‘Ga weg, duivel!’ waren de eerste woorden die ik hoorde toen ik even mijn hoofd naar binnen stak bij de ingang van de grote cinema waar mijn familie en ik tijdens de jaren tachtig zo vaak een bezoek aan brachten. Daar zag ik ET voor het eerst en de hele reeks van de Parchis films (een Spaanse kindergroep uit de jaren ’80). En nu zie ik voor mijn ogen honderden mensen roepen, krijsen, huilen en onbegrijpbare zinnen mompelen, terwijl anderen over de grond rollen alsof ze een epilepsieaanval hebben.
De pastoor staat in het midden van de zaal en legt zijn handen op het hoofd van een dikke zwetende vrouw die haar ogen halfopen halfdicht houdt en hem probeert af te weren. Voor alle duidelijkheid: ik beschrijf geen scène uit een lowbudgetversie à la The Exorcist – hoewel het daar niet in zou misstaan – maar wat er dagelijks wordt beleefd tijdens een culto of dienst van de pinksterbeweging in eender welke ‘kerk’ in Peru.
Wat houdt een dienst zoal in? Een beetje van alles. Het is een mix van actie en emoties. Ten eerste wordt er zeker gedanst in de naam van de Heilige Geest. Er wordt gezongen met een live orkest. Maar als de gelovigen na een viering van 3 à 4 uur nog naar meer snakken, kunnen ze een van de vele christelijke cd’s kopen met liedjes en preken, of thuis verder naar de lokale radio’s pentecostales luisteren en naar de televisiezender Bethel kijken.
Elke keer dat de pastoor ‘Glorie aan God’ zegt, wordt er geapplaudisseerd door de massa. Mensen uit volkswijken, met weinig kanalen om zich te uiten, met ontzettend veel hoop in een betere toekomst, volgzaam. De aanhangers van het pentecostalisme krijgen de kans ‘iemand’ met een belangrijke opdracht te worden: namelijk de mondainen te bekeren met behulp van ‘het Woord van de Heer’, de Bijbel dus (uit hun bijbels hangen veel post-its en ze weten welke uit te kiezen als je met hen een discussie aangaat).
Tijdens de preek legt de pastoor de nadruk op het feit dat zij de uitverkorenen zijn, zij die Jezus hebben aanvaard in hun leven als ‘redder’. En dat is heel eenvoudig. Het gebeurt via een kort gebed: ‘Heer, ik aanvaard U als mijn God en Redder, vergeef mij mijn zonden en vul me met Uw Heilige Geest’. En voilà… een plekje in de Hemel wordt bij deze (ook voor jou) gereserveerd.
De getuigenissen zijn ook onmisbaar in een dienst. Met de microfoon in de hand, vertelt een langharige vrouw – niet geschminkt en met een onopvallende lange rok aan; ik schat haar in de veertig – dat ze genas van kanker tijdens de laatste grote ‘genezingscampagne’ in de carpa Grau. Ooit was dit een Limeense circustent tot het een paar jaar geleden werd omgevormd tot een ‘miraculeuze’ plaats.
De temperatuur in de zaal stijgt. Buiten schijnt de zon, maar hier zijn minirokjes, topjes of korte broeken blijkbaar verboden. Ineens vraagt de pastoor of er mensen aanwezig zijn met ernstige ziektes. Degene met opgeheven hand mogen naar voor komen. Maar onderweg wordt er een bijdrage gevraagd voor ‘het werk van God’: 100 soles! (25 euro), één vijfde van het minimumsalaris in Peru. Voor deze mensen is het dan ook een enorme opoffering om een deel van hun al beperkt inkomen te moeten afstaan, zeker als je rekening houdt met het gebrek aan tewerkstelling. Van de 40% economisch actieven onder de bevolking heeft slechts 15% een vaste job, de rest moet zich tevreden stellen met slechtbetaald werk en velen hebben slechts nu en dan een baantje. Bovendien leeft meer dan de 50% van de Peruanen onder de armoedegrens en 14% zelf in extreme armoede.
Deze cijfers kennen de pastoors misschien wel, maar ze hebben het liever over andere getallen. 50 soles? 20 soles? 10 soles? De leider van deze pinkstergemeenschap is nu in solden. Op dit ogenblik mag iedereen zelfs met kleingeld naar voren komen in ruil voor een klein gebed en een zalving met olie.
Later vraag ik aan een enthousiaste vrouw wat de betekenis is van al die onherkenbare klanken die ik hoor. ‘Ze spreken in tongen. Het is een gave van de Heilige Geest’, zegt ze. ‘Ah, ja’, antwoord ik. - ‘Is het de eerste keer dat je naar hier komt?’. – ‘Eh, ja’. –’Dan moet je dadelijk naar voor gaan als ze de nieuwelingen oproepen’. En voor ik het wist, stond ik samen op het podium met een tiental andere niets vermoedende nieuwkomers.
Met een Portugees accent benadrukt de pastoor dat de Heer ons vandaag een nieuw leven gaat schenken. En dat is volgens hem nodig want het zal niet lang niet meer duren voordat de aarde vergaat en Jezus Christus komt. ‘Al de oorlogen, de ruzies tussen broers en zussen, de klimaatsverandering, dat zijn allemaal tekens van het einde der tijden’, schreeuwt hij.
Een paar seconden later word ik omsingeld door ‘helpers’ die mijn gegevens vragen om verder contact te houden met mij . Ik denk in mezelf: ‘Hoe kan ik daaraan ontsnappen?’. Alle blikken van de zaal richten zich op ons. De gelovigen bidden en verwachten dat we ons binnenkort zullen laten dopen en dan als leden van deze gemeenschap zondaars gaan overtuigen om zich hier te vergaren. Onder het motto ‘met alle Chinezen, maar niet met den deze’, bedank ik de helpers en beloof zelf terug te komen, want uiteraard weet ik al waar ik zo’n kerk kan vinden: toujours in een vroegere stijlvolle cinemazaal.
In Peru bestaan er tot nu toe geen exacte statistieken over hoeveel leden de evangelische kerken en/of de pinksterbeweging telt. Naar aanleiding van de XI Censo Nacional de Población y VI de Vivienda (tiende volkstelling en zesde huisvestings-telling), georganiseerd in oktober 2007 door het Nationale Instituut voor Statistiek en Informatie (INEI) onstond er een polemiek. De oorzaak was de omstreden vraag 20 van de census, die luidde als volgt: ‘Welke religie hebt u?’.
Voor de eerste keer in de geschiedenis van dit land werd de geloofsbelijdenis toegevoegd aan de vragenlijst. De voorziene mogelijkheden – die de enquêteur niet mocht voorlezen - waren deze vier: 1. katholiek, 2. christelijk/evangelisch, 3. andere, 4. geen enkel. De Peruaanse president Alan García Pérez opende de pennenstrijd toen hij de bevolking opriep zich niet uit te spreken over hun geloofsovertuiging.
Deze verbazingwekkende oproep zou een echo zijn geweest van bisschoppelijke bezorgdheid over mogelijke verwarring tussen de eerste en de tweede optie door de interviewers. Inspiratie voor dergelijke speculaties kwam uit de algemeen bekende vrees van de rooms–katholieke autoriteiten voor het toenemende aantal bekeringen van hun gelovigen tot andere christelijke overtuigingen.
Evangelische kopstukken lieten weten dat ze wel een antwoord op vraag 20 verwachtten zodat ze precies zouden te weten komen hoeveel niet-katholieken er in Peru zijn. Conservatieve cijfers hebben het over tussen de 8% en 15% van de totale Peruaanse bevolking. Volgens de aanhangers van christelijke niet-katholieke religies echter, loopt het percentage op tot 25%. In Lima houden sommige protestantse tempels ’s zondags tot 7 diensten met in het totaal gemiddeld 5.000 aanwezigen. Maar pas vanaf maart 2008 zullen de officiële statistieken bekend gemaakt worden door de INEI.
Ondertussen kent men alleen de resultaten van het onderzoek van De Associatie Peru voor Christus in de armste streek van dit Zuid-Amerikaanse land, Ayacucho, waar tussen 1993 en 2003 het aantal evangelische christenen is gestegen van 31.000 tot 80.000. Dit departement telt een half miljoen inwoners en tijdens de jaren ’80 en ’90 was het een doelwit van de terroristische organisatie Lichtend Pad. Vanouds werd de hoofdstad – die ook Ayacucho heet - beschouwd als een katholiek bastion, met haar 33 stenen kerken op bijna elke hoek van de straten in het centrum.
De dag van vandaag zijn er ongeveer 800 evangelische kerken in het departement. De Iglesia Evangélica Pentecostal del Perú telt 15.000 leden en 369 gemeenschappen. De Iglesia Asambleas de Dios, ook een pinksterbeweging, heeft 12.500 leden en 275 congregaties. Daarna komt de Iglesia Evangélica Presbiteriana Nacional met 62 gemeenschappen en rond 5000 aanhangers.
Niemand durft tegenwoordig de groei van deze nieuwe kerken nog in twijfel trekken. Ze zijn alom vertegenwoordigd, zelfs in Peru’s kleinste dorpjes waar soms niet eens een school staat. Het pentecostalisme biedt hoop en oplossingen voor allerlei problemen van de bevolking, en dat in een korte tijdsspanne. Een aanbod dat de katholieke kerk zou moeten overtreffen als ze de overheersende religie wil blijven zijn.
Tekst en beeld: Giuliana Chirinos Saavedra
Illustratie: Mario Vargas