Terugblik op een inleefreis

Alumni van de Universiteit Antwerpen kennen de jezuïet Hugo Roeffaers als docent in de taalfilosofie, een functie die hij tot vier jaar terug op zich nam. Binnen de Universitaire Stichting voor Ontwikkelingssamenwerking (USOS) is hij vooral bekend als USOS-sympathisant van het eerste uur. Reeds in 1984 – toen USOS nog in haar kinderschoentjes stond – ging hij als begeleider mee naar Ranchi, een gekerstend gebied in Oost-India. Een positieve ervaring zo bleek, want vier jaar later koos hij weer voor het begeleiderschap van een inleefreis naar India. De bestemming werd deze keer het zuidelijker gelegen Orissa, een gebied waar het hindoeïsme de overheersende religie is. We wilden weten hoe de jezuïet het multireligieuze India heeft ervaren. En hoe hij USOS door de tijd heen heeft zien evolueren.

Een inleefreis als ‘eyeopener’

Waarom besloot je mee te gaan?

Ik had al zoveel gehoord en gelezen over de zogenaamde ‘Lievensmissie’ in het district Ranchi. In deze jezuïetenwerking waren immers enkele van mijn medebroeders actief. De missie intrigeerde me omdat geloofsverkondiging en sociale promotie er hand in hand gingen. Ik wilde dat graag eens met eigen oren en ogen verifiëren. Verder was ik benieuwd hoe jongeren een ‘derdewereldland’ zouden ervaren. Ik heb die eerste inleefreis eigenlijk tweemaal beleefd: éénmaal met eigen ogen en gevoelens en andermaal door de ogen en gevoelens van mijn jonge tochtgenoten. Mijn motivatie voor de tweede inleefreis werd voornamelijk gevoed vanuit een interesse voor het hindoeïsme. Ik vroeg me namelijk af of er vanuit het hindoeïsme ook een sociale beweging was. Waren daar ook ontwikkelingswerkers, NGO’s, etc.?

Wat bracht de inleefreis bij jou teweeg?

Toen ik terug was van mijn eerste inleefreis, wilde ik meteen terugkeren. Ik vond het leven hier zo kunstmatig en materialistisch. Wat waren onze zorgen en problemen in vergelijking met wat je in India had gezien? Zo zei een vrouwelijke studente uit onze groep dat ze haar cultuurschok niet in India had gekregen, maar wel toen ze thuis een grootwarenhuis bezocht! De enorme kloof tussen rijk en arm in India heeft bovendien mijn ogen geopend voor de sociale ongelijkheid in eigen land. Wat in India overal zichtbaar is, blijft in eigen land meestal verborgen maar is daarom toch niet minder reëel. Vóór mijn engagement bij USOS kwam ik zelden in contact met armoede. Als voorbereiding op de tweede inleefreis hebben we daarom een sociale wijk in Brussel bezocht. Dat gaf me een heel nieuwe kijk op Brussel. Voor mij, en voor zoveel anderen, ging Brussel niet veel verder dan Manneke Pis. USOS was in dat opzicht een echte eyeopener. Het heeft me bewust gemaakt van de latente noden hier in België en elders.

Christendom versus hindoeïsme

Hoe ervoer je de lokale jezuïetenwerking in het multireligieuze India?

Ik had in dat verband erg contradictoire ervaringen. Soms had ik namelijk de indruk dat ik in het Vlaanderen van de negentiende eeuw terecht was gekomen. De kerk, de school, de bank, de boerenbond, ... Het leken kopieën van wat je vroeger in Vlaanderen aantrof. De kathedraal van Ranchi is bijvoorbeeld een kopie van de hoofdkerk van Aarlen, gebouwd door een broederjezuïet uit Aarlen. Tegelijk had je gebouwen die niets met de Vlaamse cultuur te maken hadden zoals de publieke wetenschappelijke bibliotheek van wijlen Pater Camiel Bulcke, een expert in het hindoeïsme die een standaard Hindi-Engels woordenboek uitgaf. Sinds de jaren zeventig is de verkondiging van het geloof voor de jezuïeten verbonden aan een inzet voor rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid. Op dat gebied waren de jezuïeten in India ons in het Westen honderd jaar voor! Ik heb dat vooral mogen ervaren tijdens mijn tweede inleefreis in Orissa, dat zo goed als niet gekerstend was. Daar werkten ontwikkelingshelpers met verschillende religieuze overtuigingen samen, vaak onder leiding van jezuïeten. Door hun onderwijs en vooral door hun sociale instituten en managementscholen, bereikten ze alle lagen van de bevolking en alle godsdienstgroepen. Toch was mijn algemene indruk dat er te weinig uitwisseling was tussen de verschillende godsdiensten in India.

Hoe stond jijzelf als katholiek tegenover de andere godsdiensten in India?

Ze hebben mij geïntrigeerd zodat ik bij mijn thuiskomst o.a. de Bhagavad Gita en de Upanishads (hindoeïstische teksten, nvdr) ben gaan lezen. Ik leerde ook dat er een grote tegenstelling is tussen het polytheïsme van het hindoeïsme en het monotheïsme van de islam en het christendom. Tegelijk ontdekte ik gemeenschappelijke trekken, bijvoorbeeld het pelgrimeren. Maar in het algemeen had ik de indruk dat het hindoeïsme een erg individualistische vorm van godsdienstbeleving is, die daarenboven een sterke nadruk legt op de persoonlijke inkeer ten koste van de maatschappelijke inzet. Het scheen mij toe dat het merendeel van het sociaal werk in India vanuit een christelijke traditie is ontstaan. In het hindoeïsme leek een sociale beweging zoals wij die kennen afwezig. Verder bleek hun kennis van de Schriften nog minder groot dan de Bijbelkennis bij de katholieken. Hindoeïsme is naar mijn aanvoelen dan ook geen echte leer, maar eerder een cultus. Dit in tegenstelling tot het christendom waar de nadruk toch vooral op de leer en de moraal ligt. Het feit dat hindoeïsme minder nadruk op de moraal legt, kan verklaren waarom ik zo weinig sociale inzet zag.

USOS als luis in de academische pels

Hoe was het om één van de eerste inleefreizen van USOS te begeleiden?

Het was een avontuur want alles was nieuw en het stelde ons voor een grote verantwoordelijkheid. Van onze beleving en ervaring zou afhangen of de vzw USOS zou blijven bestaan. Ik herinner mij nog goed de haast dagelijkse evaluaties rond vragen als: ‘wat heb ik gezien en beleefd? Hoe heb ik daarop gereageerd? Was dat een goede inschatting of respons? Wat had beter gekund?’

Hoe heb je USOS daarna zien evolueren?

USOS is professioneler geworden. Vandaag wordt de werking van USOS meer wetenschappelijk onderbouwd. Dat komt vooral de voorbereiding ten goede. Mijn eigen voorbereiding reikte niet veel verder dan enkele sessies en een weekend. Nu bestaat de voorbereiding uit drie weekends en onder andere een sociale stage. USOS bereikt ook een breder publiek en is niet langer beperkt in zijn bestemmingen tot India en Nicaragua. Het concept ‘inleefreizen’ wordt ondertussen algemeen geaccepteerd. Dat was vroeger zeker niet zo. Tijdens de beginjaren kon de universiteit het idee ‘inleefreizen’ moeilijk plaatsen. Het was problematisch om een inleefreis te verbinden aan haar wetenschappelijke taak. Zelfs binnen het toenmalige ‘Centrum Derde Wereld’ werden de inleefreizen sceptisch onthaald. Een inleefreis was voor hen niet veel meer dan een vakantiebezigheid. Vandaag is het net andersom. Het deelnemen aan een inleefreis is net een toetssteen voor wie zich wil engageren in de Noord-Zuidproblematiek.

Tekst: Janus Verrelst
Beeld: Philippe Smet