerklinken wanneer je een zwart-Afrikaans land bezoekt, eerder dan de wereldmuziek zoals we die in Europa kennen? Het is ook niet toevallig dat net diezelfde muziek de zendtijd van onze Europese radio’s aan het veroveren is. Toch iets om even bij stil te staan...

De eerste plaat van Zap Mama werd uitgebracht in 1991 door het Belgische platenlabel Crammed. De songs variëren van pygmee-gezangen, Zaïrese populaire liedjes, Arabische invloeden, Zuid-Afrikaanse antiapartheidsliederen, 16de eeuwse Spaanse madrigalen tot human beatbox – de specialiteit van Marie’s broer Jean-Louis Daulne, die zelf ook een mooie carrière zou uitbouwen. Alhoewel deze allereerste plaat zeer positief werd ontvangen, duurde het tot het Europese publiek Zap Mama’s opwindende live-show zag voor de groep een groot publiek wist aan te spreken. Enkele jaren later werd de groep in de VS ‘ontdekt’ door David Byrne, de voormalige zanger van Talking Heads. Hij besloot om het album uit te brengen op zijn Luaka Bop-label. Uit de lichtjes gewijzigde plaat onder een andere titel werd het nummer ‘Brrrlak!’ een hitsingle van formaat. De groep werd aangekondigd met volgende promotekst: “Wat is dit? Dit is het oorspronkelijke instrument, het primaire instrument, het meest soulvolle instrument: de menselijke stem. De muziek van Zap Mama incorporeert een myriade aan vocale tradities van over de hele wereld, maar vooral uit de funky Afrikaanse diaspora gemengd met Euro-Amerikaanse tradities. Soms zijn er woorden, soms zelfs niet, enkel geluiden. De simpelste klank is de rijkste. Vijf vrouwen. Afrikaans en Europees.” Aldus werd de plaat een enorm succes in Amerika en in 1993 voerde Zap Mama de Billboard-lijst aan van best verkochte wereldmuziek-cd’s. Zap Mama bereikte een steeds breder publiek en triomfen op de podia van de wereld bleven niet uit. De groep trad op op magische plaatsen als New Yorks Central Park, de Olympia in Parijs en het Jazz-festival van Montreux.

www.zapmama.be

Dieter Wijffels