Een Andere Reis in México

“Zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar”, probeert een reisleider me te sussen na m’n relaas van onbegrijpelijke verhalen over vernedering en uitbuiting. Gelaten verdeelt hij de zorgvuldig ingepakte lunchpakketten onder zijn groep reizigers, die iets grommen over te weinig van dit of te veel van dat. Te warm of te koud ...

Een paar dagen voordien was ik op bezoek in Cruztón, een eenvoudig landbouwdorp in de provincie Chiapas in het zuidoosten van Mexico. Het is één van de weinige gebieden waar alles nog puur is of beter gezegd: tot voor kort nog puur was.
De zuivere waterbron en vruchtbare gronden zorgen voor de basisbehoeften van de in totaal tweehonderd inwoners. De velden werden enkele maanden geleden bewerkt voor de teelt van maïs en bonen. Een grote tuin met andere groenten en fruit zorgt voor de extra’s.

Sinds achttien juni heeft een klein leger permanent post gevat voor hun dorp. Net op de plaats waar hun grote moestuin ligt aan de waterbron. Van de tuin blijft intussen niets meer over en sinds de komst van de soldaten doen er verschillende ziektes de ronde in het dorp. Vooral kinderen en ouderen hebben last van diarree, koorts en maagproblemen. Ze vermoeden dat hun waterbron door de politie vervuild werd. Regelmatig komen soldaten of politieagenten de mensen in het dorp vernederen. Volgens verschillende bronnen is de reden voor al deze brutale verstoringen de goudkoorts van de Mexicaanse regering. Canadese ondernemingen kregen een concessie in het gebied. Een artikel in de Mexicaanse krant La Jornada spreekt over het bedrijf Radius Gold. Op hun website vind ik succesverhalen over hun ontginningen in verschillende landen van Latijns-Amerika en recent ook in Chiapas. Maar de indigenas zijn vastberaden zich niet te laten verjagen. Hier leefden hun ouders en voorouders. Ze liggen hier begraven. Dit gebied is meer dan een lap grond. De goudmijnen zullen het land, de lucht en het water onherstelbare schade toebrengen.

Samen met een dertigtal mensen van diverse nationaliteiten worden we hartelijk ontvangen in Cruztón. Onze komst is aangekondigd. Ondermeer de verantwoordelijken van de mensenrechtenorganisatie Frayba wachten ons al op bij de ingang van het dorp. De indigenas hadden om de steun van Frayba gevraagd na een brutale inval op 27 april door een vijfhonderdtal politieagenten die de bevolking uit hun dorp wilden verdrijven. Na een uitgebreide kennismaking op het voetbalveld trekken we met z’n allen naar het schooltje. We nemen uitgebreid de tijd om te luisteren naar hun verhalen. De bedoeling is de mensen uit dit dorp niet in de kou te laten staan en de aandacht van de buitenwereld vestigen op wat er daar gaande is.

In hun strijd worden de landbouwers gesteund door de Zapatisten. De bevolking vraagt geen geld of materiële hulp. Ze hebben gewoon hun eigen grond nodig om te kunnen leven en hun kinderen een waardige toekomst te geven. Het maakt hen niet uit of ze in de gevangenis zullen belanden of omkomen in de strijd. ”We zullen blijven vechten, wat er ook gebeurt”, vertellen ze ons vastberaden. Ze vragen zich af of de politiemacht er is om de rust te bewaken of het goud dat niemand kan zien. Een tweetal weken later krijg ik bericht dat het conflict werkelijk tot een confrontatie is gekomen. Verschillende mensen werden gewond nadat ze hun camera’s en videomateriaal niet wilden afgeven. Er werd traangas gebruikt en één van de aanhangers van de Andere Campagne werd opgepakt. Dankzij inspanningen van de mensenrechtenorganisaties werd deze man snel terug vrijgelaten en trok de politie zich – voorlopig – terug.

Toeristisch México is trots op haar erfgoed. Ze hebben structurele hervormingen doorgevoerd en beloven aan de buitenlandse investeerders veiligheid, zekerheid en vertrouwen. Het vuil werd opgeruimd en als onwetende toerist krijg je alle luxe en bediening die je verdiend hebt. Zelfs de zich informerende doorsnee-Mexicaan is zich van geen kwaad bewust. De kranten laten immers uitschijnen dat de regering het gevaar bestrijdt en haar best doet om de situatie in het land onder controle te krijgen.

Ook hier kan ik weer achter de façade meeluisteren naar de verhalen over hoe dit in zijn werk gaat. We bevinden ons in Yerbabuena, in het westen van México, in de staat Colima. In maart 2006 kwam de Andere Campagne van de Zapatisten hier langs om de bevolking te steunen in hun verzet en strijd voor een menswaardig bestaan. Hun dorp dreigt ingepalmd te worden door de uitbreiding van een hotel. De lokale bevolking grapt dat het luxueuze Hacienda San Antonio alles heeft: een koffieplantage, een uitgebreide veestapel, een tuin geïnspireerd door het Alhambra in Granada en een Romeins aquaduct. Enkel de vulkaan ontbreekt nog op hun terrein. De vulkaan die op 8,5 km van Yerbabuena ligt, ontwaakte namelijk in 2001 voor het eerst sinds 1914. Het dorp bleef ongedeerd, beschermd door de omliggende heuvels, maar de autoriteiten uitten zich toch bezorgd om de mensen van Yerbabuena. Ze bouwden huizen voor hen, weg van het zogenaamde gevaar. Ongeveer gelijktijdig werd, grenzend aan het dorp, het exclusieve hotel Mahakua, Hacienda San Antonio, heropend. Gemiddelde reizigers krijgen geen toegang tot dit zwaar bewaakte gebied. Prinsen en prinsessen, filmsterren en miljonairs landen hier rechtstreeks met hun privéjets op het terrein.

Niet iedereen verliet Yerbabuena na het ‘aanbod’ van de regering. Zelfs niet nadat een bom over de weg een hele familie vermoordde. Het leger is nog steeds permanent aanwezig. De soldaten namen hun intrek in het culturele gebouw bij de ingang van het dorp. Wanneer we in Yerbabuena aankomen is het eerste wat mijn Mexicaanse begeleider Troy aan de jonge Ulises vraagt of de soldatenwacht al veranderd is. Om de tien dagen worden ze vervangen om te verhinderen dat ze zich betrokken zouden voelen bij de situatie van de dorpelingen. We worden thuis uitgenodigd bij één van de weinige families die zich blijft verzetten. De tortilla’s worden opgewarmd op het houtvuurtje. De vier kinderen krijgen alvast hun bordje bonen terwijl ook wij onder het kartonnen dak een plaats vinden. Samen met het gastvrije onthaal krijgen we hun verhaal te horen. Ze maken ons duidelijk dat ze hier op hun manier zullen verder leven en niet als slaven willen ingeschakeld worden in de projecten van de rijken. Ze willen niet zoals vroegere dorpsgenoten verhuizen naar een rijtjeswoning in een dorp wat lager in de vallei. We mogen blij zijn dat ze zo moedig zijn. Dankzij het verzet van de inheemse bevolking blijft een groot natuurgebied vrij toegankelijk voor het publiek. Het afgesloten terrein van de Hacienda heeft al een uitzonderlijk mooie kapel opgeslokt.

Dit zijn slechts twee voorbeelden van een oneindige reeks verhalen van vernederingen van de de zogenoemde laagste klasse van de bevolking. De indigenas en landbouwers die hier strijden voor een menswaardig bestaan worden bijgestaan door vele gewone burgers, studenten, artiesten en verdedigers van mensenrechten. ‘Vrede, gerechtigheid en menselijkheid in México en de hele wereld’ is hun eis.

Wie zijn de Zapatisten?

Op 1 januari 1994, de dag dat Mexico het vrijhandelsverdrag ondertekende met de VS en Canada (NAFTA – North American Free Trade Agreement), lieten de Zapatisten voor het eerst van zich horen. Zij zijn de aanhangers van het EZLN (Zapatistische Leger voor Nationale Bevrijding), een antikapitalistische beweging die streeft naar autonomie voor de inheemse bevolking en zich verzet tegen neoliberale globalisering. De verzetsbeweging dankt haar naam aan de revolutionaire held uit het zuiden, Emiliano Zapata (1879-1919). Samen met Pancho Villa, de held van het noorden, nam hij het op voor de armen en de boeren tijdens de Mexicaanse Revolutie van 1910. Het gewapende verzet van het EZLN begin 1994 duurde slechts twaalf dagen. Ze wilden geen macht veroveren maar enkel hun eigen terreinen veilig stellen zodat ze zelf zouden kunnen bepalen hoe ze leven. Pogingen tot onderhandeling met de regering mislukten. Het wachten beu, organiseren ze zich sinds 1994 in kleinschalige maatschappijen met een eigen ‘Goed Bestuur’, autonome scholen en gezondheidscentra. De basis van hun zoektocht is het respect voor moeder Aarde. Tijdens de ‘Andere Campagne’ trokken subcomandant Marcos, hun leider die geen leider wil zijn, en de comandantes in 2006 door heel México om te luisteren naar de strijdverhalen van de mensen die niet meetellen in het neoliberale systeem. Het belangrijkste van de ontmoetingen is de uitwisseling van ideeën en ervaringen. De Zapatisten wensen dat hun boodschappen meegenomen worden naar alle landen. Hun deuren staan steeds open voor iedereen, zonder onderscheid van ras, cultuur of geloof. Hun woorden zijn hun wapens, ontwapenend dankzij een behoorlijke dosis bescheidenheid, zelfkritiek en humor.

Uit respect voor de indígenagemeenschappen
die waardig rebelleren en verzet bieden
om niet te verdwijnen
om niet in vergeten uithoeken te verstikken.

Voor een toekomst waarin we wensen
dat deze niet beter is
maar zeker anders.

Marleen, studente taal- en letterkunde



Tekst en beeld: Marleen, studente taal- en letterkunde