Deze verhaaltjes voor het slapengaan komen ons toegewaaid uit Congo, waar ze gebruikt worden om lagere schoolkinderen Frans te leren.
Au village de Kilansaka vivaient deux jeunes mariés.
Ils étaient heureux, rien ne venait troubler la paix de leur ménage.
Un jour, la femme tomba malade, aucun remède ne parvint à la guérir et elle mourut. Son mari était inconsolable,
il refusait de l’enterrer et voulait continuer à vivre près de son cadavre.
Les gens du village ne purent supporter plus longtemps
ce spectacle et cette odeur; ils refusait de l’enterrer et voulait continuer à vivre près de son cadavre.
Il décida d’aller vivre sur l’eau et il emmena sur une piroque* les restes de sa femme.
Il vivait ainsi depuis de longues années quand un génie
lui apparut et lui dit: “J’ai le pouvoir de rendre la vie à ta femme.” Il piqua le doigt de l’homme, en fit jaillir une goutte de sang qui tomba sur le cadavre pourri. La femme reprit la vie et le génie laissa les deux époux à leur joie. Cette joie ne fut pas de longue durée. La femme remarqua bien vite que son mari avait vieilli, qu’il n’était plus fort et joyeux comme avant; elle décida de l’abandonner et, un jour qu’il était parti chercher des provisions au village voisin, elle s’enfuit.
L’homme parvint à retrouver sa trace et alla lui reprocher
son ingratitude. La femme, ne voulant plus avoir rien de commun avec lui, décida de lui rendre la goutte de sang qui l’avait ramenée à la vie. Elle tira son épingle* et s’en piqua le doigt; une goutte de sang tomba dans l’eau et, tout à coup, le corps de la femme s’affaissa: ce n’était plus qu’un amas de poussière.
Cette poussière se mêla à l’eau du fleuve, se transforma en larves et bientôt en une nuée de moustiques.
Ce sont ces moustiques qui nous harcèlent* et nous agacent* de leurs bourdonnements*. C’est la femme qui cherche à nous piquer et essaie de nous voler la goutte de sang qui lui rendra la vie une nouvelle fois.
Ja, er zijn veel allochtonen in België en zeker in Antwerpen. Sommigen doen het werk dat wij misschien hadden kunnen doen, anderen creëren zelf hun werk en tonen ons misschien mogelijkheden die we nog niet kenden. Sommigen komen hier dan weer studeren met een Belgische of Europese beurs, anderen betalen hun studies hier zelf. Sommigen komen naar België om bij hun familie te zijn, anderen omdat ze hier gelukkiger hopen te worden of omdat ze niet meer konden of wilden blijven leven in de toestand van het land waar ze vandaan komen.
Ook veel Belgen gaan trouwens naar het buitenland, omdat ze denken daar gelukkiger te worden of om te leren van de nieuwe ervaringen die ze daar opdoen.
Elke mens volgt zijn eigen weg en heeft zijn eigen verhaal. Veel Belgen lijken echter weinig te weten over de verhalen van mensen die niet oorspronkelijk uit België komen. Over deze mensen wordt vaak in zeer algemene of clichématige termen gesproken, gedacht of geschreven. Vaak worden ze eerder beschouwd als een maatschappelijke groep dan als verschillende individuen. Graag zou ik eens het persoonlijke verhaal van deze individuen horen, om de onpersoonlijkheid die in deze maatschappij vaak leeft te overstijgen, maar anderzijds vind ik dat ook ingaan tegen het idee van een ontmoeting. Een ontmoeting zie ik immers als het contact tussen twee of meerdere personen, dat misschien niet in woorden weer te geven is. Ik heb het gevoel dat vele mensen bang zijn voor dat contact, vooral dan met mensen die hen op het eerste gezicht vreemd lijken. Misschien is dit een grove beschuldiging, waarvoor dan mijn excuses, maar wat ik eigenlijk wilde zeggen is: heb geen vooroordelen over relaties, de liefde kan je overal tegenkomen – en natuurlijk niet alleen de liefde voor uw lief.
Ik bedoel: af en toe hoor ik mensen zeggen dat ze nooit een relatie met iemand van een totaal andere culturele achtergrond zouden willen hebben, omdat dat toch niet zou werken óf omdat hun ouders dat niet zien zitten óf omdat dat zo onpraktisch is als de ene in het ene land woont of wil wonen en de andere liever in een ander land blijft. Ik vind het nogal vreemd dat deze mensen al weten dat een relatie niet werkt nog voor ze de persoon kennen waarmee ze die relatie zouden kunnen hebben. Ikzelf heb nooit zo duidelijk geweten dat het juist was om van iemand te houden dan van degene die totaal van mij verschilt, die vaak tegengestelde ideeën en idealen heeft, die de toekomst anders ziet dan mij, maar die wel openstaat voor alle verschillen die er tussen mensen zijn en wil leren van anderen. Ik zeg niet dat deze liefde praktisch is, dat we dezelfde weg voor ogen hebben en dat we voor eeuwig zullen samenblijven. Maar ik weet wel dat als je ervoor openstaat je van iemand kan houden, alleen maar omdat je het voelt en zonder dat er aan enige andere vereiste voldaan is – ook niet aan de zegen van je ouders.
Fleur Leroy