Gevangenen met een Goed Hart

Jan De Cock is schrijver van het boek Hotel Prison, De wereldreis van een trailer-trotter. In 2002 trok hij de wereld rond, van gevangenis tot gevangenis, op zoek naar het leven achter de tralies. Niet alleen ging hij op zoek, hij deelde effectief in verschillende landen voor weken en maanden de cel met kruimeldieven en huurmoordenaars. Hij vertoefde tussen de armste der armen, tussen zieken en verworpenen. In 2006 schreef hij een nieuw boek, De kelders van Congo, waarin hij verhaalt over zijn vrijwillige opsluiting in de Kakwangura-gevangenis van Butembo, Congo. We vroegen hem naar zijn motivatie.

Het heeft alles te maken met mijn identificatiezucht. Het is altijd goed om de mensen aan wie je wordt toevertrouwd zo goed mogelijk te begrijpen. Toen ik gedurende twee jaar in het onderwijs stond, ging ik één keer per week op mijn knieën zitten om de wereld vanuit de ogen van de kinderen te bekijken. Sindsdien hingen de posters in mijn klas een meter naar beneden. Nu ik in het ziekenhuis werk denk ik soms: we zouden het verplegend personeel en de dokters drie weken in bed moeten stoppen, ze wassen en op tijd en stond een endoscopie laten ondergaan zodat ze de voeling met hun patiënten niet verliezen. Zo wilde ik ook op een geloofwaardige wijze verslag uitbrengen over het leven van gedetineerden. Het is door het werk met straatkinderen in Chili dat ik met de gevangeniswereld in aanraking kwam. Terug in België, in 1987, ging ik aan de slag in Leuven-Centraal. We waren toen volop in het post-Dutroux klimaat en gevangenen werden allemaal in hetzelfde hokje gestoken. Na 15 jaar vond ik het tijd om eens een ander licht op gedetineerden te werpen. Eerst was ik van plan om een jaar in een Belgische gevangenis te verblijven. Maar de buitenlandse gedetineerden waarmee ik werkte wezen mij op de wantoestanden in buitenlandse gevangenissen. De Afrikanen zeiden me botweg: ‘The worst prisons are in Afrika’. Met recht op een jaar loopbaanonderbreking besloot ik verschillende landen te bezoeken. Met een rugzakje en wat adressen op zak ben ik vertrokken. Uiteindelijk heeft de reis mijn stoutste verwachtingen overtroffen.

Ik heb de indruk dat je heel positieve ervaringen hebt opgedaan. Maar misschien is dat de manier waarop je erover wilt schrijven.

De gevangeniswereld is waarschijnlijk de meest uitgelezen omgeving om een hel te beschrijven. En terecht want het zijn vaak oorden van verderf, agressie en intimidatie. Je komt er soms het laagste van de mens tegen. Van kindsbeen af heb ik echter de overtuiging dat in elk mens iets goeds schuilgaat. Niet zelden werd en word ik daarom als naïef bestempeld. Toch had ik die stelling niet harder kunnen staven door de gevangeniswereld in te duiken. Als je opgroeit in een warme omgeving met veel positieve bevestiging en veel aangeboden kansen, is het risico om op criminele feiten minder groot dan wanneer je opgroeit in een omgeving waar je vooral moet overleven. Je stelt vast dat veel mensen als hen een andere optie wordt geboden, niet kiezen voor de criminele weg. Deze aanpak is niet alleen een zaak van caritas waarbij je eigenlijk van uit de hoogte beslist om mensen te helpen. Je moet ook toestaan dat die mensen een verschil maken in het leven van anderen. Dat vraagt inlevingsvermogen. De feiten die sommigen hebben gepleegd zijn verschrikkelijk. Dat die mensen ook bij machte zijn om andermans leven zoveel rijker te maken, daar kan ik na 20 jaar in 138 gevangenissen van getuigen. Ik wil dit ook niet verbloemen. Maar de drang om te overleven leidt ook tot creativiteit, geduld, vriendschap en gastvrijheid. Solidariteit krijgt een zeer concrete invulling. Dat is minstens even overweldigend. Mensen worden te vaak gereduceerd tot de delicten die ze pleegden. Ik wil ook dat andere luik naar het bredere publiek brengen.

Vaak komen gedetineerden uit een omgeving waar het moeilijk overleven is. In de meeste gevangenissen belanden ze van de regen in de drop. Kom je daar nog uit?

Dat is een van de grote drama’s als we het over de gevangeniswereld hebben. Mensen leren het af om te functioneren buiten de muren. We zijn vergeten dat er alternatieven bestaan voor een gevangenisstraf. Wist je dat in verschillende culturen gevangenschap oorspronkelijk helemaal geen steek hield? De mensenrechten stellen dat het een onrecht is om buiten je samenleving gesteld te worden. In België vinden we het vanzelfsprekend dat nadat iemand een aantal keer de zelfde misdaden heeft gepleegd, hij achter de tralies verdwijnt. Psychologisch onderzoek wijst uit dat iemand na een periode van opsluiting, het veel moeilijker heeft om terug te integreren. We staan te vaak stil bij de straf als dusdanig – mensen moeten boeten voor hun misdaden en de veiligheid van onze maatschappij moet gevrijwaard worden. Met rehabilitatie wordt heel lichtvoetig omgegaan. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt natuurlijk voor een groot deel bij de overheden maar zeker ook bij de medeburgers. Gevangenen worden gezien als misdadigers. Je zit in de gevangenis, je bent berecht dus zul je wel je verdiende loon hebben gekregen. Als de straf daarmee al betaald is, want er zijn veel feiten die je niet kunt compenseren. Gevangenen krijgen echter zoveel meer stigma mee. Ze worden meerdere malen opnieuw veroordeeld. Ook mij kost het soms alle moeite van de wereld om mij over hun misdaden te zetten. Daarom probeer ik me altijd voor te houden dat het zeker niet aan mij is om mensen een tweede maal te veroordelen. Ik probeer me op voorhand te richten op uitingen van goedheid bij de persoon, nog voor ik hun verhaal heb aanhoord. Dat gaat dan over een kop koffie die ze aanbieden of het potje rijst van vanmiddag of gewoon het vertrouwen dat ze in jou stellen. Een mentaliteitsverandering is nodig. Ons cultureel denken en spreken over gevangenen bepaalt mee het beleid. Hoeveel Belgische werkgevers bijvoorbeeld zijn bereid om iemand met een strafblad een kans te geven? Dit probleem stelt zich wereldwijd.

Kun je ervan op aan dat in elke gevangenis mensenrechten geschonden worden?

Dé universele straf is natuurlijk het ontzeggen van het recht op vrijheid maar meestal ontnemen ze je ook het recht op privacy, gezondheid, voeding, ontspanning, hygiëne en seksualiteitsbeleving. Vaak zien gevangenen nooit een dokter, is er geen medicatie voorhanden en geen proper water. Over de toiletten in gevangenissen kun je nog een boek op zich schrijven. Er zijn gevangenissen waar mensen nog echt aan de ketting liggen en in Japan mogen mensen er niet praten. Ook de overbevolking van gevangenissen is een terugkerend probleem. Ik zag gevangenissen waar mensen om beurten moesten slapen omdat ze niet met zijn allen tegelijk konden liggen. In de gevangenis van Antwerpen bijvoorbeeld, gebouwd voor iets meer dan 400 mensen, zitten er nu bijna 650. Er worden matrassen bijgelegd en tussen de wc-pot en de matras staat een paraventje ter afschutting. De inpakt hiervan op een mensenleven wordt zwaar onderschat. Onterechte opsluiting en mensen die niet of zelfs nooit berecht worden is een ander veel voorkomend probleem. In Congo is dat bijna 60 procent. In Benin wordt bij een misdrijf iedereen in een straal van 300 meter mee gearresteerd. Die moeten dan wachten op het proces om vrij te komen, een proces dat er vaak niet komt. Zo was er een man die twaalf jaar geleden werd beschuldigd van broedermoord en omdat dit gelijk staat aan een vloek durfde niemand aan het proces te beginnen.
Een hechtenis is echter niet persé een slechte straf. Vorige week was ik in een exodushuis (n.v.d.r. opvanghuis voor ex-gedetineerden). Verschillende ex-gedetineerden getuigden dat hun aanhouding een verademing was, een pauze in de cirkel van criminaliteit. Zij bezien hun hechtenis als een tijd van bezinning. Als je dan mensen hebt die tijd willen investeren in die bezinning, ... Dergelijke initiatieven zijn spijtig genoeg niet dik bezaaid. Ik ben gelukkig gevangenissen tegengekomen waar zowel de infrastructuur als de omgang met de gedetineerden veel menselijker zijn en waar de nadruk ligt op integratie in de maatschappij. In bepaalde Braziliaanse gevangenissen zijn het de gevangenen zelf die open doen. Er zijn geen bewakers meer maar vrijwilligers uit de omliggende gemeenschap. Het zijn kleine gevangenissen waar de familie van de gedetineerden sterk betrokken is. De gevangenen krijgen een opleiding tot bakker of schrijnwerker en worden uitbetaald. Zo zijn ze in staat hun familie te onderhouden. Spiritualiteit is er vrij te beleven.

Is de situatie in België een voorbeeld voor andere gevangenissen?

Wat betreft de dialoog tussen daders en slachtoffers wel. Er is in elke gevangenis een herstelconsulent aangesteld. De wet Dupont, die stelt dat gevangenen net dezelfde rechten hebben als mensen buiten de muren, heeft een debatsfeer geopend. Vele organisaties die naar deze ideale situatie streven mogen eindelijk de gevangenissen binnen. Maar de gevangenisthematiek wordt nogal eenzijdig bekeken. Veelal gaat het over het tekort aan plaats. Als je het over gevangenissen hebt, moet je het over de hele maatschappij hebben. Je kan niet over rehabilitatie spreken als je de sociale context niet in de ogen kijkt. Het werk begint niet vanaf de arrestatie. Hoe komt het dat 70 procent allochtonen in de gevangenis zitten in Antwerpen? 87 procent van de mensen die zitten voor een seksueel delict, zouden zelf in hun jeugd slachtoffer zijn geweest. Dergelijke maatschappelijke problemen pak je niet pas aan in de gevangenis. Het bijbouwen van gevangenissen is geen oplossing. Die geraken wel vol. Er zijn andere pistes. Ik denk maar aan de problemen in de zogenaamde concentratiescholen. Ook daar kan iets gedaan worden aan het probleem. Laat ons met verschillende actoren rond de tafel gaan zitten en men zal op langere termijn geld besparen.

Vertel eens iets meer over de activiteiten van vzw Within without Walls.

Toen ik in 2005 terugkwam uit Congo, heb ik het idee opgevat om te Beni, Noord-Kivu, een menswaardige gevangenis te bouwen. Vrienden besloten dat ik die kar niet meer alleen kon trekken en we hebben de vzw opgericht. Het merkwaardige is dat daar nu niet alleen die vrienden van het eerste uur in zetelen maar ook ex-gevangen, familieleden en slachtoffers. De vzw bestaat nu 2 jaar. De grote objectieven zijn het inzamelen van fondsen en in België aan sensibilisering te doen. We houden het op kleine initiatieven omdat gevangenen niet zo goed verkopen op de sociale markt. Zo zijn er scholen die het combineren met een sponsortocht tijdens de vasten. Vorig jaar organiseerden we in samenwerking met het Vredescentrum in Antwerpen de tentoonstelling ‘Geef gevangenen een gezicht’. We lieten gevangenen, slachtoffergroepen en academies een aantal maskers vervaardigen die in februari geveild worden. De opbrengst gaat naar de bouw van de nieuwe gevangenis. Vorig jaar werd reeds de eerste steen gelegd. We organiseerden trouwens in september een bouwkamp voor vrijwilligers. De gevangenis ligt op twee kilometer van het centrum waar ruimte is om akkergrond te bewerken. De grootste verbeteringen zijn echter stromend water en bedden. We werken ook aan sensibilisering van de plaatselijke bevolking en vorming van het gevangenispersoneel. Er is ondertussen ook een akkoord met het lokale hospitaal zodat eens per week een dokter met verplegend personeel de gevangenis bezoekt. Het gaat om basisbehoeften. De situatie daar ligt nog ver van gevangenissen hier.

Info & contact

http://www.prisoninfo.org/index2.html

http://www.wiwiwa.be/wiezijnwe.html

De Kelders van Congo, 2006, Jan De Cock, Uitgeverij Lannoo nv., Tielt.
Hotel Prison: De weredreis van een tralie-trotter ,2003, Jan De Cock, Uitgeverij Lannoo nv., Tielt.



Tekst: Dieter Wijffels
Beeld: Stefaan Van Fleteren
Cartoon: Wout Schildermans