NT2: de toverformule voor integratie?

Een gesprek met Johan Leman

Als directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding, toen door de media omgedoopt tot ‘Centrum Leman’, stond hij meer dan eens in het middelpunt van een politieke storm. Iedereen herinnert zich ongetwijfeld de veroordeling van het Vlaams Blok (vandaag Vlaams Belang) voor racisme naar aanleiding van een klacht van het Centrum. Vandaag komt hij als hoogleraar aan het departement antropologie van de KULeuven minder in het nieuws, maar hij neemt nog steeds geen blad voor de mond.

Johan Leman: Toen ik directeur was van het Centrum, had Vlaanderen een enorme achterstand in te halen op het vlak van integratie. Nochtans werkten we in een periode dat er geen geld was. Zo waren we dus wel verplicht om de initiatieven te ondersteunen die het meeste opbrachten. Ik had natuurlijk liever geld gehad, maar er zit ook een positieve kant aan. Nu heeft men zelfs te veel geld en wordt er naar mijn mening niet verstandig mee omgesprongen. Als ik zie wat men vandaag uitgeeft aan inburgering… Dat mag iets kosten, maar je moet nu ook niet overdrijven.

De gemeente spoort bijvoorbeeld buitenlandse studenten die hier een jaar blijven aan om de lessen Nederlands voor anderstaligen te volgen.

JL: Voilà! Dat zie ik ook in Leuven. Amerikaanse studenten die dat perfect zelf zouden kunnen betalen. Dat is een investering van de staat die per student makkelijk naar de €2500 gaat. Indertijd in de Foyer (Regionaal Integratiecentrum te Molenbeek waar Leman voorzitter is, TL) hadden we een circuit van Nederlandse taallessen met een duizendtal cursisten. Dat werd gedragen door een vier- of vijftal gesco’s (gesubsidieerde contractuelen, TL) en de lessen zelf werden door vrijwilligers gegeven. Dat waren jong gepensioneerde leerkrachten. Ik vraag me nog altijd af of die aanpak minder professioneel was dan met de logopedist of maatschappelijk werker die nu aangenomen wordt.

Bent u dan niet tevreden dat de politiek dergelijke initiatieven naar waarde schat en daar ook geld in investeert?

JL: Ik ben geen grote voorstander van overinvesteringen. Vroeg of laat komt daar een evaluatie van en dan gaat men zeggen: “Ja, maar… verdienen de resultaten wel die grote inspanning?” Ik kan nu al voorspellen dat men daar negatief op gaat antwoorden. Dan riskeer je dat het kind met het badwater wordt weggegooid.

Beschouwen de politici NT2 niet teveel als een wondermiddel voor integratieproblemen?

JL:Ik vermoed dat een aantal mensen dat denken. Terwijl je maar even buiten Vlaanderen moet kijken om te beseffen dat integratie niet alleen dat kan zijn. In al de omringende landen is de druk op taalverwerving enorm groot. In Groot-Britannië spreken de meeste minderheden wel behoorlijk Engels, dus dan zouden daar geen problemen mogen zijn. Frankrijk heeft bijvoorbeeld echt een assimilatiebeleid gevoerd rond taal en toch staat de boel daar in de banlieus vandaag op ontploffen. Ik versta perfect waarom men mensen wilt aansporen om Nederlands te leren. Ik heb daar ook geen enkel probleem mee, maar men mag niet geloven dat integratie er dan grotendeels opzit.

Welke maatregelen komen er vandaag dan te weinig aan bod?

JL:Ik denk dat de politici het goed menen, maar dat ze hun onderwerp te weinig kennen. De eerste vergissing die ze begaan, is teveel geld spenderen aan mensen die het eigenlijk niet nodig hebben. Daarnaast wordt taalverwerving overbenadrukt. Waar men wellicht te weinig aan werkt, is de problematiek van sociale cohesie. Er moet dringend een dialoog tot stand komen, maar men weet blijkbaar niet hoe er aan te beginnen. Toch is het essentieel dat mensen bijvoorbeeld weten: “Wat is de Islam en hoe kom ik daarmee in contact?” Verder moet die Islam ook verplicht worden om uit z’n kot te komen om zich in alle openheid te laten kennen.
Hoeveel nieuwe Belgen zitten er hier ook niet die ondergekwalificeerd werken, terwijl men voor bepaalde jobs de vacatures niet ingevuld krijgt. Stel een soort centrum op waar men zeer gericht werk maakt van omscholing. Een arts die een niet-Belgisch diploma heeft, is inderdaad niet zomaar equivalent. Momenteel laat men deze mensen echter individueel aanmodderen. Een aantal halen het dan, de meesten haken jammer genoeg af. Er is, gekoppeld aan de nieuwe migraties, een verkwisting van menselijk kapitaal die niet opgevangen wordt door cursussen Nederlands. De taalverwerving is slechts één element en bovendien geraken mensen gefrustreerd wanneer ze merken dat kennis van het Nederlands niet volstaat om betekenisvol aan de bak te komen.

Waarom ligt taal zo gevoelig?

JL:Cultuur is een creatief proces; het is het bricoleren van een identiteit. Als Turkse of Italiaanse Vlamingen van thuis uit hun taal belangrijk vinden, moet je dat respecteren. Op een bepaald moment kan de mantra ‘Nederlands als sleutelvoorwaarde voor integratie’ misschien evolueren naar: “Nederlands is de omgangstaal, maar het is normaal dat een bepaalde vorm van meertaligheid een onderdeel is van het Vlaamse landschap.” Je moet niet tegen die mensen zeggen: “Wat jij cultureel belangrijk vindt, interesseert ons niet.” Cultuur heeft altijd een niet-rationele component. Het klopt dat veel van die mensen het Turks niet zullen kunnen gebruiken bij hun tewerkstelling, maar cultuur is meer dan dat. Taal is er een belangrijk onderdeel van, net zoals godsdienst. Men gaat je ook niet vragen naar je godsdienst op je job, maar men laat er wel ruimte voor. Waarom niet voor die taalcomponenten? Als je dat niet doet, ga je die cultuurbeleving integraal naar de godsdienstige sfeer schuiven. Dan gaan de religieuze instellingen zich bezighouden met het aanleren van die taal. Is het dat wat we willen? Mensen beleven het respect voor hun taal als een erkenning van wie ze zijn en dat helpt hen om zich goed te voelen in hun vel. Het is een bron van trots: iets kennen wat niet iedereen kent. Je mag dat gevoel van fierheid niet onderschatten. Als je mensen voorhoudt dat enkel hun nieuwe, Vlaamse identiteit telt, zeg je: “Wat jullie meebrengen is niets waard.” Is dat verstandig? De godsdienst is dan het enige waardoor ze zich kunnen onderscheiden en dat wordt dan een ongezonde fixatie.

Hoe kan je dan wel een ruimte bieden voor die meertalige realiteit?

JL:Ik ben steeds een pleitbezorger geweest van het Onderwijs in de Eigen Taal en Cultuur op het niveau van het basis- en secundair onderwijs. Jammer genoeg heeft de politiek dat nooit ondersteund. Men maakt het niet onmogelijk voor de scholen, maar wel zeer moeilijk; bijvoorbeeld enkel indien de ambassade iemand ter beschikking stelt. Dan zegt men: “Zie je wel, moedertaalonderwijs is niet te organiseren.” Maar men maakt er ook geen middelen voor vrij! Hier in de Foyer is het elk jaar opnieuw knokken. Een directiewissel is voldoende om heel het project af te voeren indien de nieuwe directeur er niet voor gewonnen is. Men heeft het nooit ernstig genomen, dus moet men de welvoeglijkheid hebben om toe te geven dat je het niet kan beoordelen.

Waarom heeft men moedertaalonderwijs tot nu toe geen kans gegeven?

JL:Het is een beleid dat nooit een draagvlak had. Een beleid dat stelt dat iedereen Nederlands moet spreken, wordt wel 100% gedragen. Bovendien is het voor veel leerkrachten niet evident om daarmee om te gaan. Blijkbaar vraagt het een inspanning om iets te tolereren wat je zelf niet kent. De leerkracht is steeds de persoon geweest die alles het beste weet. Als er dan plotseling kinderen zitten die beter zijn in een materie die erkend is in de school, bijvoorbeeld het Turks, worden die op dat gebied de meerdere van de leerkracht. Een aantal mensen hebben het daar moeilijk mee.

Denkt u dat het huidige politieke discours dat de Vlaamse identiteit gelijkstelt aan het gebruik van het Nederlands onder invloed van het Vlaams Belang is ontstaan?

JL:Ik denk dat wel. Politieke strategieën zijn meerlagig. Men probeert bijvoorbeeld een aantal belangen te verenigen in één beleidsmaatregel. Bij een aantal mensen gaat er dan een stemmetje op: “Het Vlaams Belang staat op assimileren, waarom niet het Nederlands naar voren schuiven? Baat het niet, dan schaadt het niet.” Op die manier hopen ze een vruchtbaar integratiebeleid te voeren en in de vlucht het Vlaams Belang wat wind uit te zeilen te nemen. Je hebt maar vier jaar in de politiek, dus neemt de politiek verantwoordelijke bij voorkeur iets wat zeker een groot draagvlak heeft en schuwt hij maatregelen waar verdeeldheid over bestaat. Ik voorspel dat Marino Keulen probleemloos het einde van zijn legislatuur zal halen, maar als hij nog eens een termijn begint met hetzelfde thema, zal hij tegenwind krijgen vanuit de migrantengemeenschap.

Toch hoor je ook vanuit allochtone hoek weinig kritiek op het huidig beleid.

JL:De meeste van de allochtone politici zijn geassimileerd en voelen zich daar ook het best bij. Die enkelen die wel dwarsliggen, geven eerder blijk van een persoonlijke agenda dan van gemeenschapsinteresse. Bovendien heeft men het grote voordeel dat Dyeb Abou Jahjah tegenwoordig meer in Libanon geïnteresseerd is. Dat is weer een tegenstem die wegvalt. Als er iemand vanuit allochtone hoek opstaat met hetzelfde charisme als Abou Jahjah, gaan de politici het moeilijker krijgen. Dan zal de huidige context waarin gevraagd wordt de culturele eigenheid op te zeggen, beschouwd worden als neokoloniaal.

“Nederlands is de omgangstaal, maar meertaligheid is onderdeel van het huidige Vlaamse landschap”

Tobi Lancsweert