Super-Bob, het Spook van het Sinaasappelsap en hoe in het Russisch alles vanzelf gebeurt

Beste luisteraars, jullie weten dat de menselijke taal een onvervangbaar instrument is, niet alleen voor de beschrijving van de feiten, maar ook voor hun waardering. Wanneer de taal zich uitspreidt over het toevallige, het episodische, het artificiële, dan slorpt ze in zich de werkelijkheid op, die ze kenmerkt en verzamelt. Bemerk met welke gevoeligheid de ontwikkelde naties een onderscheid gemaakt hebben tussen de twee tijdvakken in de ontwikkeling van Rusland. De aristocratische cultuur voegde aan de wereld van de barbarismen termen toe als tsaar, kozak, pogrom, […]
Jullie kennen deze woorden en weten wat ze betekenen. Oktober [d.w.z. de Russische revolutie, HW] voegde aan de wereldtalen woorden toe als bolsjewiek, sovjet, kolchozen, gosplan. Hier geeft de praktische taalkunde haar hoogste historisch oordeel!
Trotsky in een lezing aan de Universiteit van Kopenhagen, 1932

In de les Russisch gebruikten wij veel gebrekkig Nederlands, maar meestal was het in totaal vrij goed volgen. Correct Russisch spreken was iets anders, natuurlijk, het is ook niet de gemakkelijkste taal ter wereld. Wij, de studenten, waren met weinig, maar we waren moedig. De Slavistiek was toen nog een armzalig faculteitje ergens weggepropt tussen de fysici en de germanisten. Terwijl de fysici beneden voor miljoenen aan nieuwe apparaten bestelden wanneer hun legendarische student Super-Bob weer een schroevendraaier in de hooggevoelige meetbak liet vallen, kocht de Slavistiek heel af en toe een nieuw setje boeken aan.
Op den duur begon je zelfs met andere studenten in het Russisch te communiceren. Om elkaar te testen, om elkaar te plagen. Wat moet je als Antwerpenaar immers anders beginnen met een Westvlaamse medestudent? Het duurde dan ook niet lang of de gevreesde interferentie dook op. In onze gesprekken. Op onze banken. In onze boeken, en in onze arme hoofden. “Ma!,” zei ik thuis, “De pot is naar de grond gevallen!” Zij keek van niets meer op. “Op de grond,” corrigeerde ze zonder enige emotie.
We schreven de D per ongeluk op zijn Russisch. Sommigen presteerden het om volledige woorden in het verkeerde alfabet te schrijven, waarbij alleen de eerste letter leesbaar was. Anderen schreven soms middenin een woord een paar Cyrillische letters, hadden dat onmiddellijk door en vielen hun cursus met tintenkillers aan. Dat was echter allemaal nog vrij onschuldig. Het viel te begrijpen waar al dat slechte Nederlands vandaan kwam en dus viel het ook te verbeteren.

Veel minder onschuldig, en volledig ongrijpbaar, was voor mij het passief. Ik presteer het telkens maar weer om te vergeten welke werkwoorden die in het Nederlands actief zijn, in het Russisch passief worden en omgekeerd.
Volgens mijn Engelstalige Russische grammatica is er animisme in het spel. Het animisme kent aan alle dingen een ‘ziel’ toe, zodat in het Russisch alles ‘vanzelf’ kan gebeuren. Zo bijvoorbeeld begint de les helemaal uit zichzelf, kan de tram uit zichzelf voorbijkomen en het vuur uit zichzelf aan- of uitgaan. Helaas is die animisme-uitleg nogal povertjes. Het feit dat deze constructie bestaat, wil helemaal niet zeggen dat het animistische geloof daar ook achter zit; de relatie tussen taal en denken is een kwestie die nog steeds niet is opgelost. Daarbij is de animisme-uitleg een typisch voorbeeld van communistische linguďstiek. Volgens Trotskij: “De voorstelling van het Russische volk als een traag, passief, melancholisch, mystiek volk, is wijdverspreid en niet toevallig. Deze voorstelling heeft haar wortels in het verleden.” Marxisten moeten altijd zonodig alle religie uitroeien. Maar daardoor zien ze vaak meer religie dan er is. De ‘volksgeloof’-passiefconstructie is misschien een soort stropop die is opgericht om tegen te kunnen fulmineren.
Een andere uitleg, naast dat animisme, is de communistische linguďstiek zelf: de sovjetmachthebbers hebben vanaf de jaren 1920 tot ongeveer 1980 (toen was de fun er wel ongeveer af) een nieuwe socialistische supertaal willen invoeren. Dit DADA-idee van een volledig nieuw gevormde taal voor de nieuwe socialistische mens is weliswaar niet helemaal gelukt. Toch is de bourgeoisaanspreking ‘mijnheer’ uit het Russisch verdwenen (eerst tot ‘kameraad’ geworden en nu nog steeds niet geherintroduceerd), en zijn afkortingen als gosplan, goelag of Gazprom gemeengoed geworden. Daar alles objectief en correct gepresenteerd moest worden in het communisme, werd alles wat door de overheid gebeurde ook in de passiefconstructie gezet. Logisch, want “300 arbeiders zijn gedeporteerd” klinkt nu eenmaal beter dan “De uitvoerende minister onder Stalin deporteerde 300 arbeiders”. Als je het passief gebruikt, kan je de verantwoordelijkheid ontlopen. Prijzen werden uitgereikt, comités werden gevormd, beslissingen werden genomen, oorlogen werden begonnen. En in het Russisch kan “De oorlog begon (zichzelf)” even goed als “Wij begonnen de oorlog”. Kwam dat de machthebbers even goed uit!
De verklaringen van Oost-Europese postsocialistische wetenschappers zijn ook eensluidend anti-socialistisch en dus politiek getint. Daar hebben we dus ook niet altijd evenveel aan. In Oekraďne moeten ze bijvoorbeeld lachen met dat passief. Zo is er een anekdote van een Oekraďense schooljongen. Per ongeluk heeft hij zijn sinaasappelsap niet goed dicht gedaan. Als hij zijn zak opendoet, blijken alle boeken oranje. “Kijk!”, roept hij, “Mij riuksak oblyvsia sokom!” Letterlijk geeft dat: “Mijn rugzak heeft zichzelf gevuld met sap!” Alle jongens moeten lachen: het is die jongen die erachter zit, het manna valt niet zomaar uit de hemel en het sap komt niet zomaar in die zak terecht.
Toch doet die politieke verklaring nog steeds heel erg Westers aan. Immers, ik mis daar het idee van een onpersoonlijk animistisch ‘het’ of ‘er’ dat ervoor zorgt dat deze zaak zichzelf in de vergetelheid werkt. Vergelijken we even met het Russische “Spit’ mne ne znatsjit-sja” (spiti=slapen, infinitief). “Slapen aan mij niet kan-zichzelf.” Daar staat dus eigenlijk: “Ik kan niet slapen”.

Impliciet heeft het Russisch een ‘het’-idee dat ervoor zorgt dat ik niet kan slapen. Net zoals ‘het’ de tram doet voorbijkomen of ‘het’ het vuur doet uitgaan. Betekent dat ‘het’ dat de Voorzienigheid hier een handje in het spel heeft en de zaken laat gebeuren zonder dat er enige menselijke inmenging is vereist? Daar lijkt het wel op. Wij zouden zeggen: de tram kwam voorbij. De Russen zeggen: ‘Het’ zorgde ervoor, dat de tram voorbijkwam. Daar hebben mensen dus helemaal geen zegje in.

In het oude Grieks heb je dat ook. Je vertaalt dan met ‘toevallig’. In de bijbel lees je de sporen van die Griekse constructies: ‘Het gebeurde dat...’ In het Nieuw-Grieks zijn die constructies weg. In de meeste Balkantalen ook. Waarom?

Is het in het vrije Westen inderdaad zo belangrijk om altijd de acteur van een handeling te specificeren? Wij kennen toch ook een ‘er’ – ja toch, dat befaamde ‘loos subject’ waarvan je in het lager niet wist welke woordsoort je erbij moest schrijven? En wat met de ‘het’ in “het regent”? Duitsers hebben toch ook ‘es’ en Engelsen hun ‘it’.

Of zijn we hier met een typisch exotiserende postkolonialistische blik spoken aan het zien in doodnormale constructies als de ‘het’ in “Ik heb het koud”? Het interessante is, dat in het Swahili dezelfde kwestie speelt als in het Russisch. Dus tóch animisme?

“Als je het passief gebruikt, kan je de verantwoordelijkheid ontlopen.”

Heleen Woittiez