In het noorden van Perú woedt reeds vier jaar een strijd tussen de boerengemeenschappen en het mijnbouwbedrijf Minera Majaz. Op amper vijfhonderd meter van de Ecuadoriaanse grens is deze dochteronderneming van het Britse bedrijf Monterrico Metals in volle voorbereiding om de grootste kopermolybdeen-mijn in Perú te openen, de Rio Blanco Copper Mine. In dit proces ontziet het niets of niemand. Door het gebruik van chemicaliën bij de ontginning zal een groot deel van de regio en de daar ontspringende rivieren vervuild worden. Het gebied, bedekt door nevelwouden en ‘páramos’ of koude hooglanden, bezit niet alleen een hoge graad aan biodiversiteit, maar vertegenwoordigt bovendien één van de belangrijkste watervoorraden van het Amazonebekken.
Het openen van deze eerste mijn is slechts de aanzet tot het uitbouwen van een heus mijnbouwdistrict in de regio. Op korte termijn heeft dit zijn weerslag op de voedsel- en watervoorziening van de bevolking enerzijds en het verdwijnen van unieke dier- en plantensoorten anderzijds. Op langere termijn echter zijn de gevolgen voor het klimaat niet te overzien. Dit kan volgens sommige wetenschappers gaan van een voelbare vermindering van de zuurstofproductie en het vrijkomen van CO2 (met opwarming van onze atmosfeer als gevolg) tot het uitdrogen van grote delen van het Latijns-Amerikaanse vasteland.
Het toepassen van ‘open mijnbouw’ in deze regio zal verstrekkende gevolgen hebben. Deze techniek wordt wereldwijd beschouwd als de meest verontreinigende. Hierbij worden enorme hoeveelheden afval dat metalen, zuren en gifstoffen bevat, geproduceerd. De lucht- en waterkwaliteit zal hieronder lijden en de gezondheid van mens en dier in gevaar brengen. Op andere mijnsites zijn reeds gevallen bekend van verslechterd zicht, concentratiestoornissen en vertraagde mentale ontwikkeling bij kinderen.
Niet alleen de gezondheid van de mensen is in gevaar, maar ook hun bron van inkomsten. De mijn situeert zich in de Hoge Amazone van de Andes, een gebied dat gekend is om zijn unieke en zeer fragiele ecosystemen. Deze gebieden bestaan uit tropische nevelwouden die de hogere gebieden voorzien van een continue regenval. Deze páramos vormen een natuurlijke sponsachtige laag die enorme hoeveelheden zuiver water vasthouden. Ze bestaan uit een bijzondere vegetatie van varens, mossen en talloze gras- en kruidensoorten die zelfs op de hoogste toppen floreren. Ten oosten van het gebied ligt het stroombekken van de Chinchipe-rivier die uitmondt in de Amazone. Ten westen bevindt zich het stroombekken van de Quiroz-rivier, dat het departement Piura van water voorziet. Om koper te ontginnen heb je bovendien een grote hoeveelheid water nodig. Bioloog Fidel Torres stelt: “Dit zal een onomkeerbaar proces van woestijnvorming veroorzaken. Het is een grote bedreiging voor vijftienduizend landbouwfamilies die onder andere fruit, suiker, koffie en rijst cultiveren. Duizenden loonarbeiders zullen zonder werk vallen. Vele boeren zullen niet meer in staat zijn te voorzien in hun eigen voedsel.”
De regio is een van de ‘hotspots’ in de wereld qua biodiversiteit en telt veel zeldzame fauna en flora zoals de brilbeer, de Peruaanse tapir en verscheidene soorten orchideeën. Minera Majaz wilt zijn activiteiten laten doorgaan in het uitbreidingsgebied van een nationaal erkend natuurreservaat. De unieke dier- en plantensoorten daar zullen door boskap en wegenaanleg met uitsterven worden bedreigd. Perú is zijn ware rijkdommen aan het vergooien. Water en biodiversiteit zullen in de toekomst immers meer waard zijn dan koper.
Sinds 2002 is Monterrico Metals actief in het gebied van de Rio Blanco, in de provincie Huancabamba. Als Monterrico Metals erin slaagt de kopermolybdeen-mijn hier te vestigen, staat het licht op groen voor verdere exploitatie van de regio. Tienduizenden hectaren van de ondergrond in de regio zijn al in handen van Monterrico Metals en de Newmont Mining Corporation in de vorm van concessies. Zoals eerder is gebeurd, zal het in werking stellen van de mijn tot gevolg hebben dat de mijnbouw oprukt naar de gebieden die al wel in concessie zijn, maar tot dusver nog niet werden geëxploreerd.
Om tot de aanleg van de mijnsite, pijplijn en haven te kunnen overgaan, moet een Milieu Effecten Rapport (MER) goedgekeurd worden. Hierin wordt beschreven wat de geschatte milieu-impact zal zijn en welke maatregelen genomen worden om deze te beperken. Deze studie moet ook een sluitingsplan van de mijn en een sociaal-economische impactanalyse bevatten. Het rapport, uitgevoerd door het bedrijf Knight Piesold – aangesteld en gefinancierd door Monterrico Metals – moet goedgekeurd worden door het Ministerie van Energie en Mijnbouw van Perú (MINEM). Het MINEM is echter ook verantwoordelijk voor het aantrekken van buitenlandse investeringen en bovendien bestaat er een sterke verwevenheid tussen de mijnbouwsector en het politieke bestel van Perú. Dit maakt de kans op goedkeuring uitermate groot.
De activiteiten van Minera Majaz in de regio zijn in vele opzichten illegaal. Het bedrijf heeft tot op heden niet de nodige toestemming van de algemene vergaderingen van de betrokken gemeenschappen. Voor hun exploratieactiviteiten baseren ze zich op een ondertussen herroepen machtiging tot onderzoek naar de seismische activiteit in het gebied. Om toestemming te verkrijgen voor verder onderzoek en om de gronden te mogen exploiteren, heeft Monterrico Metals een sociale vergunning nodig. Volgens de Peruviaanse wetgeving is hiervoor de goedkeuring van 2/3 van de lokale bevolking nodig. Bovendien werd het project ontwikkeld zonder de omringende gemeenschappen vooraf te raadplegen of te informeren. Daarmee schenden ze de Peruviaanse wet op boeren- en autochtone gemeenschappen, de wet rond grondbezit en het verdrag n° 169 over Inheemse Volkeren van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) dat door Perú werd ondertekend. Het exploratiegebied ligt daarenboven op minder dan vijftig kilometer van de Ecuadoriaanse grens. Dit maakt hun activiteiten volgens Peruviaanse én internationale wetgevingen onmogelijk. Vreemd genoeg keurde het MINEM deze onwettige situatie goed. Het nepotisme binnen de bedrijfswereld, de politiek en de pers in Perú bemoeilijkt het protest van de boeren.
Aan de vooravond van de publicatie van het MER, is het boerenprotest op zijn hoogtepunt. In de zomer van 2007 zal er een referendum plaatsvinden dat moet bepalen of de lokale bevolking akkoord gaat met het uitvoeren van het project Rio Blanco. In het verleden heeft zo’n referendum in Perú al geleid tot het stopzetten van de mijnbouwactiviteiten. Ondertussen blijven de mensenrechtenschendingen zich verder opstapelen. Vreedzame volksmarsen, georganiseerd door de plaatselijke boerenverenigingen die deel uitmaken van het Front voor Duurzame Ontwikkeling van de Noordelijke Grens (FDSFNP), werden door de politie hardhandig gestopt. Verschillende boeren werden verwond en beschoten. Twee boerenleiders vonden de dood. Mensen worden vervolgd, opgepakt en onder valse voorwendselen vastgehouden. In 2005 duurde het 8 dagen vooraleer, dankzij tussenkomst van Amnesty International, 50 ‘verdwenen’ manifestanten zwaar mishandeld terug opdoken. Momenteel dreigt de situatie opnieuw te escaleren.
De pers lanceert lastercampagnes tegen NGO’s, boerenorganisaties en zelfs tegen de Katholieke Kerk. Milieu-activisten worden afgeschilderd als drugssmokkelaars en terroristen. Carlos Martínez Solano, coördinator van het FDSFNP, legt uit dat zo een alibi wordt gecreëerd om op een gegeven moment de noodtoestand te kunnen uitroepen. Daardoor kan de zone gemilitariseerd worden en een doorbraak van de mijnbouwactiviteiten geforceerd.
Vooral in geïndustrialiseerde landen wordt koper gebruikt in de bouw en loodgieterij en molybdeen voor hoogtechnologische toepassingen zoals computerchips. Onrechtstreeks worden door consumptie de activiteiten van mijnbouw ondersteund. Bewust en ethisch consumeren zou een belangrijke stap kunnen zijn in de richting van duurzame mijnbouw. Naast ‘schone’ kleren nu ook ‘schone’ electronische apparatuur en waterleidingen dus… Bovendien maken buitenlandse mijnbedrijven, gefinanciëerd met Europees geld, zich vaak schuldig aan ‘onzuivere praktijken’.
Vanuit dit besef is de organisatie CATAPA (Technisch Academisch Comité voor Bijstand bij Milieuproblemen) ontstaan. Zij zijn niet tegen mijnbouw ‘an sich’ maar voor een duurzame, ethische mijnbouw. Ze werken nauw samen met lokale organisaties die de boerenbewegingen in Perú en Bolivia ondersteunen. Sinds twee jaar trachten zij binnen Europa een platform te creëren voor bewustmaking rond duurzame mijnbouw enerzijds en om de boeren in Perú en Bolivia een internationale stem te geven anderzijds.
CATAPA heeft een campagne opgezet om het Rio Blanco mijnproject stop te zetten en wilt het betreffende gebied laten uitroepen tot ‘Rode Zone‘ voor welke vorm van exploitatie dan ook. Met een technisch en juridisch team, bestaande uit een 45-tal ingenieurs en wetenschappers, wilt de organisatie het MER kritisch onder de loep nemen. Ze hopen dat nadien zoveel mogelijk mensen en organisaties deze kritische revisie van het MER ondertekenen. Bovendien wil CATAPA voorzien in internationale waarnemers bij het volksreferendum in juni 2007.
Meer info: http://catapa.be
Mail: info@catapa.be
Dieter Wijffels