De religieuze heropleving van Antwerpen

Je zou bijna gaan geloven dat Antwerpen 100% areligieus is. Het katholieke geloof kan nauwelijks nog iemand naar de kerk lokken en jongeren zijn al helemaal niet meer bekend met de geneugtes van een religieuze opvoeding. Niets is echter minder waar. Naast de Islam, die al sinds de jaren ’60 onze contreien verrijkt, zorgen de recentere migratiestromen voor een ware religieuze boom. Geïntrigeerd door de posters die Afrikaanse pastoors afbeelden als popsterren en de gewezen winkelruimtes en cinemazalen met opschriften zoals ‘International Church of Jesus’, ging Verrekijkers op stap langs het verborgen religieuze leven van de koekenstad.

Zondagochtend, 10 uur. Normaal lig ik nog in mijn bed, maar vandaag heb ik mijn wekker gezet om een kerkdienst bij te wonen van één van de vele Afrikaanse Pinksterkerken in Antwerpen. Wanneer ik in Borgerhout een garagepoort zie met het opschrift ‘Abundant Life Ministries’, ben ik opgelucht dat ik het onmiddelijk gevonden heb. Ook al heb ik geen religieuze opvoeding gehad, zelfs ik weet dat je beter niet te laat komt op de wekelijkse afspraak met de Heer. Een Afrikaanse moeder met drie kinderen knikt me vriendelijk toe wanneer ik naar binnen glip. Ik had me niet hoeven te haasten, want de zaal is nog zo goed als leeg. Een tapijt geeft het gangpad aan dat je tot bij de gebedsruimte brengt. Daar zijn een 200-tal stoelen opgesteld rond een podium waar de instrumenten al klaarstaan: enkele gitaren, een drumstel en wat percussie-instrumenten. De gelovigen hebben duidelijk geprobeerd de kale en ongezellige ruimte wat huiselijker te maken. Aan de muur prijkt een herfstversiering: witte stroken met bruine bladeren. Aan de andere kant van de zaal is er een koffietafel voorzien en daarnaast prijkt er een tafeltje met religieuze lectuur.

Vooraan zitten zo’n 20 mensen in een kring te praten.Zij volgen de Bijbelstudie die blijkbaar aan de mis voorafgaat. Een wat oudere man leidt het gesprek, maar de dynamiek van het gesprek wordt vooral bepaald door de bevlogen bijdragen uit de kring. Ik hoor veelvuldig het woord ‘love’ vallen. Tijdens deze sessies wisselen de aanwezigen ervaringen uit, op zoek naar manieren om de morele lessen uit de Bijbel te kunnen toepassen in het dagelijkse leven. Een persoonlijke relatie met het Woord staat dan ook centraal binnen de evangelische stroming van het christendom. Deze anti-hiërarchische houding komt ook tot uiting in het gegeven dat elke gelovige de mis mag voordragen. Iedereen die zich geroepen voelt – en uiteraard het oor van een gemeenschap voor zich kan winnen – mag zichzelf pastoor noemen, je hoeft daar geen machtiging van een hoger kerkelijk gezag voor te ontvangen.

Er heerst een sfeer van vriendschap en verbondenheid. Naarmate er meer mensen binnenstromen, wordt er uitgebreid gegroet. Alle aanwezigen, een bonte mengeling van jong, oud, zwart en zelfs wat blank, genieten duidelijk van het samenzijn met gelijkgezinden. De eigenlijke mis begint een half uur later dan gepland. Naast de obligate preek in het Engels en het samen bidden (erg letterlijk te nemen: iedereen prevelt een hoogstpersoonlijk gebed, waarbij sommigen met veel overgave), bestaat de mis voor het grootste gedeelte uit gospelliederen. En zoals Raymond van het Groenewoud reeds wist: de hele kerk zingt mee. Gaandeweg worden de mensen erg geëmotioneerd en ik zie enkel blije gezichten wanneer de mis zo’n 2 uur later afloopt. Voor veel van de kerkgangers is zondag duidelijk de belangrijkste dag van de week. Het is alleszins een erg heuglijke dag waarop je de zorgen van de week kan afschudden. Dat de Evangelische kerk een gemeenschap biedt aan migranten die vaak familie en vrienden hebben achtergelaten in het thuisland, blijkt andermaal uit de oproep van de vrouwelijke voorgangster om op babyvisite te gaan bij een koppel dat tot dusver weinig bezoek heeft ontvangen.

Bij de tweede Afrikaanse pinksterkerk die ik die dag bezoek tref ik eenzelfde gemeenschapsgevoel aan (en eenzelfde flexibele houding tegenover aangekondigde uren), maar toch merk ik dat er ook verschillen zijn. De boodschap van de preek in de tweede kerk belooft de gelovigen ook materiële rijkdom naast spirituele voldoening. Hier heeft de priester van dienst het over ‘sémence’, ofwel ‘zaaien’. Met andere woorden: wie geld of andere bezittingen schenkt, zal een veelvoud daarvan terugkrijgen, in dit leven of in het hiernamaals. ‘Wie zaait zal oogsten’, is de onderliggende logica, waarvan de priester graag gebruik maakt om een gesprek op gang te trekken over het schenken van giften aan de kerk. Verschillende voorbeelden van gelovigen die op deze manier een dramatische wending in hun leven bewerkstelligden, passeren de revue. De evangelische kerken worden dan ook geplaagd door verhalen over kerkleiders die deze fondsen misbruiken. Een hooggeplaatste functionaris van de koepel van protestantse en evangelische kerken in België vertelt me dat deze gevallen toch eerder uitzondering dan regel zijn en een groot deel van de pastoors blijft slechts met veel moeite gespaard van armoede.

De volgende halte langs mijn religieuze ontdekkingstoch is het oosters-orthodoxe christendom. Vandaag telt de Russisch-sprekende gemeenschap in Antwerpen zo’n 2000 personen, waarvan er ongeveer 150-200 regelmatig de kerkdienst bijwonen in de katholieke kerk op de Loosplaats, tegenover het stadspark. Dit is een erg bijzondere situatie: na overleg tussen vertegenwoordigers van de oosters-orthodoxe kerk en de katholieke kerk werd er toegestaan dat de grote leegstaande kerk gebruikt wordt voor erediensten volgens de oosterse lithurgie.

De Russisch-orthodoxe kerk in België gaat terug tot de jaren ‘20 van de vorige eeuw, maar het grootste deel van de huidige gemeenschap heeft zich pas tijdens de laatste 10 jaar in Antwerpen gevestigd. De meesten komen dan ook uit centraal Azië (o.a. Kazachstan, Oezbekistan en Kirgizië) en niet uit de republiek Rusland. Deze migratie is trouwens grotendeels stilgevallen en een deel van de migranten keert sinds enkele jaren terug naar de regio, die er intussen economisch op vooruit is gegaan. Door die terugloop van migranten worden de kerkverantwoordelijken in Antwerpen voor een nieuwe uitdaging geplaatst: hoe het aantal gelovigen op peil houden?

Op de Loosplaats is het sacrale bijna tastbaar aanwezig wanneer ik op een koude zondagmorgen de kerk binnenstap. Verrast stel ik meteen een eerste verschilpunt met de katholieke mis vast: de gelovigen zitten niet in kerkbanken, iedereen blijft gewoon rechtstaan. Ook oude dametjes houden dit twee uur vol. Volgens een strak scenario dat mij uiteraard onbekend blijft, punctueren de kerkgangers voortdurend de uiteenzetting van de priester door vrome buigingen die geaccentueerd worden door het maken van een kruisteken (orthodoxe gelovigen doen dit trouwens in een andere volgorde dan katholieken; eerst de rechter schouder en dan de linker). In combinatie met de ijle gezangen van het kleine koor, ontstaat er een indrukwekkende sfeer van een ongrijpbare schoonheid. Dit is geen uitbundig feest zoals bij de pinksterkerken, maar een ingetogen ode aan de grandeur van Gods schepping. Deze katholieke kerk heeft een orthodoxe makeover gekregen: de prachtige iconen zijn alomtegenwoordig en de gelovigen lijken hun persoonlijke relatie met het sacrale te beleven doorheen de vrome en meditatieve contemplatie van deze prachtige kunstwerken. Toch is het een relatie die gedeeld wordt met andere mensen. Dat lijkt mij althans de symboliek achter de wand met afbeeldingen van heiligen die het altaar aan het oog van de gelovigen onttrekt. Er gaat een respectvolle afstand vanuit alsof men wilt opmerken dat het goddelijke niet van deze wereld is. De andere kant kan enkel zichtbaar gemaakt worden door deze mooie, maar uiteindelijk ontoereikende iconen. De wand illustreert een onherroepelijke scheiding tussen de goddelijke wereld en de mensenwereld. Herinnert dit de achtergebleven mensen eraan dat ze aangewezen zijn op de goedwillendheid van hun medemensen en ze samen moeten werken aan het creëren van een harmonieuze gemeenschap op aarde?

Ook de Indische gemeenschap is hoe langer hoe meer aanwezig in het Antwerps straatbeeld. Momenteel telt Antwerpen een 2500 tot 3000 Indiërs, die voor het grootste gedeelte in de diamanthandel en IT-sector werken. Het is een heel hechte gemeenschap die ook een kleine tempelruimte heeft; een omgevormde winkelruimte nabij het stadspark. In deze gebedsruimte staan enkele beelden van hindoegoden. Deze beelden worden behandeld als waren het mensen: ’s morgens worden ze gewassen en vier maal per dag krijgen ze voedselofferandes aangeboden. Hierbij wordt er op gelet dat men zelf pas eet nadat de Goden hun portie hebben gekregen. Wanneer ik aankom zitten de gelovigen gehurkt te luisteren naar een toespraak. De vrouwen zitten afgezonderd achteraan in de zaal. De spreker eindigt door een lied aan te heffen dat algauw wordt opgepikt door de aanwezigen. Hierna is het tijd voor de offerande waarbij iedereen rechtstaat. Onder begeleiding van zang worden de standbeelden een schoteltje met eten voorgezet. Terwijl er een gordijn voor het altaar wordt geschoven – om de Goden in alle rust te laten eten? – gaat er iemand rond met een wierookbrander bij de gelovigen, die de walmen in het aangezicht wuiven. Sommige mannen verrichten rituele prostraties. Daarbij gaan ze herhaaldelijk plat op de buik liggen met gestrekte armen. Dat zou de zeven chakra’s, energiepunten in het lichaam, in evenwicht brengen.

Als ik wat later door Paresh Parekh, de beheerder van de tempelruimte, uitgenodigd word voor een Indische maaltijd, leer ik wat meer over de bijzondere verhouding die Indiërs hebben met de eeuwenoude hindoeïstische leer. De basisprincipes van het hindoeïsme zijn simpel: geen fysiek of verbaal geweld, niet stelen of gokken en de familie eren. De gemeenschap gaat echter flexibel om met deze regels. Als je bijvoorbeeld graag drinkt en uitgaat, word je daarvoor niet berispt. Iedereen is verantwoordelijk voor zijn of haar levensstijl en volgens Paresh zal je vanzelf de religieuze voorschriften volgen eens je de waarde ervan inziet. De zelfrealisatie die een gelovige nastreeft is voor Paresh een belangrijk tegengewicht voor een leven dat zich enkel op het materiële richt: ‘We werken hard en verdienen veel geld. Er is ook niets mis met materiële bezittingen, maar voor het bereiken van spirituele groei heeft een miljonair een even lange weg af te leggen als een bedelaar. Het luisteren naar de geschriften helpt het uitbouwen van een moreel daadkrachtige persoonlijkheid.’
Bij de afloop van mijn gesprek met Paresh ben ik onder de indruk van zijn ontspannen levenshouding. Met veel humor beschrijft hij hoe hij zijn relativeringszin gebruikt om kleine frustraties het hoofd te bieden. Veel van die frustraties komen trouwens voort uit de contacten met de autochtone gemeenschap. Hij vertelt bijvoorbeeld over de rigide manier waarop regels worden toegepast in de gemeentelijke administratie die veel ergernis opwekt bij Indiërs. Zij zijn deze manier van werken niet gewoon en interpreteren deze werkwijze foutief als pesterij. Een gedegen interculturele vorming voor deze loketbedienden zou volgens Paresh veel bijdragen aan een warmer en respectvol contact tussen de Indische en de Vlaamse gemeenschappen.

Jammer genoeg heb ik slechts enkele van de verschillende migrantengemeenschappen in Antwerpen kunnen bezoeken, maar de kerkbezoeken van deze ongelovige Antwerpenaar hebben enkele bijzondere ervaringen en veel warme ontmoetingen opgeleverd. Soms viel de wat vreemde spirituele beleving me zwaar, maar als je ziet hoeveel kracht en plezier het geloof opwekt, vraag ik me af of een atheïstische levensstijl geen leegte nalaat. Leidt religie tot berusting of geeft het vertrouwen in een hogere macht net de kracht die je nodig hebt om moeilijke omstandigheden zinvol het hoofd te bieden? Dat zijn vragen die deze kerktoerist niet kan beantwoorden, maar het is duidelijk dat het geloof een belangrijke rol speelt binnen de migrantengemeenschappen. Het is de nieuwkomers menens om in deze stad een leven op te bouwen en religie zal daar een belangrijke plaats in krijgen. Openstaan voor de rijkdom van hun religieuze tradities kan ons dan ook helpen onze buren te begrijpen. Volgende keer dat je in een van onze winkelstraten muziek hoort in een pand, waarom ga je dan niet even een kijkje nemen?

Tekst: Tobi Lancsweert en Eline Dupon
Beeld: Steffie Bosmans