Mark Mutuku uit Kenia heeft daar alvast geen last meer mee, dankzij een vroegere stage in Vietnam. Ook de manier van communiceren in een soort ‘Viengels’ heeft hij blijkbaar stevig onder de knie. Op café krijgt hij zonder al te veel discussie het drankje dat hij wil, zonder suiker of ijsblokken en tijdens het Closing Event (8 en 9 december 2008) van een 10-jarig partnerschapprogramma van VLIR-UOS (Vlaamse Interuniversitaire Raad voor Universitaire Ontwikkelingssamenwerking) tussen de Universiteit Gent en de universiteit te Can Tho wisselt hij in een snel tempo ideeën uit met afwisselend Vietnamese en Vlaamse professoren. Zelfs de ambassadeur van België was onder de indruk.
In 2006 vroeg Mark als Assistant Research Officer van het Kenya Marine and Fisheries Research Institute (K.M.F.R.I) een beurs bij VLIR-UOS aan. Hij werd aanvaard als bursaal om een diploma Master of Aquaculture aan de Universiteit Gent te behalen en volgde binnen dit programma een stage aan de Can Tho University in Vietnam. Deze Master focust op het proces waarbij vissen, schaaldieren en schelpdieren kunstmatig in vijvers en bassins worden gehouden om deze vervolgens te kunnen verhandelen. Sedert het einde van de jaren zeventig is de aquacultuur geëvolueerd van een artisanale, extensieve productie van aquatische organismen tot een snel groeiende bio-industrie. In het bijzonder hebben derdewereldlanden mogelijkheden voor een snelle ontwikkeling van de aquacultuur.
Mark wou de Master of Aquaculture volgen omdat het de minst ontwikkelde sector van Kenia is. ‘Deze sector is in staat vele jobs te creëren en de levenstandaard van miljoenen mensen te verbeteren’, vertelt hij me. ‘Afrika heeft nog zoveel onontgonnen bronnen, zo is het ook gesteld met onze visserij die nog niet is gecommercialiseerd door een gebrek aan deskundigen op dit vlak. Ik kan mijn kennis die ik heb opgedaan in België en Vietnam dus goed gebruiken.’
Zelf is hij erg lovend over zijn ervaring in Vietnam: ‘De samenwerking tussen de Universiteit Gent en Can Tho University heeft mijn blik verruimd. Het klimaat in Vietnam lijkt erg op dat van Kenia dus dat was ook handig meegenomen. Ik heb er veel praktische vaardigheden bijgeleerd die de ontwikkelingsdoelen van mijn land kunnen dienen. Er is de laatste tien jaar zo veel bereikt in sectoren als landbouw, onderwijs, voedseltechnologie, maar vooral in de aquacultuur. Het is zelfs de snelst groeiende sector. Bovendien is Vietnam recent lid van de World Trade Organisation geworden en zal het in de nabije toekomst de standaarden van een Middle Income Country bereiken. Andere ontwikkelingslanden kunnen Vietnam als voorbeeld nemen.’

Mark kan niet alleen goede studieresultaten voorleggen en efficiënt netwerken, hij zit ook in de beste positie om zijn kennis over te brengen in zijn thuisland. Hij heeft enkele hoger geplaatste familieleden in de Keniaanse politieke wereld. Door de juiste contacten in zijn nationaal en internationaal netwerk zou hij veel kunnen verwezenlijken in zijn land. En over zijn toekomstplannen is hij duidelijk: ‘Natuurlijk wil ik verder studeren in de toekomst, via een doctoraatsbeurs, misschien wel één van VLIR-UOS, wie weet, want mijn toekomst is juist begonnen en ik moet nog verder de academische ladder opklimmen. Hierna hoop ik de levens van vele mensen te kunnen verbeteren met praktische hulp en vaardigheden die op hun behoeften zijn afgestemd. Hierbij wil ik het Kenya Marine and Fisheries Research Institute ten volle betrekken en uitbouwen tot een expertisecentrum op het vlak van aquacultuur, zodat andere Afrikaanse landen hiervan kunnen leren.’

Mark hoopt dat veel Afrikaanse studenten zijn voorbeeld zullen volgen. De cultuurschok heeft hij ervaren als een prettige levensles. ‘In sommige dorpen gaapten de inwoners me massaal aan, maar ze hadden dan ook nog nooit een zwarte mens gezien. En sommigen hebben getest of mijn kleur niet door te geven was. Ze bleven maar wrijven over mijn armen. Toen ben ik over hun armen beginnen wrijven en het hele gebeuren eindigde in een gezamenlijke schaterlach. Ik miste wel het dansen. Vietnamezen zijn zot op karaoke, maar dat is toch niet echt mijn ding. En na het middageten heb ik vele uren alleen doorgebracht. Ze hebben de gewoonte om een lange siësta te houden en dan is echt niemand te bereiken. In het begin studeerde ik nog tijdens deze lege uren. Uiteindelijk heb ik dan toch geprobeerd te slapen, maar ik werd nooit op tijd wakker.’
Over zijn tijd in België is hij ook erg enthousiast. Het was een enorm intensieve ervaring: ‘In België heb ik het soms moeilijk gehad met de houding van veel Belgische studenten tegenover hun studies. Ik blokte als een gek terwijl mijn Belgische vrienden voortdurend pauze pakten, af en toe een dutje deden, nog uitgingen en zich afvroegen waarom we ons toch zo hard inspanden. Maar als beursstudent uit een ontwikkelingsland weegt er heel wat verantwoordelijkheid op je schouders. Niet slagen is geen optie voor ons. Als ik mijn jaar had moeten overdoen, zou ik geen beurs meer gekregen hebben. En het gezichtsverlies om zonder diploma terug naar huis te gaan leek me verschrikkelijk. Ook de mogelijkheid om te kunnen doctoreren, hangt af van goede studieresultaten.’

Tot slot geeft Mark me nog een boodschap voor de Belgische studenten mee: ‘Ik wil naast studenten uit andere ontwikkelingslanden ook de Belgische studenten aanmoedigen om naar Kenia te komen zodat ze met hun eigen ogen kunnen zien wat we al bereikt hebben. Zo kunnen we onderling informatie en ervaringen uitwisselen. Dit is zo belangrijk om met een ruime blik verder te geraken, voor beide partijen.’ Hij besluit zijn pleidooi met ‘You see, once again sharing minds can change lives across the globe, traversing all oceans, continents, valleys and mountains.’
En dat is ook de missie van VLIR-UOS: Sharing minds, changing lives by studying in Flanders and making a difference at home.
Wordt vervolgd...
Tekst: Karolien Vrints