De samenleving is haar kompas kwijt

Overtuigd andersglobalist Dirk Barrez pleit al jaren passioneel voor een humanere maatschappij. Als VRT-journalist maakte hij al heel wat documentaires, de laatste jaren schreef hij ook twaalf boeken over onze globaliserende wereld. In zijn nieuwste werk Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving zet Barrez onder meer de gangbare ideeën van het andersglobalisme op een rijtje. We hadden een gesprek met hem over migratie, de financiële crisis en een wereld die veel beter kan…

VN secretaris-generaal Ban Ki-Moon waarschuwde onlangs voor grote migratiestromen als gevolg van de financiële crisis. Hoe ziet u migratie in de toekomst verder evolueren?

Dat is moeilijk te voorspellen. We weten wel dat de belangrijkste beweegreden om te migreren is dat je economisch bestaan verkruimelt. In zo’n situatie kan je best bewegen als je nog wil overleven. We merken vandaag dat de meeste migranten voormalige landbouwers zijn. Bijna de helft van de wereldbevolking leeft nog steeds op het platteland. Maar de manier waarop wij met landbouw omgaan, de voedselproductie overleveren aan de wereldmarkt, zorgt ervoor dat ’s werelds boeren en boerinnen slechts 4 % van het wereldinkomen krijgen. Velen moeten het dus doen met minder dan 1 EUR per dag. Migratie is dan vaak nog de enige uitweg…

Over de impact van de financiële crisis in het Zuiden zijn de meningen verdeeld. Sommigen zeggen dat de ontwikkelingslanden weinig problemen zullen ondervinden omdat ze hun financiële markt juist minder geliberaliseerd hebben. Anderen zeggen dan weer dat economieën in het Zuiden harder zullen getroffen worden door hun afhankelijkheid van grondstoffen, een markt die nu helemaal in elkaar is gestuikt. De waarheid ligt in het midden?

Ik denk vooral dat de ontwikkelingslanden belangrijke lessen kunnen trekken uit deze crisis. Het is ten eerste niet evident de financiële markten volledig te liberaliseren en ten tweede kan je niet vertrouwen op hefbomen, financiële instrumenten van buitenaf. Je hebt je eigen instrumenten nodig. De Grameenbank in Bangladesh is er gekomen omdat veel vrouwen niet kredietwaardig werden bevonden door de gewone banken. Net als onze boeren vroeger, richtten zij hun eigen bancaire systeem op. De Grameenbank zorgt er nu voor dat die vrouwen kleine sommen krediet krijgen om zich toch uit de slag te slaan en misschien wel een bedrijfje op te starten. En dat creëert reële welvaart.

De bankencrisis, de klimaatcrisis,… ze treffen de hele wereld. Door de globalisering lijken we steeds meer van elkaar afhankelijk. NGO’s tonen voortdurend aan dat ons handelen hier gevolgen kan hebben voor mensen aan de andere kant van de wereld. Ziet u nu meer interesse voor de Noord-Zuidproblematiek bij jongeren?

Ik merk toch wel dat de nieuwste generaties beseffen dat er heel wat aan het veranderen is in deze wereld. De jongeren merken dat hun ecologische en economische toekomst in gevaar komt en proberen daar zicht op te krijgen. Ze willen de problemen aanpakken. Sommige cynici zeggen dan ‘dat is naïef, dat kan niet’, maar als je zegt dat je niet kunt veranderen, geef je in feite op mens te zijn. Je doet afstand van je menselijkheid als je je grenzeloos, zonder enig alternatief voor wanneer het fout loopt, overlevert aan het dogma van de vrije markt. En eigenlijk is dat bijna anti-liberaal. Een vrij mens is voor mij iemand die vorm kan geven aan de samenleving en een antwoord zoekt en vindt op de noden van de mensen.

Wat is dan de rol dan van de politiek en de academische wereld? En hoe kan een studentenmagazine als Verrekijkers daartoe bijdragen?

Er moet hoe dan ook meer debat komen. Studentenbladen kunnen daartoe bijdragen door stemmen en ideeën te laten horen. Vroeger was de maatschappelijke discussie een taak voor de politieke partijen . Het waren sociale denktanken, werkplaatsen voor de toekomst. Helaas spelen ze die rol minder en minder. Als de politiek het niet doet, dan is het aan de academische wereld, de studentenbladen en de journalistiek. Maar ik merk ook dat de academici hun verantwoordelijkheid in de samenleving niet opnemen. Dat komt grotendeels door de manier waarop onze universiteiten georganiseerd zijn. De academici worden tegenwoordig beoordeeld op het aantal publicaties en hun lesopdracht. Hun maatschappelijke rol komt pas op de derde plaats! Dus vluchten onze academici steeds verder weg in gespecialiseerde publicaties. De politiek en de academische wereld, fundamentele instellingen van een democratie, werken niet naar behoren. Dat is nefast voor onze maatschappij. De samenleving is haar kompas kwijt.

In uw boeken heeft u het ook over de radicale omslag naar een sociaalecologische economie en de belangrijke rol die de overheid daarin speelt. Maar hebben grote multinationals de overheid nodig om die verandering door te voeren?

Multinationals vinden hun weg wel. Dat is waar. Maar neem nu de windmolenindustrie. In Denemarken is er al een grootscheeps bouwplan voor windmolens, in Duitsland idem dito. En de grootste windmolenbedrijven in de wereld, waarom zijn die de grootste? Omdat ze tot nu toe de helft of meer dan de helft van hun windmolens in eigen land hebben kunnen zetten. Hun regeringen geloven daarin. En omdat zij op hun thuismarkt zo groot zijn geworden, zijn zij het die exporteren naar Spanje, de Verenigde Staten, India… Maar je hebt daar een overheid voor nodig die de markt en de economie aan het werk zet, die niet zelf ondernemingen op de markt zet, maar wel verstandig bijstuurt en economie maakt. En dat gebeurt vandaag in België te weinig…

Dirk Barrez aan het werk in Senegal

Volop investeren in een groene economie dus. Maar is het niet normaal dat onze overheid op verschillende paarden tegelijk wedt?

Maar het komt er nu op aan! Toen de sociale bewegingen 120 jaar geleden zeiden: ‘wij willen stemrecht’, dan waren dat geen loze woorden. Nee, dan was dat omdat ze dat werkelijk wilden! Als het je ambitie is de economie sociaalecologisch om te bouwen, dan moet je durven doordenken naar die samenleving in 2050 en dan terugdenken: welke investering moet ik nu doen? De tijd dringt. Als je 90 % minder CO2 en 90 % duurzame energie wilt, dan heeft dat implicaties voor wat je nu investeert.

Moeten we niet oppassen dat we de rol lossen tegenover groeilanden als China en India?

Hoe we nu met die groeilanden omgaan, levert ook niets op. Nu, ik begrijp het wel. China en India, de locomotieven van de toekomstige wereldeconomie, willen hun verdeelcentrum in Europa. En wat is de beste locatie daarvoor? In het midden, en dat zijn wij! Dus nodigen we deze landen graag uit. Maar zo maken we ons zonder boe of bah afhankelijk van de Indiase en Chinese mondiale economie. Denk na: wil je alleen de voetmat worden van Europa of gaan je ambities iets verder dan dat? Sorry, ik wil morgen geen voetmat zijn, ik wil iets anders zijn.

Een uitdagende stelling…



Tekst:Dries Rombouts
Beeld:Dirk Barrez