Een voorwoord, wat doen we ermee? Waarom deze ruimte niet schenken aan een bijzonder gastschrijver die het thema mag inluiden? Voor dit nummer hadden we het niet mooier kunnen dromen. Geert Lernout (gewoon hoogleraar vergelijkende literatuurstudie aan de UA en directeur van het James Joyce Center) stelt dat taal en communicatie – in al hun subtiliteit – onlosmakelijk verbonden zijn met de menselijke neiging zich te onderscheiden van anderen. Om dit te ondervinden hoeven we niet eens zo ver te kijken. Zo illustreert professor Lernout hoe ook een letterkundige zijn menselijke identiteit vorm geeft via een persoonlijke visie op wat ons mensen onderscheidt van wat biologen ‘andere dieren’ zouden noemen...
Taal is het mooiste wat de mens ooit heeft uitgevonden en zonder taal zou er zelfs geen mensheid bestaan. Natuurlijk spreken we om te communiceren en taal is nog altijd de snelste manier om aan een ander mee te delen wat je wil of wat jij kan doen voor een ander. Samenwerken gaat bij mensen veel vlugger en veel efficiënter dan bij dieren, en dat vooral dankzij taal.
Dat is lang niet alles. Door te spreken ontsnappen we uit het hier en nu, geven we zin aan het verleden en maken we plannen voor de toekomst. Dieren zitten gevangen in een eeuwig nu: alleen wij hebben een manier gevonden om uit ons eigen lichaam te ontsnappen. Wij hebben een lichaam, dieren zijn een lichaam en dat is een enorm verschil.
Maar ook dat is alleen maar het begin: taal dient niet alleen om te denken. We gebruiken taal ook om onszelf te definiëren, om onszelf een plaats te geven in een wereld die voor ons altijd een sociale wereld is. Die wereld bestaat ook altijd al uit taal en taal helpt ons om een deel te worden van onze mensengroep. Deze taalgroep heeft weinig te maken met onze ouders, maar wel met de groep kinderen waarmee we opgroeien. Daarom spreken jonge volwassenen het dialect van klasgenoten of vrienden en niet de taal van hun ouders.
Bij een groep horen is belangrijk voor een jong lid van de maatschappij, maar het gevolg is wel dat je moet kiezen voor één groep en dus automatisch ook tegen een heleboel andere groepen. Wie ook met mensen uit andere groepen wil communiceren, moet meertalig worden.
Wij denken vaak dat mensen die in hetzelfde land wonen ook dezelfde taal spreken maar dat is niet waar. Iedere groep in dat land spreekt zijn eigen taal en dan heb ik het niet alleen over dialecten.
De mens gebruikt taal niet alleen om te spreken, om te denken en om te luisteren, maar om onszelf en anderen te definiëren. Tegen verschillende mensen spreken we op een andere manier, gebruiken we andere woorden, hebben we een andere tongval.
De gevolgen zijn niet te overzien en in de meeste gevallen heel negatief. Een andere tongval kan zelfs levensgevaarlijk zijn. Op plaatsen waar etnische groepen elkaar naar het leven staan, ben je in gevaar vanaf het ogenblik dat je je mond opendoet. Niet door wat je zegt, maar door hoe je het zegt: uit onze eigen geschiedenis kennen we ‘schild en vriend’.
In normale omstandigheden zetten we ons leven niet op het spel door te spreken, maar dat betekent zeker niet dat taal en tongval minder belangrijk zijn. Zolang we binnen onze eigen groep blijven is er geen probleem, maar vanaf het ogenblik dat we nieuwe mensen ontmoeten, begint een uiterst ingewikkeld maar grotendeels onbewust spel dat heel goed lijkt op de manier waarop mensapen zich integreren in een nieuwe groep. Apen gebruiken lichaamstaal, wij hoeven alleen maar te spreken.
Natuurlijk gebruiken wij ook lichaamstaal en kleren om status uit te drukken, maar wij kunnen het net zo goed alleen met taal. Toen ik na mijn studies dringend werk zocht en telefonisch reageerde op een advertentie voor een job in de Antwerpse haven, had ik maar amper mijn naam gezegd toen de personeelschef al vroeg: “U weet toch dat het om handenarbeid gaat?”
Van de Britten wordt gezegd dat ze elkaar alleen maar goedendag hoeven te zeggen om exact te weten tot welke sociale klasse ze allebei behoren. Dat geldt ook voor Vlamingen en voor iedere mens op aarde. Spreken doen we allemaal en taal is wat ons bindt, misschien moeten we daar maar eens aan denken, de volgende keer dat we onze mond opendoen.
Geert Lernout